Uit: Straatjournaal, jaargang 14, nummer 150, juli 2010

Wie ben ik?

Stine Jensen en Rob Wijnberg - Dus ik ben

Is het denkbaar dat de postkoloniale historie en zijn eigen familiegeschiedenis Geert Wilders hebben gemaakt tot wie hij is en waar hij voor staat? Die vraag stelde cultureel antropologe Lizzy van Leeuwen  in een opiniestuk onder de titel Wreker van zijn Indische grootouders - De politieke roots van Geert Wilders, in De Groene Amsterdammer van 4 september 2009. Ze beantwoordde die vraag ondubbelzinnig met ja. Wilders reageerde furieus op deze analyse. Van Leeuwen had in het Nationaal Archief ontdekt dat Wilders’ grootvader Johan Ording een Nederlandse bestuursambtenaar was op Oost-Java. In 1934 werd hij ontslagen, waarna hij aan de bedelstaf raakte. Ondanks herhaaldelijke smeekbeden weigerde de toenmalige minister van Koloniën, Hendrikus Colijn, de familie Ording een pensioen uit te keren. Die pijnlijke geschiedenis heeft volgens Van Leeuwen PVV-leider Wilders gevormd tot wat hij nu is: een postkoloniale revanchist die geobsedeerd is door het “terugdraaien van naoorlogse geopolitieke en demografische veranderingen.”  
Dit is een van de onderwerpen die aandacht krijgen in het boek Dus ik ben - ondertitel Een zoektocht naar identiteit - van de jonge filosofen Stine Jensen en Rob Wijnberg. Ieder thema in de elf hoofdstukken eindigt met ‘dus ik ben’. Wat bepaalt onze identiteit? Ben ik wie ik ben doordat ik bijvoorbeeld: denk, voel, werk, een naam heb, ergens bij hoor, lijd, een verleden heb, liefheb, erkend word, consumeer, een lichaam, een seksueel leven heb? Aan de hand van de geschiedenis, de opvattingen van grote denkers én hun eigen visie buigen Jensen en Wijnberg zich over dergelijke vragen. Hun betogen zijn stuk voor stuk interessant; jammer is alleen wel dat de toon tamelijk theoretisch is, daar waar bekende filosofen en hun gedachtegoed worden aangehaald.  
In de proloog van het boek wordt verwezen naar het verhaal van prinses Máxima over de dubbele identiteit - cq. nationaliteit - onder het motto: De Nederlander bestaat niet. Ondanks het feit dat Máxima aan haar betoog had toegevoegd “dat de Argentijn ook niet bestaat” leverde haar lezing haar nogal wat kritiek op.
Jensen en Wijnberg laten behoorlijk wat vragen open in hun boek. Maar gelukkig biedt het slotwoord van hun epiloog soelaas: Wat een mens nodig heeft is dus geen zekerheid, maar moed: de moed om te kiezen, ondanks de onzekerheid die intrinsiek is aan het leven. Voor ieder mens geldt: ik durf te kiezen, dus ik ben. Waar het je brengt zal de tijd leren.
En wilt u weten wat ik ervan vind, van die ‘zoektocht naar identiteit’? Volgens mijn bescheiden mening zijn het vooral de onzekeren die hiernaar op zoek zijn.

Uitgeverij De Bezige Bij, ISBN 978 90 234  5031 3