|
Smakelijke verhalen uit het diepe zuiden |
|
|
Verhalen om mee uit wandelen mee te nemen |
Met pure chocolade geschreven. Mooi glanzend van buiten, zoet van binnen. Maar Den Bosch is meer dan een chocoladebol, meer dan een zoet lief Gerritje, meer dan Jeroen Bosch, meer dan de hoofdstad van Brabant, meer dan Oeteldonk en meer dan alleen de stad van de Sint Jan. Het is Brabantse gezelligheid, boordevol winkels en cultuur. Met een historische binnenstad, maar ook heel veel buitenwijk. In dit boek verhalen de mensen over de stad, hun stad. Over de rivier onder de huizen, over gebouwen die terugpraten, over Hiëronymus van Aken, over de geheime kelder onder het provinciehuis, over het bijzondere genootschap dat gruwelt van de naam Den Bosch, over de dode engel en met een bijzondere schets van de ontstaansgeschiedenis. Joris van de Kerkhof (Goirle, 1967) is journalist, verslaggever voor de NOS en correspondent Nederland voor de VRT. Sinds begin jaren negentig woont hij in ’s-Hertogenbosch. Op radio 1 vertelt hij verhalen, nu heeft hij ze opgeschreven. |
|
Esther Bootsma |
|
|
15 Nederlanders over hun liefde voor Zuid-Afrika |
Als je wilt, kun je de afslag nemen naar Middelburg. Of naar Ermelo. Of via de Heerengracht lopen naar de Breestraat. Geen wonder dat Nederlanders zich thuis voelen in Zuid-Afrika. Esther Bootsma (Vlaardingen, 1964) werkt als Afrika-redacteur bij het NOS-Journaal. Van 1998 tot 2002 was ze correspondent in Zuid-Afrika, onder andere voor Trouw en Elsevier. |
|
Journalistieke impressies van de plekken waar het gebeurt |
|
|
Verhalen |
Hoe is het om tussen twintigduizend uitzinnige, zwarte inwoners van Washington te staan die de verkiezing van Barack Obama vieren? En wat gaat er door een verslaggever tijdens een massabegrafenis van slachtoffers van Srebrenica? Journalist Kees van Dam maakt al twintig jaar geregeld reportages in allerlei buitenlanden: tachtig reportagereizen naar dertig landen. Dat leverde tientallen anekdotes op: sommige hilarisch, sommige heel triest. In Koude koffie in Brno gaat het onder meer over zwijgende veteranen van de Eerste Wereldoorlog, niet werkende telefoons in het Roemenië van Ceausescu, dreigende Rode Khmers in Cambodja, kruisraketten op Bagdad, een bijna burgeroorlog in Macedonië, vluchtelingen in Bosnië, de pogingen van Tsjechië, Slowakije en Turkije om lid te worden van de Europese Unie, het verlangen naar onafhankelijkheid in Kosovo en Montenegro, olieroebels in Rusland. Kortom: twintig jaar zo af ten toe op de goede plek. Kees van Dam (Utrecht, 1961) studeerde hedendaagse geschiedenis op de Universiteit van Utrecht en werd daarna journalist. Hij begon als freelancer en werkte vervolgens als redacteur en verslaggever bij het Utrechts Nieuwsblad. Sinds 1994 werkt Van Dam bij het NOS-Journaal: eerst op de buitenlandredactie en sinds 2002 als algemeen verslaggever. |
|
Bram Schilham |
|
|
|
Bij de tsunami van 26 december 2004 in Azië kwamen honderdduizenden mensen om het leven. Onder hen veel westerse toeristen, ver van huis op vakantie in het gebied waar de reuzengolven hun verwoestingen aanrichtten. Voor nabestaanden thuis begon een periode van ondraaglijke spanning. Slachtoffers waren vaak eerst een periode van dagen of weken vermist, voordat hun lichaam kon worden geïdentificeerd. Vermist op Koh Phi Phi is een aangrijpend verslag van een zoektocht langs Thaise crisiscentra, ziekenhuizen en mortuaria. Het beschrijft ontmoetingen met getraumatiseerde overlevenden en wanhopige nabestaanden die hun weg zoeken in de chaos en met journalisten en hulpverleners die zo goed mogelijk hun werk proberen te doen.Schilham beschrijft in een openhartige stijl wat er gebeurt als de hoop op een wonder stapje voor stapje plaatsmaakt voor de gruwelijke realiteit. Bram Schilham (Den Haag, 1966) begon zijn journalistieke loopbaan in 1994 na zijn studie politicologie in Rotterdam. Sinds 1995 werkt hij als verslaggever en presentator voor de NOS. |
|
Pascal Theunissen |
|
|
|
Van Jan Kees tot Yankees in New York is een reis door de Big Apple, op zoek naar alles wat nog herinnert aan de Nederlandse kolonie die in de zeventiende eeuw onbewust de basis legde voor het huidige New York. In een wereldstad die niet vaak achterom kijkt, lijkt het misschien lastig om overblijfselen te vinden van die allereerste handelspost. Toch zijn ze er: tastbare sporen van de avontuurlijke kolonisten die ziekten, oorlogen en de natuur trotseerden om van Nieuw Amsterdam een succes te maken. Van Jan Kees tot Yankees in New York neemt de lezer mee door alle vijf stadsdelen, van het oudste nog bestaande Nederlandse huis tot het graf van Peter Stuyvesant en van Nederlandse spreuken op vuilnisbakken tot Amerika’s oudste klaslokaal. Een fascinerende speurtocht door een stad waar veel historie al heeft moeten wijken voor meer, hoger en sneller. Maar ook het verhaal van een metropool die onmiskenbaar voortborduurt op die eenvoudige handelspost van bijna vier eeuwen geleden. Het boek is een onmisbare gids voor iedereen die New York bezoekt en een aanrader voor alle Nederlandse New Yorkers. Pascal Theunissen (Delfzijl, 1971) studeerde journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen en werkte jarenlang voor de Haagsche Courant (later AD). Sinds 2006 woont hij met zijn vrouw Jacquelien in Brooklyn, New York, waar hij werkt als freelance journalist en fotograaf. Hij blogt op www.newyork.blog.nl dagelijks over New Yorkse nieuwtjes en wetenswaardigheden. |
|
Patricia Maresch |
|
|
|
Rio de Janeiro is A Cidade Maravilhosa, de Prachtige Stad. Gelegen aan de Baai van Guanabara en beroemd om zijn drukbezochte stranden, het uitbundige carnaval, de voetbalsupersterren en de vele sloppenwijken, favelas, gebouwd op rotsige heuvels. Wijken waar een voornamelijk jonge bevolking te maken heeft met een constante stadsoorlog tussen politie, militie en drugsbenden. Toch zul je amper kommer, kwel en ellende vinden in de favela. De uitzonderlijk optimistische mentaliteit waarmee de Cariocas, zoals de inwoners van Rio zichzelf noemen, in het leven staan, is een van de redenen waarom Rio zo’n onweerstaanbare aantrekkingskracht heeft. In Rio’s andere kant – De Stad en de Sloppenwijk vertelt Patricia Maresch over hoe de stad en de sloppenwijk met elkaar botsen maar ook niet zonder elkaar kunnen, aan de hand van portretten van mensen uit een van de meest beruchte sloppenwijken van Rio: Vila Cruzeiro. Patricia Maresch (Nijmegen, 1969) studeerde Latijns Amerika Studies aan de Universiteit van Utrecht en begon daarna haar journalistieke carrière op de buitenlandredactie van de NOS. In 2007 vestigde zij zich in Rio de Janeiro om samen met jongeren een documentaire en een theaterproductie te maken in favela Vila Cruzeiro. Ze is een kleindochter van schrijver Tjalie Robinson. |
|
Deel 12 in NOS-Correspondentenreeks |
|
|
|
Buenos Aires heeft niet voor niets de bijnaam ‘het Parijs van Latijns-Amerika’. Het is een stad met allure, met historie, met nostalgie. Een stad, waar de Europese reiziger zich meteen thuis voelt, waar men onder kan dompelen in het bruisende nachtleven, de schitterende tangoshows, de uitstekende restaurants met de overdadige parilla en de klinkende wijnen. ‘De Argentijnen voelen zich Europeanen in ballingschap,’ zei hun grote schrijver Jorge Luis Borges ooit. Daarom is Buenos Aires misschien wel de meest a-typische stad van Latijns-Amerika. De hoofdstad met haar bewoners die zich vele malen belangrijker voelen dan het immense grote pampaland dat achter hen ligt. De stad waar Máxima werd geboren en opgroeide is een vat vol tegenstellingen. Sloppenwijken vol bittere armoede tegenover de meest luxueuze winkelcentra. De niet afhoudende worsteling met de erfenis van de militaire dictatuur. De slagschaduw van Peron die nog steeds het politieke toneel weet te beïnvloeden en te verlammen. De golfbewegingen van de economische crises die het land met grote regelmaat treffen. Verhalen uit Buenos Aires, de stad die er maar niet in slaagt te worden wat het zo graag zou willen zijn. Kees Elenbaas (Kloetinge, 1952) vertrok in 1984 als correspondent naar het roerige Midden-Amerika. Vanaf medio 1989 was hij 3 jaar Latijns-Amerika-correspondent vanuit Montevideo, Uruguay aan de overkant van de Rio de la Plata. Na plaatsingen in Rusland, Zuid-Afrika en Brazilië is de cirkel weer rond. Sinds januari 2005 is zijn standplaats Buenos Aires waar hij ondermeer werkt voor de NOS en het Financieele Dagblad. |
|
Gerri Eickhof |
|
|
|
Gerri Eickhof reisde voor, tijdens en na de oorlog in Irak meerdere keren voor het NOS-Journaal naar Bagdad. Tientallen televisiereportages waren het resultaat. Maar hij hield ook een dagboek bij. Na lang aarzelen besloot hij dit te publiceren. Hoewel die aantekeningen op zichzelf al boeiend genoeg zijn, krijgt Bestemming Bagdad meerwaarde door toevoeging van de reportageteksten. Het levert een indringend, helder, soms ontluisterend beeld op van Irak onder Saddam Hoessein, Irak onder de bommenwerpers en Irak onder de chaos die daarop volgde. Maar even indringend, helder, soms ontluisterend is het beeld dat wordt geschetst van de journalistieke praktijk. Bovendien is Bestemming Bagdad een heel menselijk boek waarin wordt gelachen, gescholden en gehuild. Gerri Eickhof (Amsterdam, 1958) is ruim veertien algemeen verslaggever van het NOS-Journaal. Hoewel Hilversum zijn standplaats is en het merendeel van zijn reportages zich in Nederland afspeelt, heeft hij vooral bekendheid verworven met verslagen uit het buitenland. In de brandhaarden van de wereld gaf hij zijn ogen de kost, legde hij zijn oor te luisteren en probeerde hij zijn waarnemingen te verwerken tot inzichtelijke televisie voor de Nederlandse kijker. Gerri Eickhof studeerde culturele antropologie in Amsterdam, Utrecht en Bradford (UK). Hij woont in Amsterdam en heeft één zoontje. |
|
Gerri Eickhof |
|
|
|
Amsterdam is één van de kleinste hoofdsteden van Europa, maar heeft toch één van de meest uitgebreide tramnetwerken: 213 kilometer lang. Voor honderdduizenden vaste gebruikers dagelijks het aangewezen middel om hun bestemming in het centrum of aan de rand van de stad te bereiken. Voor de duizenden bezoekers is de tram als een verkenningsvoertuig dat zich soepel en zeker een weg baant door het hoofdstedelijk verkeer. Van het rijke verleden tot de hoopvolle toekomst en alle eigentijdse treurigheid daartussenin. En terwijl buiten de Gouden Eeuw wordt gevolgd door visonaire nieuwbouw afgewisseld met opgebroken kruispunten en moeizame omleidingen komt binnen in de rijtuigen een dwarsdoorsnede van de hele hoofdstedelijke bevolking voorbij. De tram drukt zijn stempel op de stad… en omgekeerd: wie de tram kent, kent Amsterdam. Gerri Eickhof (Amsterdam, 1958) is journalist en geboren Amsterdammer. Hij studeerde antropologie en wilde daarna een bestaan als uitkeringsgerechtigde opbouwen. Min of meer toevallig kwam hij evenwel terecht bij Migrantentelevisie en gaf hij zijn idee van levenslange werkloosheid op. Zijn loopbaan kreeg een vervolg bij de IKON en de RVU. Inmiddels werkt Eickhof alweer vele jaren als verslaggever voor het NOS-Journaal. Hij debuteerde met het boek Bestemming Bagdad – Bommen en andere indrukken in 2005.
|
|
Astrid en Eef Kersseboom |
|
|
|
Eind jaren dertig loopt een kleuter aan de hand van zijn opa door Rotterdam. De kleine Eef is onder de indruk en slaat de beelden in zich op. Terwijl hij opgroeit, ziet hij Rotterdam veranderen. Door het bombardement in mei 1940 natuurlijk, maar vooral ook door alle pogingen om na de oorlog om van Rotterdam iets te maken. De Rotterdammers doen dat niet door terug te grijpen op het verleden, maar door vooruit te kijken. Met vallen en opstaan, met mislukte en geslaagde projecten, met opbouwen en soms toch maar weer afbreken. Het resultaat is een moderne stad, die bruist. Het is de stad die Eef zijn twee dochters Astrid en Irene toont. Astrid leert aan de hand van haar vader Rotterdam kennen. In 2009 lopen vader en dochter door Rotterdam en nemen de lezer bij de hand. Eef Kersseboom (Rotterdam, 1935) was in zijn werkzame leven hoofdonderwijzer en leraar volwasseneneducatie.
|
|
Antwoord op vele vragen: en hoe nu verder? |
|
|
|
Dit boek geeft antwoord op de vraag: waarom ben ik plotseling arm, hoe had ik dat kunnen voorkomen en hoe moet het nu verder? Wiens schuld is het en waar wonen die types? Waarom het voor heel veel mensen veel erger is dan voor u! Waarom de financiële crisis ook juist heel prima kan zijn. Wat zijn de CDO’s en CBO’s en CLO’s en CSO’s. Waarom hoeft u dat niet meer te weten? Hoe zonnig/ grijs/inktzwart is de toekomst? De methodes om arm en toch gelukkig te zijn (als al het andere is mislukt). Op al die vragen geeft Willem Lust antwoord. Niet voor niets begon Willem Lust (Zaandam, 1956) zijn loopbaan in 1979 als jongste verslaggever bij het Financieele Dagblad, nadat hij de School voor Journalistiek had afgerond. In 1983 begon hij bij het NOS-Journaal, vertrok in 1990 naar RTL Nieuws en sinds 1999 werkt hij bij Nova. Sinds begin 2007 heeft hij vanuit New York voor Nova Noord-, Midden- en Zuid-Amerika als werkterrein, samen met zijn vrouw Merel Miedema die het zware camerawerk doet. Zijn eerste boek bij Conserve verscheen enkele weken na 4 november 2008 na de Amerikaanse verkiezingen: Het Amerika van president Obama met daarin talloze door hemzelf gemaakte foto’s bij zijn evaluatie van deze enerverende verkiezingsstrijd. |
|
Jessica Lutz |
|
|
|
Maandelijks kruipt de keurige Jean-Pierre in een andere huid om aan de sleur van zijn huwelijk te ontsnappen. Hij denkt dat zijn spel de ideale oplossing is om weer pit in zijn leven te krijgen zonder zijn status in gevaar te brengen. Jessica Lutz (Delft, 1962) is sinds 2003 correspondent in Turkije voor het NOS Journaal. In 2008 publiceerde ze Gezichten uit Istanbul – Verhalen uit en tussen twee continenten bij Conserve. In 2006 verscheen een verhaal van haar in de non-fictiebundel Tales from the Expat Harem, foreign women in modern Turkey, een bestseller zowel in Turkije als de Verenigde Staten. Happy Hour is haar thrillerdebuut. |
|
Elfde deel in de reeks NOS-correspondenten over hun stad |
|
|
|
Waarschijnlijk zijn er maar weinig steden die zo sterk door hun verleden bepaald zijn als de Oostenrijkse hoofdstad Wenen. Het jaarlijkse bal, het maandelijkse concert of de dagelijkse melange in het café zijn nog altijd een onmisbaar bestanddeel van de Weense levensstijl. En toch is de stad er langzaam maar zeker in geslaagd zijn wat oubollige imago van zich af te schudden. Vooral vanwege zijn oorspronkelende culturele leven is Wenen nog steeds een stad van wereldformaat, waar de extremen vaak dicht bij elkaar liggen. Michael de Werd (Den Haag, 1962) woont in Wenen en Semmering. De afgelopen twintig jaar werkte hij als correspondent voor het NOSJournaal, Trouw, VRT en tal van andere media uit Nederland, België en Duitsland. Dit is het elfde deel in de reeks van NOS-correspondenten over hun stad. |
|
Kattenschilderijen Lili Freriks |
|
|
|
Dit is het zoveelste kattenboek en toch is het anders. Dat spreekt vanzelf, het zijn de katten van Lili, les chats de Lili, want Lili is Française. Ze heeft een bijzondere relatie met katten. Een van hen heeft haar weer aan het schilderen gezet. Zwierig als de gelaarsde kat sprak hij haar toe. En toen moest ze wel. Philip Freriks is presentator van het NOS-Journaal. |
|
|
Willem Lust |
|
Verkiezingsstrijd 2008: |
Het Amerika van president Obama gaat over de zwaarst bevochten verkiezingen in mensenheugenis, de langste en duurste campagne ooit, met voor het eerst internet als cruciaal strijdtoneel. En wat krijgt de winnaar van deze slijtageslag? Hij mag zich staatshoofd noemen van een wankelende supermacht, een land verwikkeld in twee onwinbare oorlogen met steeds minder bondgenoten, met een eens oppermachtige munt waarin niemand meer gelooft, in de greep van de donkerste economische crisis sinds de jaren 30. Willem Lust (Zaandam, 1956) doorliep de School voor Journalistiek en begon in 1979 als jongste verslaggever bij het Financieele Dagblad. In 1983 begon hij bij het NOS-Journaal, vertrok in 1990 naar RTL Nieuws en sinds 1999 werkt hij bij Nova. |
|
|
Peter ter Velde |
|
Verhalen |
Kabul ademt de sfeer van oorlog. Verwoeste gebouwen, oude kastelen en kleurrijke spandoeken van de nationale held Achmed Sjah Massoud tonen het verleden, duizenden politieagenten en beveiligers met Kalashnikovs het heden. Massoud vocht en versloeg de Sovjet-troepen en typeert daarmee de geschiedenis van Afghanistan. Alexander de Grote, Amerikanen, Britten, Russen, Perzen, Indiërs en vele anderen konden het land niet bedwingen. Altijd was er wel ergens in de provincies verzet tegen het centrale gezag, tot op de dag van vandaag. Kabul & Kamp Holland – over de stad en de oorlog is een boek met verhalen van mensen. Over Kabul na de Taliban, de geschiedenis van de stad met zijn vele oorlogen en over de Nederlandse strijd in het zuiden. Peter ter Velde (Zwolle, 1964) reisde als verslaggever van het NOS-Journaal naar diverse oorlogs- en crisisgebieden, zoals Israël, de Palestijnse gebieden, Egypte, Libanon, Haitï en Indonesië. Daarvoor was hij van 1996 tot 2001 corespondent in Israël voor het Radio 1 Journaal. Vanaf het begin van de Nederlandse missie in Uruzgan heeft hij zich gespecialiseerd in Afghanistan. Dit is het tiende deel van de reeks van NOS-correspondenten over hun stad. |
|
|
Peer Ulijn |
|
|
Almere, de stad die ongezien associaties oproept van kale, lelijke ongezelligheid. Peer Ulijn (Gouda, 1959) werkt sinds 1984 bij het NOS-Journaal. Achtereenvolgens als video-editor, regisseur, redacteur en economieverslaggever. Sinds 2005 is hij algemeen verslaggever op de redactie ‘binnenland’ van het NOS-Journaal. Dit is het eerste deel in een reeks van NOS-verslaggevers over Nederlandi |
|
|
Robbert Bosschart |
|
Verhalen |
Belevenissen in Barcelona: een wandeling door de stad en haar geschiedenis, met wat omzwervingen langs gefluisterde geheimen van dictator Franco, architect Gaudí, prinses Irene, voetballer Johan Cruijff en andere ‘opmerkelijke mensen of gekke dingen uit mijn herinneringen aan deze prachtige stad’. NOS-correspondent Robbert Bosschart bracht zo’n twintig jaar door in de kosmopolitische hoofdstad van Catalonië, ooit een ‘mager fortje waar een draak populair werd’. Robbert Bosschart (Bodegraven, 1945) werkt sinds de jaren zestig als correspondent in Spanje voor talrijke buitenlandse kranten, radio- en televisie-programma’s. Bijna 20 jaar was Barcelona zijn standplaats, maar op verzoek van het NOS-Journaal verhuisde hij uiteindelijk naar Madrid. Zijn commentaren en reportages verschenen o.a. in The Sunday Telegraph, De Standaard en de Volkskrant. Hij publiceerde eerder drie boeken over Spanje’s politieke en culturele eigenaardigheden. Dit is het negende deel in de reeks van NOS-correspondenten over hun stad. |
|
|
Peter d‘Hamecourt en Julia Klotchkova |
|
Kookboek |
Het woord datsja heeft wereldwijd een soort mythische betekenis gekregen. Julia Klotchkova en Peter d’Hamecourt kennen elkaar al vele jaren. |
|
|
Peter d’Hamecourt |
|
|
Tsaar Peter de Grote pakte Rusland bij zijn nekvel en sleurde het tegenspartelend Europa binnen. Hij dwong zijn onderdanen letterlijk stenen bij te dragen aan het bouwen van een Europese hoofdstad, Sint Petersburg. Eerst waren er de grachtenpatronen van Amsterdam. Rusland, het tweede Rome, verdiende meer grandeur. Ongeëvenaarde paleizen, kerken en boulevards braken door het kleinschalige Amsterdamse patroon. Peter d’Hamecourt (Vlaardingen, 1944) begon zijn journalistieke carrière in 1966. De journalistiek voerde hem over de hele wereld, maar sinds 1989 vestigde hij zich in Moskou. Met zijn bureau leverde hij journalistieke producties aan de NOS-televisie, Nova, Algemeen Dagblad, en VRT-televisie en –radio. Van zijn boek Moskou is een gekkenhuis werden meer dan 15.000 boeken verkocht en 12.000 van zijn volgende boek Russen zien ze vliegen –Een reis van communisme – via perestrojka – naar Poetinisme. Dit is het achtste deel in de reeks van NOS-correspondenten over hun stad. |
|
|
Jessica Lutz |
|
|
Istanbul zindert. Het kan je dronken maken. De stad is mysterieus, vol kruidige geuren, verkeerslawaai en straatventers met galmende stemmen, met een horizon van koepels en minaretten die eeuwenlang niet veranderd is. Het is een stad van sultans en sloebers. Jessica Lutz (Delft, 1962) verhuisde na haar studie Turkse Talen en Culturen in 1989 naar Istanbul. Na een kort dienstverband op het Nederlandse consulaat-generaal aldaar, koos ze in 1991 voor de journalistiek. Ze werkte als correspondent voor Elsevier, de GPD en US News and World Report, als radiocorrespondent voor NCRV, KRO, Veronica, BRT, BBC en CBS en is sinds 2003 werkzaam voor het NOS-Journaal. Van haar hand verscheen eerder in 2002 De gouden appel – Turkije tussen oost en west. Dit is het zesde deel in de reeks van NOS-correspondenten over hun stad. |
|
|
Wilma van der Maten |
|
Verhalen |
Jakarta is een stad van uitersten, die vaak vergeleken wordt met een Durian. Je bent helemaal verzot op deze heerlijke, maar oh zo kwalijk geurende vrucht of je walgt ervan. In deze miljoenenstad waar je in een vijfsterrenhotel in de ‘Gouden Driehoek’ voor een glas wijn het dagsalaris van je ‘pembantu’, huishoudhulp, betaalt. Waar bedelaars op straat verlekkerd naar de jaguars kijken. Ooit begon deze hectische stad rond de nu vervallen haven Sunda Kelapa waar je nog enkel resten uit de glorierijke Hollandse periode aantreft. Maar waar uit de oude koloniale gebouwen nu onkruid groeit. Jakartanen leven in het heden. Gisteren is alweer voorbij. De studenten, die tijdens de roerige meidagen van ’98 hun leven gaven om dictator Soeharto weg te krijgen, liggen als vergeten helden op de begraafplaats in de stad. Toch kan de geschiedenis de Jakartanen ook een trauma bezorgen. Zoals de mislukte staatsgreep uit ’65 en de recente bomexplosies op westerse doelen. Maar Jakarta is ook de stad van de liefde. Waar je bijzondere mensen ontmoet. Even de metropool uit en je treft aan zee werkelijk de mooiste droomplekjes aan. Wilma van der Maten (Heerde,1964) studeerde journalistiek en antropologie. Ze vestigde zich vlak voor de presidentsverkiezingen in 1999 in Jakarta. Ze woonde meer dan zeven jaar in Indonesië. Ze werkte daar onder meer voor de NOS, het radioprogramma De Ochtenden van de VARA en de EO, Dagblad Trouw en Vrij Nederland. Dit is het zevende deel in de reeks van NOS-correspondenten over hun stad. |
|
|
Erwin Tuil |
|
Verhalen |
Modern Peking presenteert zich als zelfbewust, dynamisch, ambitieus en werelds. En toch, hoe anders is de Chinese hoofdstad eigenlijk vergeleken met het Peking van Mao of de keizers. Zijn de mensen net zo veranderd als de glimmende gebouwen en brede boulevards doen vermoeden? Erwin Tuil (Dordrecht, 1965) begon als roeiverslaggever bij het Utrechts Nieuwsblad en de Krant op Zondag. Vanaf 1994 schreef hij als correspondent Centraal-Europa en Balkan voor Nederlandse, Oostenrijkse en Hongaarse media. Na drie jaar aan het Binnenhof voor de Geassocieerde Persdienst, vestigde hij zich in 2004 in Peking als correspondent China voor Elsevier en de GPD. |
|
|
Ben Knapen |
|
|
Dit boek gaat over mensen. En over kleinigheden. Mensen en hun alledaagse besognes in Jakarta vormen kleine inkijkjes in een grote werkelijkheid van een elf miljoen inwoners tellende chaos genaamd Jakarta. En stuk voor stuk ook inkijkjes in een natie van bijna een kwart miljard mensen. Ben Knapen (Kaatsheuvel, 1951) schreef de laatste twee jaar vanuit Indonesië. Tevoren was hij onder meer buitenlands correspondent in Duitsland en Amerika, hoofdredacteur van NRC Handelsblad en lid van de raad van bestuur van PCM Uitgevers. |
|
|
Peter d'Hamecourt |
|
|
In de laatste dagen van de Sovjet-Unie wemelde het van de vliegende schotels boven het ondergaande rijk. Rusland herrees onder Boris Jeltsin. De kennismaking met de democratie en de vrije markt in de Jeltsinjaren waren een nachtmerrie, zelfs de vliegende schotels sloegen op de vlucht. Sommige Russen werden stinkend rijk, de meesten streden om het hoofd boven water te houden. Met president Poetin kwam er stabiliteit, zonder al te veel democratie. De rijken werden nog rijker. De armoede nam af, maar de vliegende schotels kwamen weer terug, want Russen hebben een liefde voor het ongelooflijke. Vergeet het Kremlin, luister naar de Rus zelf. Dit zijn schetsen over een samenleving vol filosofen. Achttien jaar heb ik het Russische leven inmiddels opgesnoven. De verbazing houdt nooit op. Peter d'Hamecourt (1946) begon zijn journalistieke carrière in 1966. De journalistiek voerde hem over de hele wereld, maar sinds 1989 vestigde hij zich in Moskou. Hij leidt daar een bureau dat journalistieke producties levert aan onder andere de NOS-televisie en -radio, Twee Vandaag, Nova, Algemeen Dagblad en VRT-televisie en -radio. Zijn werkterrein beslaat de hele, voormalige Sovjet-Unie en brengt hem soms daarbuiten, zoals Afghanistan. Van D'Hamecourts boek Moskou is een gekkenhuis – Verhalen over een wereldstad, het tweede deel in Conserve's serie van NOS-correspondenten werden in een half jaar tijd 15.000 boeken verkocht. |
|
|
Paul Sneijder |
|
Verhalen |
Het zuiden begint, vanuit Nederland gezien, bij Brussel. Het genieten van de goede dingen des levens is de Brusselaars aangeboren. Toch worstelt de stad met zijn plek op de wereldkaart en zijn plaats in de geschiedenis. Zo dicht op de taalgrens tussen het Frans en het Nederlandse is Brussel op een levenslange zoektocht naar zijn ware identiteit. Aan eeuwenlange buitenlandse overheersing door Spanjaarden, Oostenrijkers, Fransen, maakte Brussel begin negentiende eeuw een einde door het Nederlandse Huis van Oranje noordwaarts te sturen. Maar intussen voelt de stad zich uitgeleverd aan de machtshonger van de Europese Unie. Brussel, hoofdstad van Europa, hoofdstad van België en tegelijkertijd hoofdstad van Vlaanderen. Het kan allemaal in de stad van Kuifje en Jacques Brel. Paul Sneijder (1955) begon in 1973 zijn journalistieke loopbaan in zijn geboortestad Den Haag bij de Haagsche Courant. In 1983 maakte hij de overstap naar het NOS-Journaal, war hij eerst verslaggever en later buitenlands correspondent werd. Tien jaar geleden verruilde hij zjin standplaats Washington DC voor Brussel. Dit is het vijfde deel in de reeks van NOS-correspondenten. Eerder verschenen goed verkochte delen over Berlijn van Margriet Brandsma, Moskou van Peter d'Hamecourt, Rome van Andrea Vreede en Paramaribo van Hennah C. Draaibaar en Cynthia Mc Leod. In voorbereiding zijn delen over Jakarta, Amman, Tel Aviv, Barcelona, Madrid en Willemstad. |
|
|
Cynthia Mc Leod en Hennah C. Draaibaar |
|
|
Twee bekende Surinamers nemen u mee door de stad die zoveel voor hen betekent. Hennah C. Draaibaar (Paramaribo, 1960) werkt sinds ze in 1998 haar koffers pakte en naar Suriname verhuisde als NOS Corespondente. Dit is haar eerste boek. Cynthia Mc Leod (Paramaribo, 1936) publiceerde maar liefst vijf historische romans bij Conserve, een kinderboek, een studie (over Elisabeth Samson) en een boek over slavernij, samen met Carel de Haseth. ...Die Revolutie niet begrepen!... is haar laatstverschenen historische roman. Derde deel in een serie van NOS Correspondenten over hun stad. |
|
|
Andrea Vreede |
|
Verhalen |
Rome is de stad van Caesar en Caravaggio, van Borromini en Bruno. Van chaotisch verkeer, brede boulevards en intieme achterafstraatjes. Van protserige barok en ontroerende eenvoud. Andrea Vreede (Amsterdam, 1962) vestigde zich in 1993 als archeoloog en tolk-vertaler Italiaans in Rome. Een aantal jaren reisde ze als gids voor het culturele toerisme heel Italië door. In 2002 belandde ze in de journalistiek als correspondente in Italië voor het NOS Journaal. Vierde deel in een serie van NOS Correspondenten over hun stad. |
|
|
Peter d'Hamecourt |
|
Verhalen |
Moskou was, is en blijft het centrum van een wereldrijk. Peter d'Hamecourt (1946) begon zijn journalistieke carrière in 1966. De journalistiek voerde hem over de hele wereld, maar sinds 1989 vestigde hij zich in Moskou. Hij leidt daar een bureau dat journalistieke producties levert aan onder andere de NOS-televisie en -radio, Twee Vandaag, Nova, Algemeen Dagblad en VRT-televisie en -radio. Zijn werkterrein beslaat de hele, voormalige Sovjet-Unie en brengt hem soms daarbuiten, zoals Afghanistan. Tweede deel in een serie van NOS Correspondenten over hun stad.
|
|
Margriet Brandsma |
|
|
|
Meteen na de oorlog bestond Berlijn uit 75 miljoen kubieke
meter puin. Daarmee kun je een grote dam bouwen van Berlijn
tot in het Ruhrgebied. Gelukkig is uit die puinhoop geen
dam maar een fascinerende metropool herrezen. Een stad die
blijft verbazen, vooral vanwege de zo zichtbare historie.
Oost-Berlijn wordt weliswaar opgeknapt, maar nog lang niet
alle kogelgaten zijn weggeplamuurd. Margriet Brandsma (St. Pancras, 1957) begon in 1979 in
de journalistiek als verslaggever van het Noordhollands
Dagblad in Alkmaar. Na bij IKON en NCRV gewerkt te hebben,
kwam ze in dienst bij de NOS als parlementair verslaggever. |
|
|
Gare du Nord, het Parijse noordstation, is met name voor Nederlanders en Belgen de toegangspoort tot Frankrijk. Al anderhalve eeuw lang. Een kop-station, dus iedereen stapt uit. Op de stoep aan het einde van de perrons begint de andere wereld. Overweldigend, onweerstaanbaar. Philip Freriks kwam er voor het eerst toen hij dertien was. Gare du Nord, terminus. Een omroepbericht als lotsbeschikking. Hij zou er zelfs in uniform bij de nachttreinen naar Londen of Kopenhagen staan. Met beleefde prevelementen. Aankomst en vertrek, steeds weer nieuwe verhalen. Waar gebeurd. Over treinen en Frankrijk dat altijd aan het spoor ligt. Over de republiek met haar schaduwkanten en heerlijke hebbelijkheden. Verhalen van toen nu weer nagereisd. Over Verlaine met de voeten op een stoofje, Jules Verne als notabel in Amiens, de Thalys op de frontlijn van de Eerste Wereldoorlog, de politicus als gesjochten jonker, Disneyland als ontsmet Tsjernobyl en het schip van de roze barones. Philip Freriks (27 juli 1944, Utrecht) begon als 16-jarige middelbare scholier in de journalistiek en droomde toen al van Parijs. Hij was er slaapwagenconducteur, reclameman, student politieke wetenschappen en vooral correspondent. Eerst voor Het Parool, later de Volkskrant, en het NOS-Journaal. En bij een tussentijds verblijf in Nederland voor Le Monde. In 1996 werd hij presentator van het Acht Uur-Journaal van de NOS. |
|
|
Philip Freriks |
|
|
‘Hoe mathematischer een punt of een lijn, hoe groter het verlangen om er op te gaan staan,’ zegt Jan Dibbets, de kunstenaar die het inmiddels beroemde monument voor de Franse astronoom Arago heeft ontworpen. Het zijn 135 ronde koperen plaatjes geworden in de straten, de parken en op de pleinen van Parijs, van noord naar zuid: de ‘Meridiaan van Parijs’. Philip Freriks volgt de lijn vanuit het zuiden naar het noorden, plaatje voor plaatje. Het vinden hiervan bleek nog een hele opgave: ze zijn ingemetseld op bordessen, tussen bankjes in een park, onder een terrastafeltje, in het Louvre en op de top van Montmartre. De meridiaan snijdt dwars door het hart van Parijs. En het is langs deze lijn dat zich een belangrijk deel van de Franse geschiedenis ontvouwt. Philip Freriks vertelt met enthousiasme over zowel de grote culturele en historische omwentelingen, als de petite histoire van talloze Parijzenaars. Volg hem op deze bijzondere wandeling door Parijs, vanuit uw leunstoel in het noorden of met uw wandelschoenen aan vanuit het zuiden. Een heerlijke wandeling door de Lichtstad en de Franse (cultuur)historie. Philip Freriks (27 juli 1944, Utrecht) begon als 16-jarige middelbare scholier inde journalistiek en droomde toen al van Parijs. Hij was er slaapwagenconducteur, reclameman, student politieke wetenschappen en vooral correspondent. Eerst voor Het Parool, later de Volkskrant, en het NOS-Journaal. En bij een tussentijds verblijf in Nederland voor Le Monde. In 1996 werd hij presentator van het achtuurjournaal van de NOS. |