|
Reeks Surinaamse Klassieken uitgebreid met Suriname's grootste literaire schrijfster Astrid H. Roemer |
|
|
|
Dertig jaar geleden publiceerde Astrid H. Roemer in Paramaribo haar debuutroman Neem mij terug, Suriname. In die tijd was het geworstel van veel Surinamers om zich een plek te verwerven in de Nederlandse samenleving en tegelijk trouw te blijven aan het Surinamerschap een actueel literair thema. Surinamers zijn tegenwoordig zo thuis in Nederland dat Roemers confronterende roman nu kan worden gelezen als een intrigerende klassieker. |
|
|
Johan
Ferrier |
![]() Boek
voor alle leeftijden ISBN:
9789054291626 |
Dit hele boek zou in een wolkje
moeten staan, want het is nooit geschreven; het is verteld. Deze verhalen
zijn zó uit de mond van de verteller opgetekend en daarna gedrukt. Daardoor
is Het grote ANANSIboek het meest ECHTE Anansiboek van de wereld, verteld
door meester-verteller JOHAN FERRIER. Sinds een halve eeuw hebben
honderden Surinaamse kinderen van schoolmeester Ferrier Anansiverhalen
gehoord en daarvan geleerd, hoe de Surinaamse wereld in elkaar zit. Nu is
meester Johan de grootste vertelgrootvader geworden voor àlle kinderen.
Niet voor niets zijn de illustraties van Noni Lichtveld die drie full color
boeken maakte over de spin Anansi, zoals De spin weeft zich een web om de wereld en Anansi tussen god en duivel. Anansikenner
en –verhalenverteller dr. Johan Ferrier werd op 12 mei 1910 geboren in
Paramaribo in Suriname en begon zijn loopbaan als onderwijzer. In 1947 ging
hij in Nederland sociale pedagogiek studeren, promoveerde in november 1950
en keerde een maand later met zijn gezin terug naar Suriname, waar hij
leraar en directeur bij de kweekschool werd, naderhand directeur van
onderwijs. Van 1955 tot 1958 was hij minister-president en minister van
Binnenlandse Zaken. In 1968 werd hij gouverneur van Suriname. Hij was dat tot het uitroepen van de onafhankelijkheid in 1975 en werd daarna de eerste president van de republiek Suriname (tot 1980). |
|
|
J.
van de Walle |
|
Prijs:
|
Een vlek op de rug van J. van de Walle’s historische
roman over Suriname is een symbolische titel. Zakelijk-medisch gesproken, is
zo’n gevoelloze vlek op de rug het eerste symptoom van boassie – het
Surinaamse woord voor melaatsheid. Als je daarin kunt prikken met een speld,
zonder dat de zo gevlekte mens iets voelt, dan betekent dat een vonnis van
groot onheil, van lijfelijk verderf en dood. Van de Walle (die op 6 juni 2000 overleed) heeft dit
beeld tot een symbool van de slavenmaatschappij uitgebreid. Van de Walle
laat zijn hoofdpersoon vertellen hoe hij kersvers uit Holland in de West
komt om het beheer over een plantage te krijgen. Hoe hij daar leeft binnen
de coterie van de blanke gemeenschap: zijn omgang met zwarten en
kleurlingen: zijn persoonlijke reacties over deze omgang. Een hard leven in
een meedogenloos tropisch land. Een vlek op de rug is geen gruwelboek over de
slavernij, maar wel een menselijk boek waarin een brok koloniale
geschiedenis met veel verve tot leven is gebracht. Een goed boek, vol fijne
humor en spitse ironie in een pakkend verhaal. Door taal en stijl weet de
schrijver een heel aparte sfeer op te roepen, waarin het hem zeldzaam goed
lukt leven en denkwijze uit die tijd weer te geven. Tegelijk heeft hij de
actualiteit van het probleem, de vrijheid van de mens, ook in deze tijd tot
uitdrukking gebracht. Cynthia Mc Leod schreef het nawoord bij deze historische roman van Johan van de Walle (1912-2000), die onder meer hoofd van de gouvernementespersidenst was in Suriname, vanaf 1946 werd hij hoofd van de Westindische afdeling van Radio Nederland Wereldomroep. Op 15 juli 1945 publiceerde hij een kritisch rapport over de sociaal-culturele omstandigheden in Suriname, wat hem noch door de Surinaamse als Nederlandse overheid in dank werd afgenomen. Door een overheidsdienaar werd het echter bejubeld. Uit een heruitgave van zijn romans en verhalen in 1993 blijkt zijn grote band met het Caribisch gebied. |
|
Tonko Tonckens |
|
|
Prijs | De vicieuze cirkel' speelt zich af aan de
Waterkant van Paramaribo, waar de schepen aanmeren. Het verhaal
belicht één van de meest schrijnende aspecten van de Surinaamse
samenleving: dat van de werkeloosheid en het concubinaat, waardoor
Surinaamse vrouwen die de zorg voor hun gezin niet meer aankunnen, tot
prostitutie vervallen.
Schrijver Tonko Tonckens in 1978: 'Het steegje aan de Waterkant in dit boek is een bestaand steegje, maar dient in dit verhaal alleen voor de plaatsbepaling. De figuren zijn uiteraard fictief, maar het verhaal - dat speelt in de jaren '30-'50 van deze eeuw, is van A tot Z waar.' Voor zijn komst naar Suriname, waar hij onder andere lange tijd werkzaam was bij de Billiton Maatschappij, was Tonko Tonckens (1903-1981) in de Oost weeshuisvader in Soerabaja, bakker in Malang en directeur van een tehuis voor jongeren. In zijn horoscoop, nog voor de tweede wereldoorlog getrokken, werd voorspeld dat hij schrijver zou worden. Dat blijkt optimaal uit deze sociaal getinte roman, voorzien van een nawoord door zijn vrouw Emmy Simons. |
|
Albert Helman |
|
|
Prijs | De Franse Hugenotenfamilie van de jonge
landeigenaar Raoul reist met zijn vrouw en haar beide zusters via
Nederland naar Suriname om daar op een plantage een nieuw leven te
beginnen. Temidden van de altijd warme tropen ervaren zij de realiteit
van de ongelijke strijd tegen het oerwoud, het onrecht van de
slavernij en de gevaren van het rassenverschil. De stille plantage
krijgt de bewoners in zijn greep. Tot dit ondraaglijk wordt en de drie
overgeblevenen terugkeren naar Europa waarna het oerwoud weer bezit
neemt van het eigen territorium. Wanneer Helman schrijft over Suriname
is zijn woordkeus van zo'n suggestieve kracht dat men de trillende
atmosfeer van 'De stille plantage' ondergaat en voelt als een
beklemmende spanningsboog.
'Mijn eerste succesvolle boek', noemde Albert Helman 'De stille plantage', een boek dat sinds verschijnen in 1931 maar liefst achttien keer werd gedrukt en na 'Atman' van Leo Ferrier en 'Strafhok' van Bea Vianen als deel drie in Conserves Surinaamse Klassieken-reeks is opgenomen. |
|
Bea Vianen |
|
|
Prijs | In haar tweede roman 'Strafhok' (1971)
toont schrijfster Bea Vianen, die in 1969 debuteerde met de roman
'Sarnami, hai', aan dat Suriname krioelt van de milieus of
'strafhokgebieden', zoals ze ze noemt, en dat degene die buiten zijn
strafhok treedt er met alle macht in wordt teruggedreven.
Dat is duidelijk het geval met de Hindoestaanse onderwijzer Nohar Gopalraj, die niet weet waar hij heen moet met zijn liefde voor de Javaanse verpleegster Roebia. Trouwt hij met haar, dan wordt hij uit de Hindoestaanse gemeenschap gestoten, die hem gemaakt heeft tot de twijfelaar die hij is. Laat hij haar gaan, dan verliest hij zijn gezicht als mens. Het sterkst komt het dilemma tot uiting in de persoon van Gopalraj's boezemvriend Raymond van de Berg, een zwarte homo, voor wie het ervaren van liefde, door zijn geaardheid, in zijn land een onmogelijkheid is. Van de Berg bevindt zich in een eenmansstrafhok, een ijskast, een doodskist. Om deze drie personen verzamelt zich in 'Strafhok' een drom van mensen, zo bont en sprekend in zoveel tongen, dat de lezer zich in Paramaribo's Gravenstraat waant, waar Bea Vianen hen tot een massaal en totaal treffen laat komen. Een treffen dat men kan zien als de realiteit achter de hypocrisie, als de wezenlijke levenssituatie van Suriname en zijn Surinamers. |
|
Leo Henri Ferrier |
|
|
Prijs | Een Surinaamse jongeman, 26, gaat na een
verblijf van 5 jaren in Nederland met vakantie naar Suriname waar hij
geopereerd wordt voor een ernstige tendovaganitis, peesontsteking in
de linkerhand. De operatie slaagt uitstekend. Na maanden van hevig
lijden kan hij zijn vingers bewegen zonder pijn en weer enthousiast
nadenken over zijn toekomst als pianist. Hij maakt na de operatie een
dagtocht naar het district Commewijne waar hij in zijn jeugd al de
schoolvakanties heeft doorgebracht en er op 12-jarige leeftijd zelfs
twee jaren woont op de suikeronderneming plantage Mariënburg. De
ontmoeting met veel vrienden veroorzaakt bij hem een ware vloedgolf
van herinneringen die hij zeer intens beleeft.
Hij komt daarmee in de conceptie van het begrip Atman uit de klassieke Indiase filosofie dat hoogste atmosferen van zelfbewustzijn betekent, tot grote inzichten in zichzelf en de culturele waarden van de multi-etnische leefgemeenschap van Suriname waar hij als individu, afkomstig van meer dan één bevolkingsgroep, deel van uitmaakt. Leo Henri Ferrier werd in 1940 geboren te Paramaribo. Verbleef van 1961-1971 in Nederland waar hij als hoofdonderwijzer werkte bij het openbaar onderwijs in Den Haag en Amsterdam. Vanaf juni '79 tot heden is hij als stafambtenaar werkzaam bij de Stichting Surinaams Museum. |