Cahier Jeroen Brouwers - deel 2 - Jeroen Brouwers
De aandacht voor het werk van Jeroen Brouwers wordt in Cahier nummer 2 springlevend vastgehouden
Op 11 mei 2022 besloot de tijd een punt te zetten achter het leven en werk van Jeroen Brouwers, schrijft de redactie van de Stichting Jeroen Brouwers achterop Cahier 1. Maar de Stichting, gecoördineerd door zijn weduwe Gwennie Debergh, gaat voort met zijn werk. De bedoeling is om ieder jaar op 30 april - Brouwers’ geboortedag in 1940 - een Cahier het licht te doen zien. Cahier 2 verscheen op 30 april 2026. Ook dit Cahier is gevuld met artikelen over het werk en leven, en met heel veel citaten uit brieven van Brouwers.
Boekstaven
In mijn bespreking van Cahier, deel 1, benadrukte ik dat ‘het boekstaven van al zijn dagen’ voor Brouwers de belangrijkste reden was om te schrijven. Ook nu weer. Gebeurtenissen uit zijn leven heeft Brouwers verwerkt – niet IN de literatuur, maar TOT literatuur. Daarover schrijft bijvoorbeeld Mariska Hammerstein, zelf schrijver, in haar bijdrage Lieve Circusprinses. Het min of meer toevallige contact tussen Jeroen en Mariska leidt van beide kanten tot (auto)biografische fragmenten in hun werken. Terwijl Jeroen zijn werk autobiografisch noemt en toch ‘volledig gelogen is’. Gelukkig wordt het ‘probleem’ speels aangepakt.
‘Echt gebeurd?’
Ziedaar de vraag: Is ‘autobiografisch’ hetzelfde als 'echt gebeurd'? Marc Beerens begint zijn essay Groetjes uit Nijmegen zo: ‘Op 3 juni 2023 werd in de Nijmeegse benedenstad, (…) een Literair Baken ten doop gehouden met daarop een fragment uit De zondvloed.’ Het blijkt dat Nijmegen in De zondvloed weliswaar niet bij naam wordt genoemd, maar dat de roman volop verwijzingen bevat naar die stad. Hij beantwoordt de vraag hoe Nijmegen in De zondvloed van Brouwers terechtkomt. Biografisch element misschien?
Schrijvers-vriendschap
Twee lange bijdragen in dit Cahier zijn gewijd aan de schrijvers-vriendschap tussen Jeroen Brouwers en Joost Zwagerman. Vooral de eerste bijdrage lijkt me een nieuw historisch-literair genre. Grote delen uit de correspondentie tussen beide grootheden worden in de marge toegelicht. In een van de eerste brieven wordt al zichtbaar dat Brouwers zal uitgroeien tot coach van Zwagerman op diens pad naar literaire roem (inderdaad werd hij bestsellerauteur). In latere brieven is Brouwers de verdediger (zo u wilt mopperkont) als De Literatuur het moet ontgelden. Schrijvers, uitgevers, lezers, recensenten, ze komen er over het algemeen niet goed van af. Beide auteurs kenden het verlangen ‘er niet te zijn’. Joost Zwagerman gaf in 2015 aan dat verlangen toe. Brouwers kon er in de vijfde druk (2017) van De laatste deur (over zelfmoord in de Nederlandse letteren) nog melding van maken.
Verbaasd en verwonderd
Prachtig en verrassend is de bijdrage van Jos Joosten over Litanie en gebed in Bezonken rood. In dat artikel is verrassend genoeg een foto van Jeroen Brouwers opgenomen (in 2003 gemaakt door Klaas Koppe), die verbaasd en verwonderd (mijn interpretatie) rondkijkt in de kapel van de kostschool in Bleijerheide, u weet wel, die uit Het hout. Een ontroerende foto als je het verhaal erachter hebt meebeleefd. De redactie vult aan: In datzelfde door hem gehate pensionaat schilderde de veertienjarige Jeroen een aantal devote miniaturen. Ook die zijn opgenomen. Een curiosum. Veel aandacht is er ook voor boekverzorger-typograaf Karel Martens in een interview met Johan Vandenbroucke.
Alles over
Terzijde maar niet onbelangrijk: mijn grote bewondering gaat ook uit naar Jeroen Brouwers voor zijn werklust en productie: de omvangrijke correspondentie, het vele leeswerk, archivering, research, naast zijn eigen werk. Voor De Literatuur had hij alles over, ‘…alleen het schrijven van die boeken vind ik al verschrikkelijk genoeg’ (brief aan Zwagerman).
Dick de Scally
Stichting Jeroen Brouwers – Cahier 2, Amsterdam, 2026, ISBN 978 90 83474 090. 143 bladzijden, € 25, 30 april 2026.
