Vrouw van zand - Kobo Abe
Opgesloten in een wereld van zand
Insectenverzamelaar loopt in de val
Het is een merkwaardig boek, de roman Vrouw van Zand van de Japanse schrijver Kobo Abe. Bedoelde de schrijver het als een parabel, een les over hoe we slachtoffer worden van onze verlangens en wensen? En hoe we vergeefs strijden om iets te bereiken wat we, als het eenmaal binnen bereik komt, niet meer willen? Fascinerend is het wel, al was het alleen al door de wonderlijke wereld die Abe ons voorschotelt.
Over de auteur
Kobo Abe (1924-1993, Tokio, pseudoniem voor Kimifusa Abe) studeerde af in de geneeskunde (in de voetsporen van zijn vader), maar heeft nooit iets met die studie gedaan. In plaats daarvan begon hij met schrijven. Zijn eerste roman verscheen in 1948, er volgden er nog 12 en ook een groot aantal verhalenbundels, dichtbundels en toneelstukken. Zijn werk is surrealistisch en wordt regelmatig vergeleken met de boeken van Franz Kafka. Zijn bekendste boek, Vrouw van Zand, verscheen in Japan in 1962 en werd in vele talen vertaald. In Nederland verscheen een vertaling vanuit het Engels van de hand van Thérèse Cornips. Het is voor het eerst dat nu een rechtstreeks uit het Japans naar het Nederlands vertaalde versie verkrijgbaar is. Abe werd meerdere malen genoemd als mogelijke winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur, maar won deze nooit.
Zandloopkevers
Een man, leraar in het dagelijks leven en verwoed insectenverzamelaar, besluit een weekendje op pad te gaan om te proberen nog onontdekte insectensoorten te vinden, waar hij vervolgens dan zijn eigen naam aan zal kunnen verbinden. De grootste kans om zo’n diertje te ontdekken ligt bij de zandloopkevers, meent hij, want daarvan bestaan zo oneindig veel soorten. Bovendien heeft de man een fascinatie voor zand, een vaste stof die toch in zekere zin vloeibaar is. De man neemt de trein en daarna de bus richting zee en belandt in een eindeloos ogend duinlandschap.
Vissersdorp
Goedgemoed gaat hij onderweg, in de richting waar hij de zee vermoedt. Op zeker moment duiken in het landschap verspreid liggende huisjes op die de aanwezigheid van een vissersdorp doen vermoeden. Maar er is iets vreemds aan de hand met die huizen. Naarmate hij verder loopt – steeds verder omhoog wat al vreemd is als je de kant van de zee oploopt - lijken die huisjes dieper weg te zinken in kuilen met loodrechte, metershoge wanden van zand eromheen.
De man wordt aangesproken door een oude man, een visser, veronderstelt hij. Wat volgt is een standaardpraatje met een vreemdeling: wat doe je hier, waar ga je heen.
Hotelletje
Het begint ondertussen al te schemeren en dus vraagt de insectenverzamelaar of er een hotelletje in de buurt is waar hij kan overnachten. Het is immers al te laat om nog naar huis terug te keren.
De visser antwoordt dat er geen hotels zijn, maar wel kan de man overnachten in een van de huisjes. Hij accepteert het aanbod, daalt vervolgens met behulp van een touwladder af langs de steile zandwand en belandt in een krakkemikkig hutje van weinig meer dan één kamer waar een jonge vrouw hem welkom heet. Op zijn verzoek om een bad te mogen nemen om het zand van zich af te spoelen, reageert de vrouw met een ‘Doet u dat liever overmorgen’. Als de man tegenwerpt dat hij er dan al niet meer is, hij blijft maar één nachtje, reageert ze niet.
Verdwenen
Als de man de volgende ochtend ontwaakt, ziet hij dat de touwladder waarlangs hij is afgedaald verdwenen is. Hoe? Waarom? De vrouw geeft er geen antwoord op. Net zomin als op zijn nadrukkelijke mededeling dat hij weg wil. En geleidelijk ontdekt de man dat er geen wegkomen meer aan is, hij zit gevangen tussen het zand. Elke nacht moet hij samen met de vrouw urenlang zandscheppen dat in manden aan touwen omhoog afgevoerd wordt, overdag slapen ze. Eten, water en zo nu en dan andere benodigdheden worden via de manden neergelaten.
Wegkomen
De man doet de ene poging na de andere om weg te komen. Hij probeert langs de wanden omhoog te klimmen, maar stort neer, hij verzint tal van listen, maar vergeefs. En ondertussen dringt het zand dagelijks verder op en raken zijn huid, zijn ogen, zijn lichaamsplooien, alles doordrenkt van het zand.
Uit alle macht probeert de man zich vast te klampen aan zijn zekerheden, maar een voor een laten die hem in de steek. Tot hem niets anders blijft dan zijn eigen naakte zelf. Claustrofobisch, existentialistisch, beangstigend, beklemmend, het zijn stuk voor stuk termen die op dit verhaal van toepassing zijn. Zand is hierna nooit meer het onschuldige goedje zoals we dat kennen van onze eigen Nederlandse stranden.
Sonja de Jong
Kobo Abe – Vrouw van Zand. (Oorspronkelijk gepubliceerd in 1962 als Suna no onna. Uit het Japans vertaald door Luc van Haute). Weerwoord, ISBN 978 94 934 5622 8, 256 pagina’s. € 23,99, september 2026.
