|
Jacob Gelt Dekker |
|
|
|
Dualisme en samensmelting op een zoektocht langs historische wegen in Europa, Azië, het Midden-Oosten en Afrika leiden tot de ontdekking van Potten met Goud, Christendom, Jodendom en Islam gaan in de discussie naadloos in elkaar over vanuit Afro-Aziatische tradities. Kloosterlingen van Vatopedi en Sinaï discussiëren. Pausen, koningen en keizers wedijveren met de wet om de macht. Predestinatie van Augustus tot Luther leidt tot islamitisch fatalisme en Osama bin Laden in Afghanistan. Vanuit de Amsterdamse Gouden Eeuw worden uitgewiste sporen gevolgd, verbanden gelegd en waarheden onthuld. De reis gaat van Amsterdam naar Worms, Genua, Vatopedi, Sofia, Istanbul, Tuva, Samarkand, Khiva, Shiraz, Persopolis, Teheran, Hadramaut, Aden, Harar, Addis Abeba, Khartoem, Meroë Dongola, Aswan, Luxor, Alexandra, Timboektoe en Jeruzalem. Aan het einde van de tocht wacht een onvoorstelbare schat, de allergrootste Pot met Goud. Jacob Gelt Dekker (Oterleek, 1948) publiceerde eerder bij uitgeverij Conserve de bundel columns Persona non Grata in 2007 en de twee de romans Het doel heiligt de middelen – Een Nederlandse werkstudent in Israël eind jaren zestig (eveneens in 2007) en Oorlogskinderen (in 2008). |
|
Jacob Gelt Dekker |
|
|
(Deels) Autobiografische roman |
Masaccio (Tommaso Cassai, 1401-1428, Italiaanse kunstschilder en grondlegger van moderne perspectiefteechnieken) sprak tegen zijn zoon de woorden: ‘Jij bent wie ik was en jij zult zijn, wie ik ben!’ Jacob Gelt Dekker schrijft in deze roman over de relatie tussen de generaties van de Tweede Wereldoorlog, hun kinderen en kleinkinderen. Hoe dezelfde drijfveren van toen, gesublimeerd in nieuwe vormen, een generatie later, een maatschappij vormen die in vele opzichten dezelfde genialiteit en verschrikkingen kent. Jacob Gelt Dekker (Oterleek, 1948). Volgens de pers: ondernemer, weldoener en filosoof. Volgens minder serieuze media: avonturier en excentrieke multimiljonair. Bij Conserve bundelde hij zijn columns in Persona non grata/Ongewenst en publiceerde de roman Het doel heiligt de middelen. Voor 2009 staat de filosofische roman Pot met goud – Een tocht door de geschiedenis en de wereld op stapel. |
|
|
Jacob Gelt Dekker |
|
Columns |
Jacob Gelt Dekker is gewend om te zeggen wat hij denkt. Dat veranderde niet toen hij zich eind jaren negentig op Curaçao vestigde, waar hij een museum, een wetenschappelijk instituut en een hotel begon. Volgens de pers: ondernemer , weldoener en filosoof. Volgens minder serieuze media: avonturier en excentrieke miljonair. Het was even schrikken voor de Curaçaose gemeenschap waar men graag verhullend taalgebruik bezigt. Het kwam hem te staan op meer of minder kleurrijke doodsbedreigingen, acties om hem tot persona non grata van het eiland uit te roepen en bidstonden om hem tot inkeer te brengen. Het eiland waarin hij tot nu toe 50 miljoen Euro investeerde. Jacob Gelt Dekker (Oterleek, 1948) publiceert eveneens bij Conserve in het voorjaar van 2008 zijn avonturenroman Het doel heiligt de middelen. Hoe veelzijdig hij is, blijkt uit het feit dat hij bijna een omvangrijke filosofische roman heeft afgerond die doet denken aan het werk van Michel Tournier. |
|
|
Jacob Gelt Dekker |
|
Roman |
Morele verwording is het kenmerk van iedere oorlog. Zelfs in de naoorlogse dagen van Israëls ideologische vrijheidsoorlog van 1967 – en die van 1973 – was amoraliteit in alle opzichten een geheiligd middel om schier onmogelijke doelen te bereiken. In de bloedige wirwar van tegengestelde belangen van Israëliers en Palestijnen, jeugdige overmoed, traditioneel oeroud paternalisme, liefde en leed strijden twee jonge mensen om het leven. Het doel heiligt de middelen is een avonturenroman, gebaseerd op waargebeurde feiten. Jacob Gelt Dekker (Oterleek, 1948). Volgens de pers: ondernemer, weldoener en filosoof. Volgens minder serieuze media: avonturier en excentrieke multimiljonair. Zijn avonturen beperken zich merendeels tot zakelijke projecten, maar Het doel heiligt de middelen bewijst dat hij in zijn jonge jaren ook fysieke risico's niet uit de weg ging.
|
|
Derde roman Jacques Thönissen bij Conserve over het leven op Aruba |
|
|
|
Na dertig jaar keert Sjiento, alias Ruben, naar zijn geboorteland Aruba terug. In de loop der jaren is hij totaal vernederlandst en tot ongenoegen van zijn Arubaanse moeder heeft hij zijn afkomst stelselmatig verloochend. Maar wanneer hij voet op Arubaanse bodem zet, keert het onbeschrijflijke Aruba-gevoel bij hem terug. Hij leert zijn Arubaanse familie kennen, haalt herinneringen uit zijn kinderjaren op, maar raakt ook verstrikt in onverwachte verwikkelingen, en komt tot zeer pijnlijke ontdekkingen die zijn leven totaal op zijn kop zetten. |
|
Cynthia
Mc Leod |
|
![]() Slavernij in Suriname en Nederlandse Antillen ISBN:
Prijs:
|
Te lang is er gezwegen over
Nederlands aandeel in de transatlantische slavenhandel en over de slavernij
in Nederlandse koloniën. De laatste tijd is de belangstelling over dit
onderwerp echter groeiende. Niet voor niets gedenkt een op 1 juli 2002
onthuld nationaal monument dit slavernijverleden. In het geschiedenisonderwijs
werd en wordt maar weinig aandacht besteed aan dit onderwerp, terwijl de
periode van slavernij toch ruim driehonderd jaar duurde. Daarom weten veel
Nederlanders niet welke voorstelling ze zich moeten maken over de
mensonterende situaties tijdens de slaventransporten en in de omgang met
slaven. Vandaar deze ‘dubbelbundel’ over de slavernij in Suriname en op
de Nederlandse Antillen. SLAVERNIJ EN DE MEMORIE:
Slavernij
in Suriname. Cynthia Mc
Leod hoopt met dit boek de slavernij een waarachtig gezicht te geven; geen
indianenverhalen, geen overdrijving, maar ook geen onderschatting. SLAAF EN MEESTER:
Slavernij
op de Nederlandse Antillen. |
|
|
Eilandzigeuner |
|
Prijs |
Jacques Thönissen, geboren en opgegroeid in Nederland en vier decennia lang woonachtig op Aruba, heeft zich volkomen geadapteerd aan de twee verschillende culturen waarin hij leeft. Dat bleek al uit zijn debuutroman Tranen om de ara, die in 1999 bij Conserve verscheen. In zijn roman Eilandzigeuner heeft hij deze verstrengeling van culturen
geheel als leidmotief genomen. Zloyka, een uit Roemenië afkomstige
zigeuner, is tijdens de Tweede Wereldoorlog als jongeman op de vlucht
geslagen en door toevallige omstandigheden op Aruba terechtgekomen. Deze mysterieuze vioolvirtuoos met zijn zwerfneigingen
heeft maar één verlangen: terugkeren naar zijn grote liefde Djoeshka,
waarvan hij overtuigd is dat ze ergens in Roemenië op hem wacht.
Op Aruba raakt hij bevriend met Jandro, de Arubaanse visser met de Caraïbische
macho-trekken. Jandro, ook muzikaal begaafd en met een lyrische
baritonstem, geniet met zijn familie-orkest tot ver buiten het eiland
bekendheid als de vertolker van het Mexicaanse ranchera-lied. In vlot
vertelde anecdotes worden de hoofdfiguren, vanuit hun eigen achtergrond
geportretteerd, waarbij de verschillen in volksaard, gezagsverhoudingen,
tradities, geloof en bijgeloof, treffend worden beschreven. |
|
|
Dat Albert Helman aan het begin van de jaren vijftig een intrigerend verhaal aan Aruba wijdde, was zelfs de meest ingevoerde kenners van deze belangrijke Surinaamse auteur ontgaan. 'Amor ontdekt Aruba' geeft in een romantische verhaalvorm een kaleidoskopisch beeld van dit Caraïbische deel van het koninkrijk, zoals het er een halve eeuw geleden nog uitzag. Wat heeft Aruba toch ? Wat maakt dit kleine eiland van nog geen tweehonderd vierkante kilometer met zijn honderdduizend inwoners, in ogen van zoveel schrijvers zo speciaal ? Laat u door Albert Helman meevoeren naar dat kleine Caraïbische eiland van vijftig jaar geleden. Albert Helman (1903-1996) behoort tot de meest productieve en meest gelezen Nederlands-Caraïbische auteurs. 'De stille plantage ' (1931), inmiddels behorend tot de klassieken van de Surinaamse literaire traditie, werd in1997 door Conserve herdrukt in de reeks 'Surinaamse Klassieken'. Wim Rutgers, die het nawoord schreef bij 'Amor Ontdekt Aruba', is specialist Nederlands-Caraïbische literatuur en verbonden aan de Universiteit van Aruba. |
|
|
'Ah mi yu'. Ach mijn kind. In deze drie verhalen staat het landskind van Curaçao centraal. Maar wie is een yu di tera ? Is dat de slaaf die uit Afrika weggeroofd, gedwongen werk verricht op de plantage of is het ook het kind van de koloniaal, geboren op Curaçao ? En de koloniaal zelf, die zijn leven slijt op het eiland, wie is hij ? Rosa is een 'verwend' slavenkind dat moet toestaan dat haar kind wordt verwekt en afgenomen door een blank echtpaar dat zelf geen kinderen kan krijgen. Sonja verliest ruim een eeuw later haar kind door een ongeluk dat ze aan de onoplettendheid van haar man Bennie wijt. Maarten is een planterszoon die vanuit het graf gedwongenwordt met Alfonsa, ex-slavin, en weduwe van zijn vader, te trouwen. Het zijn allemaal yu di tera: Landskinderen van Curaçao. Janny de Heer (Oostwold, 1955) woonde vier jaar in Curaçao en deed daar inspiratie op voor haar historische verhalen. |
|
|
Anno 1498. Op de Benedenwindse eilanden is de zieneres Paraná onze getuige bij het aan wal gaan van de eerste blanke: Amerigo Vespucci. Aan het eind van deze roman, een tumultueuze 150 jaar later, is haar volk van de aardbodem verdwenen en staat een nieuwe beschaving op het punt om geboren te worden. De Nieuwe Wereld is dan ingrijpend veranderd, maak ook de oude zal nooit meer dezelfde zijn. Het Spaanse wereldrijk brokkelt af; de Nederlanders bouwen hun veroveringen overzee uit tot pijlers voor een niet eerder beleefde voorspoed. De aanloop naar Curaçao's moderne geschiedenis vormt tegelijk de neergang van de oorspronkelijke bewoners. In het verhaal van Paraná, minnares tegen wil en dank van de Spaanse priester Rodrigo en de creoolse gids Otzen, worden de contouren zichtbaar van de mythologie van een verdwenen volk. In 'Curaçao, mijn hart - Corazón Curaçao bloeit de geschiedenis open als een oerwoudbloem, uit het donkere hart waarvan geuren loskomen die te lang bleven opgesloten. |
|
|
Jacques Thönissen (1939) is Limburger van geboorte, sinds 1962 woonachtig op Aruba en werkzaam in het onderwijs en ervaart het eiland als zijn tweede vaderland. In zijn verknochtheid aan Aruba maakt hij zich zorgen om het zich opdringende verval en de dreigende teloorgang van charme, traditie, normen en waarden, waardoor Aruba zich wist te onderscheiden van de overige eilanden in het Caraïbisch gebied. Via de dromen van Carlos, de Arubaan met de papegaai, laat de auteur in een meeslepende vertelling het Aruba van vroeger herleven. In 'Tranen om de ara' worden we meegevoerd in de vermetele strijd van een getergde Arubaan, tegen de corruptie, de uitbuiting en het machtsmisbruik om hem heen. Gedreven door zijn liefde voor Aruba, durft Carlos, de laatste Arubaanse indiaan, het op te nemen tegen de hedendaagse veroveraars van zijn eiland: zijn Dushi Tera. |