Het mysterie van Albert I - Johan op de Beeck
Werd koning Albert I in 1934 vermoord of was het een ongeval?
Op de Beeck schetst heel geloofwaardig en ook spannend scenario
Hij heeft monnikenwerk verricht, de schrijver Johan op de Beeck. Voor zijn nieuwe thriller onderzocht hij de dodelijke val die de Belgische koning Albert I, een zeer ervaren bergbeklimmer, op 17 februari 1934 maakte vanaf een vrij ongevaarlijke klimrots in de Belgische Ardennen. Vanaf het moment dat zijn lichaam gevonden werd, is getracht deze zaak in de doofpot te stoppen. Maar hoe kon een ervaren alpinist als Albert I hier omlaag storten, waarom lag zijn bril nog bovenop de top, hoe kwam hij aan die twee diepe, nooit nader onderzochte hoofdwonden? Op de Beeck maakt in een spannend verhaal aannemelijk wat menigeen sindsdien al geroepen heeft: de koning is vermoord, de zogenaamde val was een rookgordijn.
Over de auteur
De Vlaamse Johan op de Beeck (Duffel, Antwerpen, 1957) is voormalig journalist en nieuwspresentator. Als schrijver werd hij vooral bekend door zijn vijf historische boeken over Napoleon en door Het verlies van België, over het ontstaan van België, uit 2015. Daarnaast schreef hij inmiddels vier historische thrillers.
Onopgelost mysterie
In Nederland is het niet zo bekend, maar in België vormt de dood van Koning Albert I nog altijd een onopgelost mysterie dat velen bezighoudt. Was het een noodlottige val, zoals de autoriteiten altijd volgehouden hebben? Of ging het om moord en zaten er politieke motieven achter, speelde de geheime dienst van Frankrijk of Duitsland wellicht een rol? In ieder geval is de wijze waarop de zaak afgewikkeld werd bijzonder onbevredigend. Al meteen na de vondst van het lichaam werd als officiële lezing gesproken over een ‘klassiek alpinistenongeluk’. Maar het onderzoek dat daarna volgde bevat, zo ontdekte de journalist Jacques Noterman in 2004, minstens 95 fouten en grove ongerijmdheden. Autopsie vond nooit plaats, de hoofdwonden werden nooit nader onderzocht.
Onderzoek
In Het mysterie van Albert I laat Johan op de Beeck door de dienst Staatsveiligheid een onderzoek instellen. Het ongeval is dan nog slechts enkele weken eerder gebeurd en de dienst vraagt zich af of Duitsland wellicht een belangrijke rol gespeeld heeft (in een uitgebreid nawoord legt Op de Beeck de politieke situatie tussen de twee Wereldoorlogen uit, toen zowel Duitsland als Frankrijk grote druk op de Belgen uitoefende waardoor België in een diplomatiek lastig parket zat en een moordaanslag dus helemaal niet zo onwaarschijnlijk lijkt – SdJ). Staatsveiligheid laat het onderzoek verrichten door (de fictieve) Romain Goethals, tussen 1914 en 1918 kapitein in de Eerste Wereldoorlog en het standaardtype van de privédetective: zuipt liters whisky, is dol op mooie vrouwen en is vastberaden de onderste steen in zijn onderzoek boven te krijgen.
Beeldschoon
Goethals gaat praten met tal van hoogwaardigheidsbekleders, maar ook met de vrouw die op een landgoed woont vlakbij de plek van de val, een beeldschoon Marlène Dietrichachtig type met wie hij meteen na de eerste kennismaking intiem op de sofa belandt. En hoe verder zijn onderzoek vordert, hoe meer Goethals ervan overtuigd raakt dat er inderdaad sprake is geweest van vuil spel en dat tal van vooraanstaande politici daarvan af geweten moeten hebben.
Hypothese
Steeds meer begint Goethals te vermoeden wie de aanstichters van het zogenaamde ongeval geweest zijn en hij weet een ijzersterke hypothese van wat werkelijk plaatsgevonden heeft uit te werken. Maar hardmaken kan hij het niet.
Op de Beeck toont zich in dit boek, waarin hij feiten en fictie, mensen die werkelijk bestaan hebben en andere die aan zijn fantasie ontsproten zijn op knappe wijze tot een eenheid smeedt, van zijn sterkste kant. Er lijkt werkelijk geen speld tussen te krijgen: de meest geliefde koning van België, de man die zich in de Eerste Wereldoorlog altijd bij zijn manschappen in de buurt van het front bevond, is vermoord. En de daders deinzen nergens voor terug om dat te verdoezelen. Maar de tegenpartij al evenmin.
Eén zin speciaal bleef bij mij hangen. Als Goethals in Parijs een groep woedende demonstranten ziet, verzucht hij: Allemaal mensen die hun mening een feit vinden en de mening van anderen een leugen. Het is de kern van al onze politieke en maatschappelijke problemen, van nu en van vroeger, in één zin samengebald.
Sonja de Jong
Johan op de Beeck – Het mysterie van Albert I, Horizon, ISBN 978 94 641 0458 5, 287 pagina’s, € 24,99, juli 2026
