|
De patiënten zijn de nieuwe helden |
|
|
Interviews |
Het initiatief voor een Kliniek voor vroeg-diagnostiek van Borstkanker voor de hele bevolking van Curaçao bracht oncoloog prof. dr. Bob Pinedo en filantroop-schrijver Jacob Gelt Dekker samen. Een boekje over de ervaringen van borstkankerpatiënten lag voor de hand. Bob stelde zijn stelde zijn levenslange ervaring, als leidinggevend oncoloog, direct ter beschikking voor de redactie. Jacob Gelt Dekker (Oterleek, 1948) publiceerde eerder bij uitgeverij Conserve de bundel columns Persona non Grata in 2007 en de drie romans Het doel heiligt de middelen – Een Nederlandse werkstudent in Israël eind jaren zestig in 2007, Oorlogskinderen in 2008 en Pot met Goud in 2009. |
|
Reeds aangekondigde roman haakt in op thema Boekenweek |
|
|
Roman (reeds aangeboden) |
De verjaardag van de eenentwintigjarige Twiske Fleurs is voorbij. Het is de volgende ochtend. Haar vader ruimt de slingers op en de lege flessen. Tussen de cadeaus ontdekt hij een manuscript dat met kleurrijke strikken en linten is versierd. Hij maakt het open en begint te lezen. De feestmuziek klinkt nog in zijn oren. Vanaf de eerste regel verandert zijn leven. Hij ontdekt de geheime, verborgen geschiedenis van zijn dochter. Zij leefde in kraakpanden en was betrokken bij de legendarische ontruiming van De Grote Wetering in 1981. Daarna leidde ze een zwervend bestaan. Jarenlang was zijn dochter onvindbaar. Met haar verjaardag zorgt Twiske Fleurs voor een verrassing voor haar vader. Kester Freriks (Jakarta, 1954) schreef een omvangrijk oeuvre van romans , verhalen, poëzie en toneel. Hij werd bekroond met de Van der Hoogt-prijs 1982 voor het beste romandebuut Hölderlins toren. Bij Conserve verschenen de romans Madelon- het verborgen leven van Madelon Székelyu-Lulofs en Dahlia’s en sneeuw. Zijn non-fictieboeken De valk en Vogels kijken verwierven grote bekendheid. Over Dahlia’s en sneeuw: ‘Freriks weet de verstrengeling van melancholie, machteloosheid en liefdevolle herinneringen op poëtische wijze te raken’ (NRC Handelsblad) en over Madelon: ‘Een heel mooie roman.’ |
|
Jacob Gelt Dekker |
|
|
|
Dualisme en samensmelting op een zoektocht langs historische wegen in Europa, Azië, het Midden-Oosten en Afrika leiden tot de ontdekking van Potten met Goud, Christendom, Jodendom en Islam gaan in de discussie naadloos in elkaar over vanuit Afro-Aziatische tradities. Kloosterlingen van Vatopedi en Sinaď discussiëren. Pausen, koningen en keizers wedijveren met de wet om de macht. Predestinatie van Augustus tot Luther leidt tot islamitisch fatalisme en Osama bin Laden in Afghanistan. Vanuit de Amsterdamse Gouden Eeuw worden uitgewiste sporen gevolgd, verbanden gelegd en waarheden onthuld. De reis gaat van Amsterdam naar Worms, Genua, Vatopedi, Sofia, Istanbul, Tuva, Samarkand, Khiva, Shiraz, Persopolis, Teheran, Hadramaut, Aden, Harar, Addis Abeba, Khartoem, Meroë Dongola, Aswan, Luxor, Alexandra, Timboektoe en Jeruzalem. Aan het einde van de tocht wacht een onvoorstelbare schat, de allergrootste Pot met Goud. Jacob Gelt Dekker (Oterleek, 1948) publiceerde eerder bij uitgeverij Conserve de bundel columns Persona non Grata in 2007 en de twee de romans Het doel heiligt de middelen – Een Nederlandse werkstudent in Israël eind jaren zestig (eveneens in 2007) en Oorlogskinderen (in 2008). |
|
Jacob Gelt Dekker |
|
|
(Deels) Autobiografische roman |
Masaccio (Tommaso Cassai, 1401-1428, Italiaanse kunstschilder en grondlegger van moderne perspectiefteechnieken) sprak tegen zijn zoon de woorden: ‘Jij bent wie ik was en jij zult zijn, wie ik ben!’ Jacob Gelt Dekker schrijft in deze roman over de relatie tussen de generaties van de Tweede Wereldoorlog, hun kinderen en kleinkinderen. Hoe dezelfde drijfveren van toen, gesublimeerd in nieuwe vormen, een generatie later, een maatschappij vormen die in vele opzichten dezelfde genialiteit en verschrikkingen kent. Jacob Gelt Dekker (Oterleek, 1948). Volgens de pers: ondernemer, weldoener en filosoof. Volgens minder serieuze media: avonturier en excentrieke multimiljonair. Bij Conserve bundelde hij zijn columns in Persona non grata/Ongewenst en publiceerde de roman Het doel heiligt de middelen. Voor 2009 staat de filosofische roman Pot met goud – Een tocht door de geschiedenis en de wereld op stapel. |
|
|
Kester Freriks |
|
Roman |
In zijn nieuwe, zevende roman Dahlia’s en sneeuw beschrijft Kester Freriks op aangrijpende wijze de gedachtewereld van een oudere vrouw. Terwijl een modelschilder haar portretteert, vertelt mevrouw Julia Wensiez-Lankhorst de schilder haar levensverhaal. Haar herinneringen zijn vol poëzie. Ze gaan over de liefdes in haar leven, over haar jeugd, haar opwindende meisjesjaren, haar vriendinnen en tot slot haar ervaringen als moeder. De vrouw bezit de kracht sterker te zijn dan haar lot. Dankzij haar vertellingen vindt zij troost. Nooit eerder zijn de belevenissen van een vrouw zo ontroerend vanuit haar innerlijk beschreven. Zie voor de volledige Boekenweektournee van Kester Freriks zijn website www.kesterfreriks.nl |
|
|
Jacqueline Zirkzee |
|
Historische roman |
De jonge Eva raakt verstrikt in het web van de fanatieke ‘heksenbisschop’ van Bamberg. Wanneer zij een brief vindt die geschreven is door één van zijn slachtoffers komt haar leven in gevaar. Het reisgezelschap waarmee Eva het bisdom ontvlucht, neemt een geheime missie op zich. Hun avontuurlijke zoektocht naar verlossing en vrijheid voert de reisgenoten dwars door oorlogvoerend Duitsland naar de rebelse Republiek aan de Noordzee. Kunnen zij hun opdracht uitvoeren? Wat zal de toekomst bieden voor de overlevenden van Het Heksenhuis? Want ook de vrijheid kent zijn prijs… In het bisdom Bamberg werden verdachten van hekserij vastgehouden in een speciaal voor dat doel gebouwde gevangenis, Het Heksenhuis. Een van de gevangenen schreef kort voordat hij ter dood werd gebracht op de brandstapel een brief aan zijn dochter. Dit document uit 1628 vormde de inspiratiebron voor Het Heksenhuis, waarin Jacqueline Zirkzee op oorspronkelijke en overtuigende wijze een beeld schetst van de onvoorstelbare gebeurtenissen uit deze tijd. De auteur is historica en journaliste. Jacqueline Zirkzee (Leiden, 1960) schreef eerder de epische roman Mykene over het oude Griekenland en Het Boek van Tristan en Isolde, een liefdesverhaal uit de vroege middeleeuwen. De avonturenroman Het Heksenhuis vormt een weerspiegeling van haar historische kennis en talentvol schrijverschap. Ze werkt nu aan een jubileumboek over 25 jaar uitgeverij Conserve. |
|
|
Henk ten Berge |
|
Roman |
In de oorlog kon je lachen en spannende avonturen beleven. Er gebeurde eindelijk iets in de saaie samenleving. Veel jongens en meisjes, de (groot)ouders van nu, genoten ervan, hoe paradoxaal dat ook klinkt. Zij waren te jong om opgepakt te worden maar oud genoeg om overal met hun neus bovenop te staan en precies te beseffen wat er aan de hand was. Ze groeiden spelenderwijs in hun rol. Ze voerden spontaan oorlog op hun manier, veranderden hun clubjes in verzetsgroepen en namen naarmate de oorlog vorderde rol van de ouderen over. Tientallen jaren later realiseren zij zich dat wat zij eerst spannend en leuk vonden, in feite levensgevaarlijk en dramatisch was. Dan verandert de lach in een traan. Henk ten Berge werkte als journalist, schreef voor tv-series en publiceerde een aantal boeken w.o. De Pleitvader, De droom van Hollywood, Johan Cruijff is ongeneeslijk beter en Spiegel van de Lage Landen. Voor Hier schijnt de zon schreef hij een verhaal over de debuterende Jan de Hartog en een bijzondere inleiding bij Het Kamp Schoorl.
|
|
|
Lucas Zandberg |
|
Roman over keizerin Sisi |
Tijdens haar Griekse les ontvangt keizerin Elisabeth van Oostenrijk (Sisi) een onheilsbericht. Haar enige zoon, kroonprins Rudolf, is samen met zijn minnares dood aangetroffen in zijn jachtslot te Mayerling. Eerst denkt het Weense hof aan moord, maar dan wordt duidelijk dat de geliefden een fataal liefdespact hebben gesloten. In twee kunstig met elkaar verweven verhaallijnen volgen we de legendarisch mooie Sisi voor en na deze zwarte dag. Ondanks de grenzeloze liefde van keizer Franz Joseph voelt zij zich al snel een gevangene van het hofceremonieel. Een knappe Hongaarse graaf, een veeleisende schoonmoeder en twee Belgische prinsessen kruisen haar levenspad. Maar vooral met haar kinderen heeft ze een unieke band. Met steeds wisselende passies, van paardrijden tot poëzie, probeert Elisabeth een invulling aan haar leven te geven. De reislustige keizerin slaat uiteindelijk steeds meer op de vlucht, haar eigen noodlot tegemoet reizend. Lucas Zandberg (1977) werd na een talenstudie redacteur bij een uitgeverij. Daarnaast is hij boekrecensent. Sisi's winterlied is zijn eerste roman. |
|
|
Jacob Gelt Dekker |
|
Roman |
Morele verwording is het kenmerk van iedere oorlog. Zelfs in de naoorlogse dagen van Israëls ideologische vrijheidsoorlog van 1967 – en die van 1973 – was amoraliteit in alle opzichten een geheiligd middel om schier onmogelijke doelen te bereiken. In de bloedige wirwar van tegengestelde belangen van Israëliers en Palestijnen, jeugdige overmoed, traditioneel oeroud paternalisme, liefde en leed strijden twee jonge mensen om het leven/ Het doel heiligt de middelen is een avonturenroman, gebaseerd op waargebeurde feiten. Jacob Gelt Dekker (Oterleek, 1948). Volgens de pers: ondernemer, weldoener en filosoof. Volgens minder serieuze media: avonturier en excentrieke multimiljonair. Zijn avonturen beperken zich merendeels tot zakelijke projecten, maar Het doel heiligt de middelen bewijst dat hij in zijn jonge jaren ook fysieke risico's niet uit de weg ging. Voor videoverslag boekpresentatie klik naar www.jacobgeltdekker.com |
|
|
|
|
Roman |
Johnny Hurlum, het meisje April en De Natte Knaap zijn de centrale figuren in Efter ham. Johnny is echt, en dat zijn zijn begeleiders ook in zijn ogen. Met als uitgangspunt een ogenschijnlijk onbeduidende moord, die wordt begaan in Schotland en waarvoor Johnny de verantwoordelijkheid op zich neemt, maar waarvoor hij niet gestraft wil worden, verlaten de drie de veilige waanzin die heerst in de psychiatrische inrichting waar ze verblijven, en worden ze de monumentale gekt van de buitenwereld in gejaagd... Na hem verscheen voor het eerst in 1980 in het Deens en werd tien jaar later herdrukt. Jan Bredsdorff werd in 1942 geboren in Denemarken en hij is opgegroeid in het na-oorlogse Londen en Cambridge. Hij heeft een aantal keren langere tijd in China doorgebracht. Zijn boek Revolution tur/retur (Revolutie vice versa) werd aan vijf buitenlandse uitgeverijen verkocht waaronder Engeland en Amerika. Hij legde recent de hand aan zijn memoires waarin China ook weer een grote rol speelt. Jan Bredsdorff woont en werkt nu op Bali, waar hij veel Amerikaanse schrijvers vertaalt, zoals Paul Auster en Frank Mc Court. Over Na hem schreef Poul Borum in de Deense krant Ekstra Bladet: 'Jan Bredsdorff heeft de beste roman van dit jaar geschreven. Hij heet Efter ham en is vreselijk grappig, spannend, choquerend en totaal anders. De roman gaat over vrijheid, gevoeligheid en fantasie. Je kunt er iets mee. Er worden veel goede romans geschreven in Denemarken; solide, mooie, bekwame, menselijke. Maar dit is totaal iets anders. Een aangeschoten en gek boek, dat bij deze tijd past, dat de lezer in zijn greep houdt en hem/haar in het rond slingert. Efter ham is een pakkend boek.' 'Ongewone en meeslepende roman over onderweg zijn of aankomen, een strijdschrift tegen de werkelijkheid... Jan Bredsdorff heeft een kosmopolitische roman geschreven voor iedereen die er een bewijs van heeft mens te zijn... Het gaat misschien te ver om Efter ham de beste roman van dit jaar te noemen, maar één van de beste Deense romans is het wel.' - Birthe Meiland in de Deense krant Sjaellands Tidende. 'De verbazingwekkende nieuwe roman van Jan Bredsdorff... Jan Bredsdorff kan schrijven, wat een pluspunt! Dat kon hij voorheen ook al, bijvoorbeeld in enkele geprezen boeken over China, maar in de nieuwe roman Efter ham schrijft hij opdringerig goed.' - Bent Mohn in de Deense krant Politiken. |
|
Roman over Madelon Székely-Lulofs en de stervende moeder van de hoofdpersoon die net als Madelon Lulofs is opgegroeid in Nederlands-Indië |
|
|
|
Een onverbiddelijke Nederlandse bestseller heet Rubber, geschreven door de Nederlands-Indische schrijfster Madelon Székely-Lulofs. Het geruchtmakende boek over de planters in de Indische archipel verscheen in de jaren dertig en leidde tot vragen in de Tweede Kamer. In zijn nieuwe roman beschrijft Kester Freriks het verborgen leven van Madelon Székely-Lulofs. Het gaat over haar liefdes, het tropenbestaan, haar huwelijk en kinderen. De roman begint op het ogenblik dat de moeder van de hoofdpersoon stervende is. Zij lijdt aan dementie. Net als Madelon Lulofs is zij opgegroeid in Indië. |
|
Romandebuut Surinaamse schrijfster die in Amerika woont |
|
|
|
Liefhebbers van romantiek zullen de eersteling van deze nieuwe Surinaamse auteur die grotendeels in Amerika woont, met open armen verwelkomen. Soecy Gummels schrijft met veel levenslust en een groot gevoel voor de liefde. Ze heeft een prachtige liefdesgeschiedenis gecreëerd met een opwindende plot en goed uitgewerkte personages. En daarbij iets tot stand gebracht waar veel auteurs in dit genre niet in slagen: een verhaal met diepgang, dat om een romance draait. Wie van romances houdt: koop dit boek, om te lezen en te herlezen. Het verscheen eerder in de V.S. onder de titel
Seeds of Hope. |
|
Herman
Keppy |
|
|
|
Het decor - Missouri, een prachtige bosrijke staat
met een aangenaam klimaat die de geschiedenis ademt
van het Wilde Westen. |
|
|
Kees
de Both
|
|
|
Net aangekomen uit de provincie
raakt de nog ietwat schuchtere, maar ambitieuze eerstejaarsstudent Roderik
Hartman verzeild in het bezette Maagdenhuis. Hier leert hij de aankomende
juriste Hilly kennen, die tot de kern van de actievoerders behoort. Het is
het begin van hun samengaan, dat al snel leidt tot een huwelijk. Zijn ambities leeft Roderik uit in het onderwijs. Dit gaat niet zonder slag of stoot. Als een moderne Machiavelli schuwt Roderik Hartman weinig middelen, wanneer het erom gaat zijn doel te bereiken. Hilly is hierbij zijn steun en toeverlaat. Maar zij
blijft dit niet alleen. Als er een fusie plaatsvindt, wordt de attractieve
bedrijfskundig psychologe-in-opleiding Camilla Brandligt aangetrokken om te
adviseren. Hartman raakt gefascineerd door haar. Samen bezoeken zij het
spirituele centrum Laliba, waar in de sauna tussen hen een indringend
gesprek ontstaat over macht, hartstocht en alles wat er in organisaties
verder borrelt onder de oppervlakte. Kees de Both (Amsterdam, 1944) studeerde psychologie en Nederlands. Hij was directielid van een hogeschool en is nu adviseur. Hij schrijft over arbeids- en organisatievraagstukken. Daarnaast vertaalde hij Duitse literatuur. |
|
|
Jacques Thönissen |
|
Prijs
|
Jacques Thönissen, geboren en opgegroeid in Nederland en vier decennia lang woonachtig op Aruba, heeft zich volkomen geadapteerd aan de twee verschillende culturen waarin hij leeft. Dat bleek al uit zijn debuutroman Tranen om de ara, die in 1999 bij Conserve verscheen. In zijn roman Eilandzigeuner heeft hij deze verstrengeling van culturen
geheel als leidmotief genomen. Zloyka, een uit Roemenië afkomstige
zigeuner, is tijdens de Tweede Wereldoorlog als jongeman op de vlucht
geslagen en door toevallige omstandigheden op Aruba terechtgekomen. Deze mysterieuze vioolvirtuoos met zijn zwerfneigingen
heeft maar één verlangen: terugkeren naar zijn grote liefde Djoeshka,
waarvan hij overtuigd is dat ze ergens in Roemenië op hem wacht.
Op Aruba raakt hij bevriend met Jandro, de Arubaanse visser met de Caraďbische
macho-trekken. Jandro, ook muzikaal begaafd en met een lyrische
baritonstem, geniet met zijn familie-orkest tot ver buiten het eiland
bekendheid als de vertolker van het Mexicaanse ranchera-lied. In vlot
vertelde anecdotes worden de hoofdfiguren, vanuit hun eigen achtergrond
geportretteerd, waarbij de verschillen in volksaard, gezagsverhoudingen,
tradities, geloof en bijgeloof, treffend worden beschreven. |
|
|
Nederlandse
variant van de ‘metaphysical novel’, debuut van Reve-kwaliteit |
|
Prijs: |
De val van Icarus is een Nederlandse variant van de
‘metaphysical novel’. Niet in de handeling, maar in de met opzet
vertraagde verfilming van de werkelijkheid ligt de spanning van deze roman,
waarmee Peter Akkerman debuteert. De ondergang van de hoofdpersoon S.B., die in zijn
studententijd op homo-erotische dwaalwegen geraakt, blijft in de
zaterdagmiddagdrukte van een provinciestad bijna volkomen onopgemerkt; het
is niet de enige overeenkomst van de roman met het gelijknamige schilderij
van Pieter Brueghel. De door niemand waargenomen castastrofe geeft aan de
dagelijkse dingen een onvervreemdbaar en raadselachtig gezicht. Peter Akkerman (1952) was na een studie Duits en geschiedenis enige jaren leraar in het middelbaar onderwijs. Vanaf 1980 werkt hij als freelance-vertaler en woont afwisselend in Amsterdam en Berlijn. |
|
|
Ton van Reen |
|
Prijs |
In de gevoelswereld van de auteur Ton van Reen spelen de zelfgenoegzame leden van de georganiseerde samenleving een uiterst sinistere rol. Wreedheid, vreemdelingenhaat en bloeddorst liggen achter hun oppervlakkig zo fatsoenlijke gedrag voortdurend op de loer. De oorlog als georganiseerde moord brengt dit kwaad van de ordelievenden het duidelijkst aan de dag, maar eigenlijk houdt de oorlog nooit op. Dieren en de meest kwetsbare mensen zijn er voortdurend het slachtoffer van. In De moord gaat het om een wonderlijke ‘familie’ van onmaatschappelijken, bestaande uit een kermisgast met een stijve nek die Cherubijn heet, een hoertje van twee legers, een onnozele koeienmelker, een marmot die de kost verdient en het loslopend jongetje dat het verhaal vertelt. Ze gaan in een woonwagen op weg naar de Lichtstad Kork op uitnodiging van de burgemeester, maar als ze daar eenmaal zijn aangekomen neemt het geordend bestel gruwelijke wraak op ‘het sprookje’. ‘Geallieerde militairen en burgers’ – de massa die het heilig gelijk aan haar kant heeft – vermoorden het meisje, de marmot wordt gestenigd en de rest van de familie verjaagd. De helden van Ton van Reen (1941, Waalwijk) behoren
zonder uitzondering tot de kwetsbaren en de slachtoffers: eenzame kinderen,
hoeren, landlopers, kermisgasten, zonderlingen. Dat zijn in zijn boeken niet
allemaal heiligen, maar het zijn in elk geval mensen met gemengde gevoelens.
Telkens opnieuw wordt een idylle van kinderlijkheid, spontane natuurlijkheid
en poëzie ruw verscheurd door de botte boosheid van buiten. |
|
Peter Dicker |
|
|
Prijs |
Wim Vaal diende van 1955 tot 1960 in het Franse Vreemdelingenlegioen. Bij
het eerste regiment parachutisten nam hij in 1956 als waarschijnlijk enige
Nederlander deel aan de dropping op Port Saďd en raakte bij de acties bij het
Suezkanaal gewond. Hij werd even zo vaak onderscheiden en bracht het
ongekend snel tot de rang van onderofficier. Na zijn afwaaien in 1960 hielp
de BVD mee hem in de armen van de CIA en van de Franse geheime dienst te
drijven. Daar wijde hij nog tien jaar zijn beste krachten aan ‘het behoud
van de vrije wereld’. Een verhaal zoals in deze documentaire-roman wordt verteld, kon maar zelden eerder worden opgetekend. En al helemaal nooit uit de mond van een Nederlander. Auteur Peter Dicker kon rekenen op de toegewijde steun van Wim Vaal zelf, die zich inmiddels aan de Côte D’Azur gevestigd heeft. Peter Dicker (1952) publiceerde bij Conserve zijn debuutverhalenbundel De wolvebron, de romans Curaçao, mijn hart en Ithaka en de vertaling van Vassilis Vassilikos’ roman K. Voor Freek de Jonge stelde hij de bloemlezing De rode draad samen. Zijn prozagedicht Otzens Happy Hour werd bekroond met de jaarprijs van het Corps Consulaire op Curaçao. |
|
Johan
Fabricius |
|
|
Prijs |
‘Mijn Bali-roman Eiland der Demonen uit 1941 is geďnspireerd op de figuur van Ni Pollok. Toen ik in 1935 vrij lang op Bali was, heb ik haar leren kennen als de beeldschone vriendin van Adrien Jean le Mayeur de Merprčs – een adellijke Belgische schilder – die aan de zuidkust van Bali woonde, bij Sanur, waar later het fameuze Bali Beach Hotel verrezen is. Daar in een bescheiden bamboehuis, woonde Le Mayeu rmet haar en nog drie andere meisjes als God in Frankrijk. Pollok was niet alleen een mooi meisje, ze was ook heel beschaafd., heel stil en bescheiden. Ze zat met ons aan tafel met een natuurlijke vrijmoedigheid, die een Javaanse niet zo gauw opgebracht zou hebbem, op Bali ligt de man-vrouw verhouding anders.’ Citaat uit een gesprek van Tony van Verre met de veelzijdige schrijver Johan Fabricius (1899-1981) over de roman die speelt op het goddelijke eiland Bali. Fabricius is de schepper van een rijk oeuvre aan jeugdboeken en romans die vooral spelen in Italië en Nederlands Indië en Indonesië. Karti (Ni Pollok) en Gustavsson (Le Mayeur) staan model voor twee belangrijke personen in het boek, dat oorspronkelijk verscheen in 1941 bij de Unie Bibliotheek in Batavia. Vandaar ook dat op het omslag een krijttekening van Le Mayeur van Pollok is afgebeeld, op wie ook Soekarno een welgevallig oog liet vallen, siert. Dit is de zesde druk van het boek, dat wordt gelardeerd met talloze sfeerfoto’s van Bali uit de jaren dertig van Fabricius’s vrouw Ruth, ingeleid door zoon Jelle Fabricius en is voorzien van een nawoord door kunsthistorica Cathinka Huizing, die samen met haar man Jop Ubbens een biografie schreef over Le Mayeur. |
|
M.H. Székely-Lulofs |
|
|
Prijs | 'Rubber', de debuutroman van Madelon Székely-Lulofs (1899-1958) speelt op een rubberonderneming op Oost-Sumatra. Het is tevens de beschrijving van een cruciale tijd, waarin de Deliaanse planterssamenleving een duizelingwekkende ontwikkeling doormaakt en waarin - tot de crisis van 1929 - veel geld wordt verdiend en verteerd. Madelon Székely-Lulofs weet er alles van. Geboren in Soerabaja als dochter van een bestuurder trouwt ze met een rubberplanter. Ze komt als één van de eerste vrouwen in een internationale mannengemeenschap. Hoe die daarop reageerde, staat in 'Rubber'. De grote verdienste van Madelon Székely-Lulofs is dat zij afstand kan nemen van de voor haar zo vertrouwde wereld. Zij verplaatst zich bovendien gemakkelijk in de stille verbijstering van de koelies en de inlandse bedienden met wie ze is opgegroeid. 'Rubber' is een roman en een document tegelijk. Al voordat het boek in de handel is, voorziet de schrijfster dat haar onderwerp tumult zal geven. Ze krijgt gelijk. Mede door een lawine aan kritieken is 'Rubber' meteen een bestseller. 'Rubber' wordt in vijftien talen vertaald en verfilmd. 'Rubber' is vanaf 1952 alleen nog maar verschenen in een sterk ingekorte versie. Ten onrechte, vandaar deze integrale uitgave. |
|
M.H. Székely-Lulofs |
|
|
Prijs | 'De hongertocht' neemt een bijzondere plaats in binnen het werk van Madelon Székely-Lulofs (1899-1958). Spelen al haar vroegere werken op de Delische rubberplantages, met 'De hongertocht' komen we terecht in de nadagen van de Atjehoorlog (1873-1914). Madelon Székely-Lulofs schrijft de roman op basis van het patrouilleverslag van onderluitenant Nutters. In 1911 leidt Nutters een rampzalige expeditie in de dan nog nauwelijks in kaart gebrachte oerwouden van Atjeh. De militaire colonne verdwaalt en wordt, na bijna een maand zonder voedsel te hebben rondgezworven, gevonden door een hulppatrouille. Negentien manschappen sterven de hongerdood. Twintig jaar nadien is Nutters nog altijd bezig met de gebeurtenissen van 'zijn' tocht die de militaire handboeken is ingegaan als voorbeeld hoe het niet moet. Hij stuurt de oorspronkelijke patrouillerapporten naar Madelon Székely-Lulofs met het verzoek er een roman van te maken. De schrijfster gaat ermee aan de slag, hoewel ze vindt dat ze, juist door de veelheid aan informatie, weinig speelruimte heeft. Bovendien kijkt Nutters haar op de vingers. Het resultaat: een overtuigende en daarbij spannende roman die klopt tot in de kleinste details. 'De hongertocht' is een hoogtepunt in de Indische literatuur. |
|
Carl Tewes |
|
|
ISBN | September 1898. Carl Tewes (1938), filmproducent/auteur, geďnspireerd door de roman 'De hongertocht van 1911' van Madelon Székely-Lulofs, ziet met de verfilming van de tv-dramaserie 'In naam der koningin' , een NCRV-TEWES-produktie, en mede als auteur van de gelijknamige roman, een lang gekoesterde wens in vervulling gaan. Sinds 1976 waarin hij o.a. de tv-serie 'De Kris Pusaka' op locatie in Indonesië succesvol produceerde heeft het realiseren van 'In naam der koningin' als rode draad door zijn carričre gelopen. |
|
Prijs | In onze moderne samenleving komt macht al lang niet meer uit de loop van een geweer. Zij schuilt in de beeldschermen van de computers op financiële beurzen, waar in een fractie van een seconde fortuinen worden gemaakt. En in de televisieschermen, waarmee mediamagnaten de mening vormen van de hersenloze massa's. 'K' is een documentaire-roman over dat nieuwe aangezicht van de macht. Het berust op de geschiedenis van George Koskotás, die begin jaren tachtig als berooide balling terugkeerde naar zijn vaderland Griekenland om er zich een weg naar de top te bluffen. Van bankbediende werd hij eigenaar van de Bank van Kreta, verwierf kranten, radio- en tv-stations en de voetbalclub Olympiakos. In zijn onvermijdelijke val sleepte hij de regering van Andreas Papandreou mee. Vassilis Vassilikos (1934) is een vruchtbaar romanschrijver. In de jaren zestig brak hij door op het wereldpodium met 'Z', dat werd verfilmd door Costa Gavras met in de hoofdrol Yves Montand. Vertaler Peter Dicker debuteerde in 1994 met de verhalenbundel 'De wolvebron'. Hij verbleef lange tijd in Griekenland. |
|
Rob van Olm |
|
|
Prijs | 'Na de eerste rit in de eerste auto van mijn vader werd er een foto van ons genomen. De laatste van mijn zusje Coby. Ik heb hem vaak bekeken. Het komt nog wel eens voor dat ik in de auto stap en de geur ruik die toen in onze auto hing. Het moet vroeg in de morgen zijn, een uur of negen, en de zon moet een paar uur op de auto hebben geschenen. Soms hangt die geur er dan, als ik geluk heb.' Na de dood van zijn zusje vervreemdt de negenjarige Eddie van zijn gezin. De moeder zuigt hem en zijn broer Peter mee in haar verdriet, waaraan ook later niet meer te ontkomen is. 'Coby, mijn zusje' is een aangrijpende roman over de dood van een jong meisje en de gevolgen daarvan. Van Rob van Olm (1947) verscheen in 1996 bij Uitgeverij Conserve 'Verloren dagen', een roman over de Spaanse burgeroorlog. In 1998 verscheen 'Recht al barste de werel', een journalistiek boek over Reina Prinsen Geerligs en de ondergang van de verzetsgroep CS-6. |
|
Michael Kernan |
|
|
Prijs | Will Stede, weggelopen van een Caraďbische plantage, monstert aan op het schip van kaperkapitein Head. Na een harde leerschool in de ruwe piratenwereld brengt hij het tot stuurman en vertrouweling van de kapitein. Op een dag gaat het schip bij een zeegevecht in vlammen op en zinkt, mét kapitein Head en een eerder buitgemaakte goudschat. De bemanning heeft het nakijken. Na vele omzwervingen die hem o.a. naar Madagascar voeren verstigt Will zich aan wal. Een mysterieuze brief brengt hem opnieuw in contact met de doodgewaande Head. Diens royale nalatenschap blijkt een staartje te hebben in de vorm van een schatkaart. Als Will daarmee naar Engeland verdwijnt wordt hij achtervolgd en tenslotte achterhaald. En pas dan komt de lezer erachter wat hij al die tijd heeft gelezen: het verhaal dat voorafgaat aan het bekende boek 'Schateiland' van Robert Louis Stevenson. Michael Kernan (1927) was 23 jaar redacteur van de Washington Post. Hij schreef eerder een non-fiction-boek over de ervaringen van een jonge, Britse mijnwerker bij de slag om de Somme in WO I. Bij Conserve publiceerde hij in 1997 zijn eerste roman 'De verdwenen dagboeken van Frans Hals'. |
|
Merlyn
Frank |
|
|
Prijs |
Merlyn Frank, die in 1998 debuteerde met Koosje – een dinsdagskind, een tijdsbeeld van de jaren 1930-’43, volgt in deze autobiografische roman de belevenissen van een meisje van dertien tot haar dertigste levensjaar. Ze schildert het wankel evenwicht tussen willoze vervreemding en sluimerend verlangen naar identificatie. De jonge vrouw - maar vooral de lezer - wordt geconfronteerd met een paar pijnlijke situaties: verbroken banden en geveinsde gevoelens, maar ook met veel vrolijke: frustraties, misverstanden en (schijn)heiligheden. De titel had ook ‘zoeken naar Michiel’ kunnen zijn, want het was een jarenlange, vaak onbewuste, zoektocht naar haar stille liefde M, haar alter ego. Naar zichzelf. |
|
|
Peter
Dicker |
|
Prijs
|
In de maartdagen van 1999 ontkomt een journalist aan het geweld in Kosovo. Zijn vlucht voert hem naar het voor de Albanese kust gelegen Corfu, dat hij nog kent van een vakantiereis. Na zijn kijkje in de onderwereld lacht dit eiland hem toe als een paradijstuin. Totdat een ten dode opgeschreven beeldend kunstenaar hem verstrikt in een plan om de onsterfelijheid te verwerven. In de aanloop naar het Griekse Paasfeest krijgt hun geschiedenis het beklemmende karakter van een odyssee. Tegen de achtergrond van de bombardementen van de NAVO houdt het tweetal Europa en haar cultuur tegen het licht. En probeert het de dood om de tuin te leiden. In de apotheose ontdoet de hoofdpersoon zich als een slang van zijn oude huis. Gestorven, en herrezen. Of van een waan genezen? Peter Dicker (1952) gaf een eerste weerslag van zijn reizen in Griekenland en van een langdurig verblijf op Corfu in de verhalenbundel De wolvebron. Eveneens bij Conserve verscheen zijn vertaling uit het Griekse van Vassilikos’ roman K. Voor Freek de Jonge stelde hij de bloemlezing De rode draad samen. De roman Curaçao, mijn hart was zijn gedenkteken voor de indianen die het slachtoffer werden van het koloniaal bewind op de benedenwinden. |