|
Unieke beschrijving van verzetsman, die uiteindelijk terecht komt in Hollywood |
|
|
Autobiografie met veel foto’s |
Mei 1940: de 20-jarige cavalerist Tonny van Renterghem voert zijn peloton aan in man-tegen-man gevechten met Duitse parachutisten bij Den Haag. Zijn huzarenregiment biedt heftig weerstand. Het pantserafweergeschut en de Nederlandse luchtafweer halen een groot deel van de Duitse luchttransportvloot neer, waardoor de invasie in Engeland verijdeld is. De Nederlandse capitulatie op 14 mei komt voor Van Renterghem als een volkomen verrassing die hij weigert te accepteren. Tonny van Renterghem (Amsterdam, 1919) overleed op 19 juli in Sequim, Verenigde Staten. Hij heeft in dit boek zijn herinneringen realistisch en met de nodige humor beschreven. Hij publiceerde in 1996 bij Kosmos het succesvolle boek Het geheim van Sinterklaas en de Kerstman. Susanne Severeid, de veel jongere echtgenote van Van Renterghem, heeft met hem gewerkt aan De laatste huzaar. Zij is de schrijver van The Death of Milly Mahoney, in 2009 door Conserve gepubliceerd onder de titel De dood van Milly. Cor Suijk, CEO Emeritus of the Anne Frank House and President of the Contemporary Holocaust Education Foundation in New York over De laatste huzaar: Zie ook de website www.laatstehuzaar.com. |
|
|
Jacob Gelt Dekker |
|
(Deels) Autobiografische roman |
Masaccio (Tommaso Cassai, 1401-1428, Italiaanse kunstschilder en grondlegger van moderne perspectiefteechnieken) sprak tegen zijn zoon de woorden: ‘Jij bent wie ik was en jij zult zijn, wie ik ben!’ Jacob Gelt Dekker schrijft in deze roman over de relatie tussen de generaties van de Tweede Wereldoorlog, hun kinderen en kleinkinderen. Hoe dezelfde drijfveren van toen, gesublimeerd in nieuwe vormen, een generatie later, een maatschappij vormen die in vele opzichten dezelfde genialiteit en verschrikkingen kent. Jacob Gelt Dekker (Oterleek, 1948). Volgens de pers: ondernemer, weldoener en filosoof. Volgens minder serieuze media: avonturier en excentrieke multimiljonair. Bij Conserve bundelde hij zijn columns in Persona non grata/Ongewenst en publiceerde de roman Het doel heiligt de middelen. Voor 2009 staat de filosofische roman Pot met goud – Een tocht door de geschiedenis en de wereld op stapel. |
|
|
Henk ten Berge |
|
Roman |
In de oorlog kon je lachen en spannende avonturen beleven. Er gebeurde eindelijk iets in de saaie samenleving. Veel jongens en meisjes, de (groot)ouders van nu, genoten ervan, hoe paradoxaal dat ook klinkt. Zij waren te jong om opgepakt te worden maar oud genoeg om overal met hun neus bovenop te staan en precies te beseffen wat er aan de hand was. Ze groeiden spelenderwijs in hun rol. Ze voerden spontaan oorlog op hun manier, veranderden hun clubjes in verzetsgroepen en namen naarmate de oorlog vorderde rol van de ouderen over. Tientallen jaren later realiseren zij zich dat wat zij eerst spannend en leuk vonden, in feite levensgevaarlijk en dramatisch was. Dan verandert de lach in een traan. Henk ten Berge werkte als journalist, schreef voor tv-series en publiceerde een aantal boeken w.o. De Pleitvader, De droom van Hollywood, Johan Cruijff is ongeneeslijk beter en Spiegel van de Lage Landen. Voor Hier schijnt de zon schreef hij een verhaal over de debuterende Jan de Hartog en een bijzondere inleiding bij Het Kamp Schoorl. |
|
|
Albert Boer |
|
Historisch document |
De bijna onbekende geschiedenis van het kamp Schoorl: Nederlands legerkamp, Duits interneringskamp, concentratiekamp – Polizeiliches Durchgangslager van de beruchte Sicherheitsdienst, Wehrmachtkamp, daarna Bewaringskamp voor het opsluiten van NSB-er en collaborateurs na het einde van de Tweede Wereldoorlog en daarna weer Nederlands legerkamp is nu voor het eerst gedetailleerd beschreven. Henk ten Berge schreef een inleiding voor deze 3e druk en Wil de Bie maakte een illustratie voor het omslag. In dit boek worden de belevenissen verteld, vaak in hun eigen woorden van o.a. zo'n 740 joodse gevangenen (razzia's van februari en juni 1941) die van Schoorl naar Buchenwald en Mauthausen getransporteerd werden. Slechts 2 mannen hebben die kampen overleefd. Voorts waren er bijna 100 KLM-ers, geallieerde gevangenen, 176 Sommelsdijkse gijzelaars en ongeveer 700 politieke gevangenen. Het boek is gebaseerd op 110 interviews, daardoor leest het met ongewone spanning. Albert Boer, auteur van Het Kamp Schoorl, werd in 1935 in Beverwijk geboren en werd tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog geëvacueerd met zijn familie naar een boerderij in Bergen aan de rand van het militaire vliegveld. Boer schreef eerder een boek over de eerste buurthuizen in Amerika, ook een cursusboek voor de Universiteit van Boston, The Staircase. Het Kamp Schoorl is zijn eerste publicatie. In 2002 overleed hij in Groet. |
|
|
In mei 1940 raakt de soldaat Jan Verleun
zwaar gewond bij de Duitse inval. Hij belooft dat hij zijn vaderland zal
helpen bevrijden als hij in leven blijft |
|
|
Vrijdagavond
5 februari 1943: een man drukt op de bel bij het huis van Hendrik Seyffardt,
commandant van het vrijwilligerslegioen van de Nederlandse SS. De voormalige
chef van de generale staf en luitenant-generaal b.d. van het Nederlandse
leger doet zelf open. Er volgen enkele pistoolschoten. De volgende dag
overlijdt de landverrader aan zijn verwondingen. De 23-jarige Jan Verleun is
in zijn missie geslaagd, maar de jacht op hem is geopend. Jan
Verleun heeft dan al in het Nederlandse leger gevochten tegen de Duitse
troepen die Nederland binnen zijn gevallen op 10 mei 1940. Na de capitulatie
geeft Jan de strijd niet op. Hij sluit zich aan bij de verzetsgroep CS-6 en
pleegt sabotagedaden tegen de nazi’s. Do, zijn twee jaar jongere zus,
raakt betrokken bij zijn activiteiten. Als vertrouwelinge van Jan hoort zij
veel over de gevaarlijke opdrachten die Jan vervult. Soldaat
in verzet geeft indringend weer hoe Jan zich in het verzetswerk stort en
daarbij terechtkomt in een riskant spel van leven en dood. Willem
Frederik Hermans schrijft in Houten leeuwen en leeuwen van goud over
Verleun: ‘Ook voor nietgelovigen zijn de afscheidsbrieven van J. Verleun,
die verscheidene landverraders had neergeschoten, aangrijpende lectuur, met
soms een ondertoon van zwarte humor: “Ik had gehoopt na de oorlog een of
twee sterren op mijn kraag te krijgen, maar ik zal eerder zoveel sterren
hebben als ik wil. Ik heb er geen spijt van. Integendeel. Mijn ster zal meer
schitteren dan ooit. Ik ga nu naar Boven om door de Meester aller dingen
geridderd te worden om m’n ster aan de hemel te bezitten.” Maar heel wat
anderen zijn ook op die manier gesneuveld, zonder dat hun namen ooit nog
ergens worden vermeld. Do
du Preez-Verleun (11 december 1921) vertrok op 37-jarige leeftijd naar
Zuid-Afrika en ontmoette daar de man van haar leven. Na haar huwelijk bleef
ze werken als ontwerpster en patronenmaakster. In Zuid-Afrika schreef Do
haar oorlogsherinneringen uit. Ze verbeterde door de jaren heen het
geschrift, de essentie is onveranderd gebleven. Pauline Wesselink (31 mei 1949) was vele jaren redacteur van het jeugdblad samsam, een uitgave van het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Ze werkt sedert 2000 freelance, onder andere voor Unicef. In 1998 publiceerde ze bij Conserve het historische document Ik was een tijdje een ander. |
|
Rob van Olm |
|
|
Prijs |
De meeste leden van de Amsterdamse verzetsgroep CS-6 zijn tijdens de oorlog gefussilleerd. Bekende namen als die van de famillie Boissevain, Hans Katan, Pam Pooters, Gerrit Kastein, Jan Verleun, Jan van Mierlo en Leo Frijda. Maar ook naamloze studenten, kunstenaars en communisten, veelal rond de twintig jaar. De naam van Reina Prinsen Geerligs is vooral bekend geworden door de literaire prijs die haar ouders hebben ingesteld voor debuterende schrijvers, zoals Gerard Reve en Harry Mulisch. Minder bekend is dat zij in CS-6 zat en zelfs tot gewapend verzet was overgegaan. In Oraniënberg is zij samen met Truus van Lier en Nel van de Brink gefusilleerd; zingend en met opgeheven hoofd. Er zijn veel raadsels omtrent haar arrestatie. Tot lang na de oorlog hebben haar ouders geprobeerd erachter te komen wat er precies met hun dochter is gebeurd. Rob van Olm heeft het onderzoek voortgezet. 'Recht, al barste de wereld' is een fascinerend boek waarin hij via gesprekken met getuigen en een speurtocht in archieven alsnog iets van de waarheid achterhaalt en de ondergang van CS-6 beschrijft. Van dezelfde auteur verscheen in 1996 bij uitgeverij Conserve 'Verloren dagen', een roman over de Spaanse Burgeroorlog. |
|
Merlyn Frank |
|
|
Prijs |
Het was een moeizame en pijnlijke zoektocht, maar ze is gevonden: Koosje. Koosje Frank, een jonge blijmoedige levensgenietster die altijd de positieve, zonnige kant van de dingen wilde zien, zelfs - zo lijkt het - tegen beter weten in, toen de zon al achter een grote donkere wolk verdwenen was. Ze ontdeed zich van wat haar het meest dierbaar was. Ondanks of misschien dankzij die zelfverminking kon ze zich concentreren op een elementaire overlevingsstrategie, hoewel twijfel een goede danwel een slechte moeder te zijn, onderhuids bleef knagen. Dat ze een dappere moeder was bewijst dit verhaal, geschreven door de dochter die het leven van Koosje reconstrueerde aan de hand van documenten en gesprekken met nabestaanden. Het geeft een indringend beeld van het familieleven in de jaren 1933-1943 geschetst door iemand die heel wat obstakels moest wegwerken - een koffer, een vrouw en een vat vol behoedzame afstandelijkheid en scepsis - voordat ze een welhaast meedogenloos goede waarnemer en
chroniqueur durfde te zijn. |
|
Pauline Wesselink |
|
|
Prijs |
December 1941. Wanneer Pauline Wesselink (1949) de brieven van haar schoonmoeder Rie Stants-Gerritse uit de jaren veertig onder ogen krijgt en vervolgens haar verdere levensloop hoort, besluit zij dat dit unieke verhaal niet verloren mag gaan. De auteur is redacteur bij het jeugdblad 'Samsam', een uitgave van het Koninklijk Instituut voor de Tropen. |
|
Prijs |
Merlyn Frank, die in 1998 debuteerde met Koosje – een dinsdagskind, een tijdsbeeld van de jaren 1930-’43, volgt in deze autobiografische roman de belevenissen van een meisje van dertien tot haar dertigste levensjaar. Ze schildert het wankel evenwicht tussen willoze vervreemding en sluimerend verlangen naar identificatie. De jonge vrouw - maar vooral de lezer - wordt geconfronteerd met een paar pijnlijke situaties: verbroken banden en geveinsde gevoelens, maar ook met veel vrolijke: frustraties, misverstanden en (schijn)heiligheden. De titel had ook ‘zoeken naar Michiel’ kunnen zijn, want het was een jarenlange, vaak onbewuste, zoektocht naar haar stille liefde M, haar alter ego. Naar zichzelf. |
|
Emmy van
Dantzig |
|
|
Prijs |
In augustus 1942 verlaat Emmy van Dantzig met haar man Joop en hun kinderen Elly en Rob bezet Nederland om een veilig heenkomen te zoeken in het neutrale Zwitserland. Het wordt een reis vol tegenslagen, oponthoud en de voortdurende dreiging opgepakt te worden. Na een barre tocht door het Zwitsers hooggebergte bereikt het gezin na een halfjaar het ‘Hollandse kamp’ in Clarens. Zeg nooit dat je joods bent is het verslag van de reis dat Emmy onderweg heeft bijgehouden. De details zijn vaak schrijnend, maar Emmy beperkt zich tot een pure weergave en laat de feiten voor zich spreken. Haar schrijfstijl is sober en het verhaal maakt daardoor des te meer indruk. Te midden van andere boeken over vluchten naar Zwitserland onderscheidt Zeg nooit dat je joods bent zich doordat het tijdens de vlucht zelf is geschreven en daardoor niet gekleurd is door interpretaties en emoties achteraf. De lezer leeft mee met de angsten van Emmy en haar onzekerheid over de afloop. De belangrijkste gebeurtenissen zijn treffend verbeeld in de tekeningen die dochter Elly tijdens de reis maakte. Zeg nooit dat je joods bent, een bewerking door de kleindochter van Emmy, is het unieke verhaal van een gezin op de vlucht, een onderwerp dat nog steeds actueel is. |