Mijn zomer in Taipei - Rebecca F. Kuang
Mix van jongerenverhaal, taalwetenschap en heel voorzichtige politieke analyse
Een Chinees-Amerikaanse probeert haar moedertaal te leren
Vooropgesteld: Mijn zomer in Taipei is buitengewoon goed geschreven, zoals alle boeken van Rebecca F. Kuang dat zijn. Maar voor wie is dit boek nu eigenlijk bedoeld? De basis is een coming-of-age-verhaal, over een in Amerika opgegroeid jong meisje, dochter van Chinese ouders, dat voor een zomercursus Chinees naar de universiteit van Taipei (hoofdstad van Taiwan) vertrekt.
Maar door dat verhaal heen weeft Kuang heel veel weetjes over de Chinese taalwetenschap, geeft ze tussendoor ook nog een uiterst voorzichtige politieke analyse van de gespannen verhouding tussen China en Taiwan en becommentarieert ze het familieleven in haar oorspronkelijke vaderland. Voor de meeste pubers zal dit boek vermoedelijk te saai zijn, maar voor mensen met een serieuze interesse in de politieke en taalkundige kanten van China is het verhaal te oppervlakkig.
Over de auteur
Rebecca F. Kuang (1996) emigreerde op vierjarige leeftijd vanuit Guangzhou in China naar de Verenigde Staten. Ze studeerde Chinese Studies aan Cambridge en Hedendaagse Chinese Studies aan Oxford. Haar eerste boek, The Poppy War (niet in het Nederlands vertaald), verscheen in 2018, daarna volgden onder meer titels als Babel, Yellowface en Katabasis. Haar boeken vormen vaak een mix van fantasy en maatschappijkritiek.
Op de vlakte
Wie hoopt in Mijn zomer in Taipei nu eens de mening van een Chinese te horen over de politieke situatie tussen China en Taiwan (volgens de Chinese regering is Taiwan een afvallige Chinese provincie, volgens Taiwan is het een zelfstandig land) komt bedrogen uit. Kuang waagt zich niet aan een echt standpunt. Ze zinspeelt hier en daar op het conflict, maar houdt zich toch vooral op de vlakte.
Zomercursus
De net 20-jarige Lily Chen wil de taal van haar ouders beter leren spreken. Binnen het gezin werd amper Chinees gesproken en buiten de deur, op school en in haar vriendenkring was Engels de voertaal. Ze besluit zich daarom in te schrijven voor een tien weken durende zomercursus in Taipei. Ze had eigenlijk liever naar Beijing gewild, maar voor China is een visum nodig en dat heeft ze niet.
Piepklein hok
Al meteen bij aankomst blijken heel veel zaken lastiger dan ze dacht. De studio die ze samen met een medestudente huurde en die op de foto’s online best groot leek, blijkt een piepklein hok te zijn, met alleen één twijfelaar voor hen tweeën en een douche boven de wc, waardoor alles altijd doornat wordt. En haar kennis van het Chinees, die in de VS best redelijk leek, blijkt ook niet echt goed te zijn.
Stiekem verliefd
Maar zoals elke student past Lily zich zo goed en zo kwaad als het gaat aan. Het studentenleven brengt haar de avonturen die we uit tal van andere jongerenromans kennen: een vriendje dat seksueel meer wil dan zij, haar kamergenote die stiekem verliefd blijkt op datzelfde vriendje, waardoor een stevige ruzie ontstaat en ze zelfs moeten besluiten om voortaan niet tegelijkertijd in het huurkamertje te zijn. En dan natuurlijk de studieproblemen, de docenten, het feit dat Lily dapper probeert Chinees te spreken in winkels en restaurants, maar overal in het Engels antwoord krijgt.
Grappig
Zo nu en dan is Kuang erg grappig. Zo beschrijft zij hoe Lily met haar vriendje tegen haar zin - maar ze wil nu eenmaal niet preuts lijken - naakt in een bad belandt. Waarna hij nadrukkelijk zijn piemel tegen haar aan begint te drukken: ’De algemene strategie leek iemand anders met je penis opzadelen en er dan maar het beste van hopen.’
Met dit universele verhaal stijgt Kuang niet uit boven al die andere verhalen over opgroeiende jongeren. Wat Mijn zomer in Taipei toch anders maakt, zijn de voorzichtige politieke analyses die zij door haar verhaal heen weeft. ‘Voorzover ik het begreep waren dit de essentiële feiten’, vat Lily samen. Waarna puntsgewijs een geschiedenislesje volgt: Burgeroorlog 1949, vlucht van nationalisten naar Taiwan die van plan zijn om vroeg of laat de macht in China weer over te nemen, Koude Oorlog, breuk van China met Rusland en een plek voor China in de Algemene Vergadering van de VN, democratisch bewind in Taiwan. Elk punt sluit zij af met een: ‘Dit was goed of slecht, afhankelijk of je wel of niet communist/nationalist was.’ Op andere plekken deelt zij hier en daar kleine speldenprikjes uit richting politiek, maar zich echt uitspreken doet ze niet.
Chengyu
Een ander aspect waar ze veel aandacht aan besteedt zijn de bijzonderheden van de Chinese taal. Ze citeert tal van aforismen (Chengyu genaamd), ze analyseert de Chinese karakters, ze vertelt hoe woorden of zinnen opgebouwd worden en hoe toonhoogte bepalend kan zijn in de betekenis van een woord. Je kunt je afvragen wat dit voor een totale leek die geen woord Chinees kent, voor meerwaarde biedt. Het ziet er mooi en ondoorgrondelijk uit, al die Chinese karakters. Maar wat voegt het toe voor het verhaal?
Nogmaals: Kuang toont ook in dit boek weer haar goede gevoel voor detail en haar sterke stijl. Maar waar Babel en Katabasis je als lezer volkomen overdonderden en meesleepten, lukt dat in deze roman toch niet.
Sonja de Jong
Rebecca F. Kuang – Mijn zomer in Taipei. (Oorspronkelijk gepubliceerd in 2026 bij William Morrow als Taipei Story.) Uit het Engels vertaald door Hi-en Montijn, The House of Books, ISBN 978 90 443 7112 3, 320 pagina’s, € 23,99. september 2026
