Uit baldadig hout ben ik gesneden - Het leven van Frank Martinus Arion - Mineke de Vries
Arion komt in deze gedegen biografie over als een talentvolle, intelligente enigszins gespleten man
‘Een influencer voordat dat woord bestond’
Frank Martinus Arion behoort met Cola Debrot, Boeli van Leeuwen en Tip Marugg tot de bekendste schrijvers van Curaçao. Zijn roem dankt hij voornamelijk aan zijn debuutroman Dubbelspel uit 1973. Onlangs verscheen zijn biografie Uit baldadig hout ben ik gesneden, geschreven door Mineke de Vries.
Frank Martinus Arion, schrijversnaam van Frank Efraim Martinus (Curaçao, 17 december 1936 – aldaar, 28 september 2015), werkte in Nederland, Suriname en op de Nederlandse Antillen. Hij kwam uit een gezin van drie kinderen. Toen hij twee was, vertrok het gezin naar Aruba, zijn vader kreeg daar een baan bij een oliemaatschappij. Toen Frank vier was, kwam zijn broertje om bij een huiselijk ongeluk. Niet lang daarna stierf Franks moeder, naar men zei: van verdriet. Frank en zijn zusje werden naar hun oma op Curaçao gestuurd. Die voedde hen verder op. Hij groeide op in Otrobanda, het wat rafeliger stadsdeel dan het aan de overkant van de St. Annabaai gelegen Punda.
In 1955 vertrok Martinus op 18-jarige leeftijd naar Nederland. Hij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit Leiden. Hij kon moeilijk aarden in Nederland en ging eigenlijk alleen om met andere Antillianen. Hij ontmoette er Cola Debrot. Samen met hem gaf Arion in 1957 zijn eerste gedichtenbundel uit, Stemmen uit Afrika.
In de jaren zestig ging hij terug naar de Antillen, tien jaar later besloot Frank Martinus zijn studie af te maken en ging hij weer terug naar Nederland.
Hij publiceerde Dubbelspel, in 1973.
In Paramaribo ontmoette hij zijn vrouw, de Surinaamse cultureel antropologe en dichteres Trudi Guda. Ze kregen een dochter. Na de coup in Suriname in 1980 vertrok het gezin naar Curaçao, waar Martinus zich eindelijk op het werk kon richten dat hem zo fascineerde: de standaardisering van de Papiamentse taal.
In 1992 werd Frank Martinus Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
In 2017 ging de film Double Play van regisseur Ernest Dickerson, gebaseerd op de roman Dubbelspel, in première op het International Film Festival Rotterdam.
Baldadig hout
De biografie Uit baldadig hout ben ik gesneden van Mineke de Vries begint in Afrika, Ghana, waar we Frank – het is 1972 – aantreffen bij Fort Elmina waarvandaan Afrikaanse slaafgemaakten, onder wie zijn voorouders, werden ingescheept voor hun reis naar zijn geboorte-eiland Curaçao.
De titel is ontleend aan het gedicht ‘Spiritual’ uit de bundel Stemmen uit Afrika (1957).
Hier het begin:
Uit baldadig hout ben ik gesneden.
mijn schepper is baldadig.
Gisteren nog ben ik uitgegaan
met woorden om Hem en zijn
schepping hier te treffen.
de woorden als harde stenen
heb ik naar omhoog gesmeten.
maar vandaag vervolgt hun
klaterend vallen op mijn
eigen hoofd mij nog.’
Neokolonialist
Na de Proloog volgen negen delen – de biografie telt maar liefst 635 pagina’s - waarin Mineke de Vries Arions leven nauwgezet beschrijft. We volgen hem in zijn kindertijd, op de middelbareschool, als student, zwervend over het eiland, in zijn Amsterdamse tijd met zijn romandebuut, in de jaren in Suriname, we lezen over zijn inzet voor het Papiaments, zijn succes, en de problemen rond de reading van Dubbelspel in 2007: het kwam tot een harde aanvaring tussen Frank en toneelregisseur en politicus John Leerdam, die deze reading van Dubbelspel had geënsceneerd - met onder meer een rol voor Mark Rutte! - en die deze reading ook naar Curaçao wilde brengen. Het conflict draaide om de titel die Leerdam aan een nieuw theaterstuk had gegeven: Changá - plagiaat volgens Arion - en om hun politieke meningsverschil:
Arion vond Leerdam een neokolonialist. Uit woede over het Nederlandse bevoogdende regeringsbeleid ten opzichte van de Antillen, leverde Frank zijn koninklijke onderscheiding in. De Vries besluit met Arions afnemende gezondheid en dood. In dat verband haalt ze het gedicht ‘Als ik sterven zal…’ aan, dat Arion op 18-jarige leeftijd schreef:
‘Als ik sterven zal: in een droom
laat mij nog eenmaal de Christoffel
zien, de zon, de rots, de cactusboom;
en nog eenmaal horen het geroffel
van de golven als ze breken –
dof-rollend als donder – op de kust,
lijk z’eens schuimende paarden geleken:
zo onstuimig in kracht en in lust…’
Epiloog
In de Epiloog schrijft De Vries: ‘Sinds Franks dood bezoekt [echtgenote] Trudi elke woensdag zijn graf. Met in de achterbak van haar zwarte Toyota flessen water voor de planten. De kraan vlak bij het graf, de reden waarom ze deze plek uitzocht, werkt niet.’ De biografie bevat (zwartwit) foto’s, een bronnenlijst, bibliografie, stamboom, tijdlijn en een personenregister.
Arion komt in deze gedegen biografie naar voren als een talentvolle, intelligente, maar enigszins gespleten man. De Curaçaose schrijver Eric de Brabander – hij noemt Arion trouwens ‘een influencer voordat dit woord bestond’ – verwoordt in zijn bespreking van de biografie die ambivalentie treffend (Antilliaans Dagblad, 26 september 2026):
‘Hij leefde in een spagaat van twee kleuren, waarin zwart en wit om de voorrang streden. Dat uitte zich levenslang in zijn dubbele boodschappen, tegenstrijdige uitspraken, haaks op elkaar steeds herinneringen.’
Persoonlijk heb ik me meer dan eens verbaasd over Arion, bijvoorbeeld: waarom schreef hij zijn romans in het Nederlands en niet in het door hem zo gepropageerde Papiaments; Dubbelspel werd niet door hemzelf vertaald, maar door Lucille Berry-Haseth.
Ook zijn strijd voor onderwijs dat uitsluitend in het Papiaments gegeven moest worden, begreep ik niet goed: het leek me desastreus voor leerlingen die van school wilden wisselen of een vervolgstudie wilden gaan doen.
En zijn stevige, vaak terechte kritiek op Nederland weerhield hem niet om in 2006 in Nederland enthousiast mee te doen aan het gratis uitdelen van Dubbelspel tijdens de landelijke leesbevorderingscampagne ‘Nederland Leest’, wat op mij geen buitengewoon principiële indruk maakte.
Voormalig hoogleraar Nederlands-Caraïbische Letteren Michiel van Kempen wees, tot slot, in zijn toespraak bij de presentatie van Mineke de Vries’ boek (op 30 september 2026) op het volgende, niet te veronachtzamen aspect van Arions leven:
‘De biografie toont gedetailleerd en overtuigend hoe Frank zijn hele leven in dienst heeft gestaan van de waardigheid van de zwarte mens, het aanklagen van neokoloniaal denken, het propageren van de eigenheid van de Afrikanistisch-Antilliaanse cultuur.
Het is vreemd om te zien en misschien ook wel enigszins verontrustend dat in de besprekingen van de biografie die tot nu toe verschenen zijn in de Nederlandse media – hoe positief ze verder ook waren – die kant van Frank Martinus als zwarte intellectueel en activist zo weinig naar voren wordt gehaald.’
Schrijverssteen
Op 9 oktober 2026 kreeg Frank Martinus Arion een zogenoemde schrijverssteen in De Nieuwe Kerk in Amsterdam. Naast die van, bij voorbeeld, Hella Haasse (2018), Multatuli (2020), Willem Frederik Hermans (2021), Anton de Kom (2022), Louis Couperus (2023), Annie M.G. Schmidt (2025).
Bij deze gelegenheid sprak Mineke de Vries. Ze eindigde haar lezing aldus:
‘Van zijn gedicht ‘Mi ta skirbi’ dat in de steen gebeiteld staat, vond ik in zijn archief een eerste Nederlandstalige schets. Een sonnet, een vorm die hem zo lief was, waarin hij de reden van zijn schrijverschap beschreef, zijn zoeken naar harmonie verwoordde en waaruit wederom zijn religieuze achtergrond blijkt. Want ook hierin herkennen we het Onze vader, en daarmee is het een passend gedicht om in deze kerk mee af te sluiten.’
Kleurzuiver
De dividiviboom beweegt mee
neemt de richting van de wind
in zich op en schakelt de vechtende
kleuren uit. Wit en zwart, man en vrouw, Europa en Afrika.
Ik schrijf om erachter te komen
wat de mens eigenlijk is
en wie ik ben
om mijzelf in harmonie te brengen
Met mijn dood
om niet bang te zijn
om elke dag weer kracht op te doen
Om de naam van de liefde
op aarde zoals in de hemel
dat is waarom ik schrijf.
Mineke de Vries – Uit baldadig hout ben ik gesneden – Het leven van Frank Martinus Arion, 640 pagina’s, Van Oorschot, ISBN 978 90 282 6425 0, € 39,99, september 2026
Adriaan Vermeulen
Mineke de Vries (1961) is neerlandica en was onder meer werkzaam als docente en journaliste in Nederland en op Curaçao, zowel voor het Antilliaans Dagblad als Amigoe. In 2012 publiceerde zij Over Curaçao gesproken, gevolgd door Met de zon in de rug: met een Caribische achtergrond leven in Nederland (2014) en Als vrede je missie is: over de psychische gevolgen van militaire uitzending (2020). Over Frank Martinus Arion schreef De Vries eerder in De Parelduiker (2021/3). Bij het schrijven van deze biografie was het essentieel dat zij toegang had tot het persoonlijk archief van de schrijver.
