De ravijnenvuller - Guido van Heulendonk
Naar Lourdes en dan verder
Als zelfs Chat GPT je niet herkent
Al twee keer eerder (in zijn debuut Hoogtevrees uit 1985 en in Paarden zijn ook varkens van 1995) liet Guido van Heulendonk ons kennis maken met zijn antiheld Eduard Bottelaer, een man van twaalf ambachten, dertien ongelukken. Vol goede bedoelingen, maar nooit het niveau van een onbeduidend man overstegen. Een tijdlang acteur geweest, maar zelfs Chat GPT weet hem niet te duiden, als Bottelaer daar keer op keer gretig om vraagt. En die man reist nu naar Lourdes. Een goede daad? Of toch eigenbelang? Het loopt hoe dan ook allemaal anders dan Bottelaer bedoelde.
Over de auteur
Guido van Heulendonk (1951, pseudoniem voor Guido Beelaert) schrijft romans, essays en verhalen. Zijn eerste roman (Hoogtevrees) verscheen in 1985, toen hij nog werkzaam was in het onderwijs. In 1996 won Van Heulendonk de Gouden Uil Literatuurprijs voor zijn roman Paarden zijn ook varkens. Zijn voorlaatste roman, De kroon met twee pieken, stond op de shortlist voor de Libris Literatuurprijs. Een terugkerend thema in zijn werk is de rol van toeval.
Buurman
Bottelaer is inmiddels zeventig. Hij leest veel en praat graag over wat hij gelezen heeft met zijn buurman Ganzenveer, oud-docent die het doceren nooit heeft kunnen afleren (’Het zou Bottelaer niet verbazen, mocht Ganzenveer, net voor hij zijn levensadem uitblies, zich een laatste keer oprichten en zeggen ‘Zijn er nog vragen?’) Door griep aan huis gebonden heeft Bottelaer net twee inktzwarte boeken gelezen, Outer Dark van Cormac McCarthy en Babi Jar van Anatoli Koeznetsov. Gruwelijker kun je het bijna niet krijgen.
Ravijn
In beide romans speelt een ravijn een belangrijke en vooral afgrijselijke rol en dat heeft Bottelaser aan het denken gezet over ravijnen en kloven. Er zijn te veel kloven in deze tijd, meent hij, de kloof tussen arm en rijk, wit en zwart, jong en oud, platteland en stad en ga zo nog maar een tijdje door. En is het niet onze plicht om te proberen die ravijnen te vullen, vraagt hij zich af. Het is een theorie die vaag blijft, maar waarover hij graag met Ganzenveer mag delibereren.
Tante Mimi
Ondertussen is er ook zijn tante Mimi, 85 jaar en sinds enkele jaren weduwe, ‘wat haar, kinderloze weduwe, op een berg geld had achtergelaten’. Bottelaer, die door een foute belegging die hem zijn complete pensioen heeft gekost, maar amper kan rondkomen, besluit haar weer eens een bezoekje te brengen. Onbaatzuchtigheid? Of toch…?
Mimi geeft hem uit dankbaarheid voor zijn bezoekje een oud gebedenboekje uit de jaren dertig van de vorige eeuw en kondigt aan dat ze zelf binnenkort naar Lourdes zal gaan. Als ze kort daarna haar heup breekt en dat plan dus uit haar hoofd moet zetten, bekent ze hem in tranen dat ze iets goed te maken heeft tegenover de Maagd Maria. Wanhopig is ze, hoe moet dat nu? Bottelaer biedt spontaan aan om dan in haar plaats naar het bedevaartsoord te reizen en bij Maria een brief van Mimi met haar bekentenis te bezorgen. Bij de buren kraaide een haan, lezen we veelbetekenend.
Noodlot
Gewapend met de brief, het gebedenboekje en - zo ontdekt hij pas halverwege tot zijn verbazing - ook zijn exemplaar van Outer Dark gaat hij op weg in zijn oude Toyota. En daarmee is zijn noodlot getekend. De reis verloopt heel anders dan Bottelaer in zijn stoutste dromen voorzien had. Met sardonisch genoegen schetst Van Heulendonk de bizarre kronkels van het lot die Bottelaer steeds verder van het rechte pad af brengen. Er is sprake van een gehandicapte Griek met zijn verpleegster (of toch zijn escort?), er is een zoektocht naar een mysterieuze non, dronkenschap, een museum dat gesloten blijkt. En Bottelaer ploetert manmoedig verder, tegenslag na tegenslag. Tragikomisch, maar onweerstaanbaar lachwekkend gaat de arme man ten onder.
Erudiet
Van Heulendonk vertelt ons dat allemaal in zijn eigen onnavolgbare stijl, breedsprakig, erudiet en bij vlagen ietwat plechtstatig vol archaïsche termen en met schitterende aforismen. Zoals over een door de jaren verbleekt echtpaar dat geen gesprekken meer voert met elkaar maar ‘de stilte verbaal aankleedt’.
En die ravijnen? Zelfs die ontaarden bij Bottelaer in onbeduidendheid als hij in het slothoofdstuk een slootje insukkelt.
Sonja de Jong
Guido van Heulendonk – De ravijnenvuller, De Arbeiderspers, ISBN 978 90 295 5690 3, 272 pagina’s. € 24,99, september 2026
