Fonkelingen - Simon Carmiggelt
Citaten uit Carmiggelts oeuvre
Met voorwoord Theodor Holman
Carmiggelt lezen is niet mopjes lezen, maar filosoferen over de werkelijkheid, met humor als vertrekpunt.
Vrij, onverveerd
Midden in de Tweede Wereldoorlog, op 10 februari 1941, verscheen een gestencild blaadje, waarvan honderden kopieën door koeriers met gevaar voor eigen leven werden rondgebracht. Het was de eerste editie van wat een krant zou worden en had als kop: ‘Wij willen dit niet’. Het Parool, de verzetskrant met als motto Vrij, Onverveerd, was geboren. Een van de medewerkers van het eerste uur was Simon Carmiggelt. Hij zou zijn hele leven aan Het Parool verbonden blijven, als chroniqueur van het Amsterdamse leven, en van bijna alles daarbuiten.
Simon Carmiggelt (1913 – 1987) is niet dood; hij leeft, althans, in mijn leven en in de harten en hoofden van velen die zijn cursiefjes koesteren als taalvirtuoze ‘fonkelingen’. Cursiefjes die hij onder het pseudoniem Kronkel veertig jaar lang vrijwel dagelijks voor Het Parool schreef. Genieten is het met onder andere zijn verzameld werk (De Arbeiderspers): circa 50 bundels in 24 gebonden delen! Een prestatie van jewelste. Op een vraag van een journalist wat de reden is dat hij schrijft, antwoordde Carmiggelt: ‘Omdat die jongen van Het Parool ieder ochtend mijn stukkie komt ophalen.’
Bruine kroegen
Want dat kon Carmiggelt: relativeren. Op alle niveaus en op alle terreinen. Vandaar dat die rij boeken van De Arbeiderspers in de loop der jaren aangevuld is met wat ik maar even noem ‘thematische verzamelingen’. Sommige van die Kronkels hebben de verzamelde werken niet gehaald. Bekend is zijn gehechtheid aan bruine kroegen. Dat, gecombineerd met de introductie van Jonge Bols, was voor de firma Lucas Bols aanleiding om in 1973 het alleraardigste boekje kleine avonturen aan de tap (zonder hoofdpletters) uit te geven. Of over Den Haag: Residentie van mijn jeugd. Tien Kronkels over de schrijver Nescio zijn verzameld in Van u heb ik ook veel gelezen. Kronkels over de oorlog zijn bijeengezet in De oorlog in stukjes. Ook privé werd Carmiggelt soms uitgegeven. Voor me ligt Een verre neef, een ontmoeting met een naamgenoot in het ‘verre’ Brummen, 400 exemplaren bij de Geiten Pers. Carmiggelt inspireerde ook kunstenaars, bijvoorbeeld etser Frank Lodeizen en tekenaar Peter van Straaten. Ook die boeken zijn in dubbele zin juweeltjes.
Dagsluiting
Vanaf 1965 sloot Simon Carmiggelt één keer per week een televisieavond van de VARA af met het voorlezen van een Kronkel, onder de klanken van In a sentimental mood van Duke Ellington. Ik heb eens iemand horen zeggen: Carmiggelt, is dat niet ‘die man die aan het eind van de avond voor de tillevisie mopjes vertelt?’ Zo iemand valt door de mand en heeft het gevoel voor humor van een betonblok. Wat Carmiggelt deed was het leven waarnemen, de humor ervan inzien en die omzetten in taal en filosofie. Al die geestig-filosofische na- en doordenkertjes zitten verspreid door al die uitgaven.
Redenaarsstem
Voor een ruime hoeveelheid filosofie met als vertrekpunt humor (die zo hard nodig is in deze tijd) kunnen we sinds kort terecht bij Fonkelingen (hoor de klank Kronkel daarin), een ruime verzameling citaten uit Carmiggelts werk, bijeengebracht door Jeroen Aarten uit Heiloo, met een voorwoord door Parool-columnist Theodor Holman. Jeroen las alles van hem en pikte daaruit de taalvirtuoze fonkelingen. Het is voor Aarten een lange weg geweest: van 50 bundels Kronkels naar een boek vol schitterende citaten. Met deze selectie hoopt hij dat de lezers van Fonkelingen de weg terug willen afleggen: van citaat naar herlezing van Carmiggelts werk.
Een toepasselijk citaat tot slot: ‘Hij had een galmende redenaarsstem, die in staat was de diepste waarheid te veranderen in een leugen.’
Dick de Scally
S. Carmiggelt – Fonkelingen – Verzameld door Jeroen Aarten. Met een voorwoord door Theodor Holman, Aspekt,73 pagina’s, ISBN 978 946 487 2675, € 17,95, december 2024
