De waanzinnige - Henning Mankell
Een communist tegen de stroom in
Niet eerder vertaalde roman van Mankell
Ver voordat de naam Henning Mankell een begrip was in zowel thriller- als literaire kringen, verscheen in 1977 Vettvillingen (letterlijk vertaald: Het verstand), zijn eerste roman. Het haalde geen Nederlandse vertaling. Pas nu, vijftig jaar na die eerste publicatie, is dit boek in het Nederlands verkrijgbaar onder de titel De waanzinnige, in een uitstekende vertaling van Clementine Luijten en Jasper Popma. Het is een echte Mankell, somber, diepgravend en buitengewoon goed geschreven. Maar ook bij vlagen langdradig. Het meesterschap dat Mankell gaandeweg zou verwerven, is hier nog niet volledig uitgekristalliseerd.
Over de auteur
Henning Mankell (1948-2015) werd vooral bekend door zijn misdaadserie over politieman Kurt Wallander, maar schreef ook literaire romans, theaterstukken en jeugdboeken. Zijn werk is altijd maatschappijkritisch van toon en ook in het werkelijke leven toonde Mankell zich altijd activistisch.
Houtzagerij
Het verhaal van De waanzinnige speelt eind jaren veertig/begin vijftig van de vorige eeuw. De oorlog is net voorbij en de meeste mensen proberen die ellende zo snel mogelijk te vergeten. Als Bertil Kras, fietskoerier in Stockholm, bij toeval in een tijdschrift leest dat houtzagerijen in het noorden van Zweden goede zakendoen dankzij de enorme behoefte aan hout voor de wederopbouw, besluit hij in een impuls om zijn leven om te gooien. Hij reist naar Norrland en solliciteert bij de houtzagerij van directeur Rader. De eerste indicatie van het conflict dat de rest van het boek beheerst is het gesprekje, dat Kras na zijn sollicitatie heeft met boekhouder Nilsson. Als deze trots zegt: ‘Het bedrijf is altijd in handen geweest van de familie Rader’, reageert Kras met een kort ‘familiebedrijven deugen niet […] Het deugt niet als één familie de baas is over zoveel geld en zoveel mensen’. Want Kras is communist in hart en nieren.
Concentratiekamp
Toch gaat hij bij Rader werken. Rond diezelfde tijd speelt nog een andere kwestie in het dorp. Tijdens de oorlog lag even buiten de dorpsgrenzen op bevel van de nazi’s, maar met actieve instemming van de dorpsnotabelen, een concentratiekamp. Daar werden communisten en verzetsstrijders gevangengehouden en mensen waar de notabelen liever geen last van hadden. De oorlog is nu voorbij, en alles is weer geworden zoals daarvoor.
Niemand heeft het nog over het kamp. En dat steekt oud-gevangene Svante Ericsson. Elders in Europa zijn nazi’s en collaborateurs ter verantwoording geroepen en gestraft en in Norrland zitten de collaborateurs gewoon nog steeds op het pluche, zelfs zonder een woord van excuus. Hij schrijft daarom, mede namens zijn medegevangenen van toen, een brief en laat die in de plaatselijke krant plaatsen. De zagerijdirecteur, de politiechef, de dominee en al die anderen die destijds goed geprofiteerd hebben van de oorlog, schieten in paniek.
Zondebok
En dan is er opeens de ideale zondebok: Bertil Kras. Net gearriveerd, communistische sympathieën, nog geen vrienden. In een tegenstuk in de krant wordt de suggestie gewekt dat hij wellicht de aanstichter van die eerdere brief geweest is en een oproerkraaier. Mensen keren zich tegen Kras en hij wordt aangevallen en raakt gewond.
Uiteindelijk waait de hetze weer over, maar echt vergeten doet niemand het. En dus duiken in Kras’ leven telkens opnieuw die beschuldigingen weer op. Hij heeft inmiddels een vriendin die een dochtertje heeft, hij heeft zich aangesloten bij het kleine en snel slinkende groepje communisten in het dorp, maar steeds als er in het dorp iets dramatisch gebeurt, wijzen de beschuldigende vingers zijn kant op en is er wel iemand die voor eigenrechter speelt. Nooit wordt iets tot de bodem uitgezocht, want de machthebbers hebben er alle belang bij dat alles blijft zoals het is.
Kwaadaardig
Bij Mankell is niemand en tegelijk iedereen echt kwaadaardig. De notabelen beschermen hun belangen en zijn bereid daar anderen voor op te offeren. Maar ze zijn ook dom en bang. De communisten bedoelen het goed, maar zijn niet opgewassen tegen de tegenstand die ze ondervinden. En ook zij zijn dom en bang. En ze verzetten zich liever tegen de sociaaldemocraten die ijveren voor de verzorgingsstaat dan tegen de onverschillige machthebbers.
Schitterend is de scène als op 1 mei 1948 de 15 overgebleven communisten in het dorp in optocht door het dorp trekken. Strikt gescheiden van de sociaaldemocraten die veel groter in getale zijn. Met vaandels en borden maken zij zich zo breed mogelijk, maar meer dan een karikatuur wordt het niet. Stilzwijgend staan ze met hun borden en vlaggen op de plek waar de sociaaldemocraten met hun eigen optocht eerder gearriveerd zijn. Pas als zij vertrokken zijn, beginnen de communisten met hun toespraak. Een treffend beeld van samengebalde machteloosheid.
Sonja de Jong
Henning Mankell – De waanzinnige. Oorspronkelijk gepubliceerd in 1977 bij Leopard Förlag als Vettvillingen. Uit het Zweeds vertaald door Jasper Popma en Clementine Luijten. De Geus, ISBN 978 90 445 4897 56, 384 pagina’s, € 22,99, januari 2026
