De reus, O’Brien - Hilary Mantel
Kostelijke mengeling van legenden, geschiedschrijving en horror
Een reus wordt tentoongesteld
De reus waarover de Engelse Hilary Mantel schrijft in haar roman De reus, O’Brien, heeft werkelijk bestaan (zijn skelet was tot 2011 nog te zien in het Hunterian Museum in Londen, maar is inmiddels alsnog begraven, SdJ) en in grote lijnen houdt zij zich ook strikt aan zijn levensloop. Maar zij omringt hem met een gezelschap van vrienden die hem hoererend en schunnige moppen tappend volgen op zijn reis naar Londen en tijdens zijn leven daar. Het levert een verrukkelijk verhaal op waarin Mantel haar stilistische brille volledig uitleeft.
Over de auteur
Hilary Mantel (1952-2022) was schrijfster van romans, korte verhalen en essays. Zij publiceerde haar eerste roman in 1985, maar brak pas internationaal door in 2009 met het verschijnen van Wolf Hall, het eerste deel van haar Cromwell-trilogie. Zowel voor deel 1 als voor deel 2 (Bring up the bodies) ontving zij de Man Booker Prize, een unicum in de geschiedenis. Zij ontving voor haar werk tientallen internationale onderscheidingen. Zij overleed in 2022 aan de complicaties van een beroerte.
Horrorsprookje
Pas nadat het eerste deel van haar Cromwell-trilogie in het Nederlands (en in vele andere talen) was verschenen, kreeg Mantel de naam en faam die zij zozeer verdiende. Het merendeel van haar werk was voor die tijd niet in het Nederlands vertaald en dat gold tot op heden ook voor De reus, O’Brien. Dankzij vertaler Ine Willems, die de taal en strekking van Mantels woorden op meesterlijke wijze naar het Nederlands weet over te zetten, kunnen wij nu ook genieten van het verhaal over de reus, dat onder handen van Mantel een horrorsprookje wordt, doorspekt met tal van Ierse en Engelse legenden en griezelverhalen. Haast elke zin van Mantel verwijst naar een historische gebeurtenis of verhaal en Willems heeft de belangrijkste daarvan achterin haar boek als voetnoten toegelicht. Over de vrouw die 15 konijnen baarde (tot zij ontmaskerd werd), over de Bardenraad, over de Heilige Silanus met zijn giftige wenkbrauw, die iemand maar hoefde aan te kijken en hij ging dood (een vroege vorm van euthanasie dus).
Dichterlijk
In het verhaal van Mantel trekt de dichterlijke en buitengewoon goedgebekte reus rond 1780, gedwongen door hongersnood, samen met een stuk of vijf vrienden en met impresario Joe Vance naar Londen om daar als curiositeit tegen betaling tentoongesteld te worden. Dat is een tijdje succesvol, maar gaandeweg komt de klad erin. Er duiken nieuwere attracties op, zoals een varken dat kan rekenen en de toekomst voorspellen of een Tataar die staand galopperend op twee paarden op een vork een sinaasappel kan opvangen. En tegelijkertijd voelt O’Brien die op zijn twintigste nog steeds verder groeit, zich ook steeds zwakker worden.
Eén persoon blijft echter onvermoeibaar bij hem aankloppen: chirurgijn John Hunter (ook een historische figuur) die begonnen is als opgraver van lijken die hij aan de universiteit verkocht, maar gaandeweg zich steeds meer verdiept heeft in de menselijke anatomie en inmiddels een verzameling van menselijke curiositeiten heeft aangelegd. En wat hoort daar nou meer in thuis dan het skelet van de reus.
Zachtaardig
Mantel mixt al deze gegevens tot een heerlijk verhaal. De reus is een zachtaardige man die niets liever doet dan verhalen vertellen. Verhalen die Mantel ons ook uit de doeken doet, over Mary die konijnen baarde, over een jonkvrouw die in het bos bij dwergen belandde, over spoken en andere griezeligheden.
Met vrijwel elke zin weet Mantel je te verrassen. Over kwaadaardigheid bijvoorbeeld: ‘mensen zijn ook weer niet helemaal als aardappels waarin de rot door en door gaat’. En over vervloekingen: als zijn vriend Claffey alle commissionairs vervloekt, verbetert de reus hem met een: ‘Dat moet je niet zo zeggen. Je moet erbij zeggen waar je ze mee vervloekt. Bijvoorbeeld: mogen de blaren op hun tong komen en mogen hun ogen in hun hoofd zwemmen in poelen van pus.’ Claffey: ‘Je bent wel een pietje-precies. Ik zou gewoon een knuppel pakken en ze vervloeken tot hun kop barst.’’
Stinkend
Mantel situeert haar verhaal in een goor, stinkend Londen waar je je leven niet zeker bent. Voor je het weet, word je doodgeslagen en wordt je lichaam verkocht aan John Hunter. De modder, het bloed en allerlei onsmakelijke lichaamssappen druipen van de pagina’s, maar met zoveel schwung beschreven dat je maar al te graag verder leest over dit wonderlijke groepje armoedzaaiers.
Een mooi eerbetoon aan een grote vriendelijke reus.
Sonja de Jong
Hilary Mantel – De reus, O’Brien. (Oorspronkelijk gepubliceerd in 1998 als The giant, O’Brien bij Forth Estate). Uit het Engels vertaald door Ine Willems. Meridiaan, ISBN 978 94 933 0516 8, 280 pagina’s, € 26,99, januari 2026
