De wederhelft - Gun-Britt Sundström
Martina en Gustav doen pogingen om hun relatie te bestendigen
Intens liefhebben, elkaar loslaten en weer contact zoeken enzovoorts…
Een jaar zijn ze al samen, Martina en Gustav, misschien zouden ze zich kunnen verloven als ze willen. Een liefde die langzaam op gang komt. In plaats van de housewarmingparty op vrijdagavond voor haar studentenflat, stelt Gustav voor om dat weekend naar de scherenkust te gaan. Met de bus op zaterdagochtend vanaf het Jarnaplan en ’s zondagsavonds met de boot uit Hummelmora terug. Langzaam komt de relatie op gang. De ouders van Gustav hebben een huis op het eiland waar Gustav zorgt voor het onderhoud van de boten.
Zoals in een boek…
Hun liefde moet niet gebaseerd zijn op een paar goede eigenschappen want die zijn toevallig en veranderlijk. ‘Het moet zo zijn: ‘Ik hou van je omdat “jij het bent” ‘, meent Gustav. Maar dan kun je natuurlijk van ‘Jan en alleman’ houden, zegt Martina. Waarop Gustav de stelling poneert: ’Heb je er iets op tegen om te zijn, zoals in een boek?’
Martina vindt het ingewikkeld om bij iemand te horen. ‘Wanneer ik alleen ben, maakt het immers niet uit in wat voor humeur ik ben, maar wanneer ik bij jou ben, wordt het opeens zo belangrijk.’ Dan besluit ze om een baan te nemen en les te geven op een middelbare school in Härnösand. ‘De kinderen zijn “groot van stuk” en zien er veel ouder uit dan toen wij zeventien waren. Ze vinden het bijzonder dat ik uit Stockholm kom. Als je al met zo weinig indruk kunt maken…’
In openhartige dialogen en geestige overpeinzingen legt de schrijfster uit hoe ingewikkeld het is om lief te hebben, zonder jezelf te verliezen. Het boek is al 1976 verschenen en groeit uit tot een moderne klassieker.
Over de schrijfster
Gun-Britt Sundström (Stockholm, 1945) is schrijver, journalist en cultuurhistoricus. Ze brak door met De wederhelft. Onlangs werd het boek heruitgegeven in Zweden en weldra werd het opnieuw een bestseller. Inmiddels verschijnt het in meer dan tien landen.
Op en neer
Na vier jaar gaat het steeds op en neer tussen de twee. Al heeft Gustav na een korte romance met Barbro (vier keer mee naar bed geweest) naast Martina nog een minnares: Eva. Ze is getrouwd met een jazzmuzikant en die heeft ook een vriendin. Gustav houdt Martina op de hoogte van de relatie met Eva. Martina vraagt zich af of ze niet lesbisch moet worden, maar dat is niet meer dan een gedachte. Verder zien de twee elkaar regelmatig op Het Eiland waar het zomerhuis is van Gustavs familie. Ondertussen heeft Martina een oude vriend uit Engeland ontmoet: Aron, hij kwam zo maar bij haar langs. Heeft een Engelse vriendin en samen met haar een kind en een uit de tijd ervoor. Als Martina en Gustav discussiëren over hun relatie, krijgt na een lange woordenwisseling Kierkegaard het laatste woord: ‘Trouw, je zult er spijt van krijgen. Trouw niet, je zult er eveneens spijt van krijgen. Trouw wel of trouw niet, je zult van allebei spijt krijgen. Of je trouwt, of je trouwt niet, van allebei krijg je spijt.’
Martina schrijft Gustav: ‘Maar is een Strindberg-achtig huwelijk ook niet wat? Zou jij liever een zoetsappige idylle willen?’ Waarop Gustav reageert met de woorden: ‘Het leuke van een Strindberg-huwelijk is wel de vindingrijkheid van de partners bij het verzinnen van nieuwe modellen om elkaar te treiteren. Maar onze verbintenis is de hele tijd zo’n beetje hetzelfde verhaal.’
Liedje van Cornelis Vreeswijk
Als Gustav naar buiten is gelopen op Het Eiland om extra hout te halen, hoort ze hem een liedje fluiten van Cornelis Vreeswijk, Gustavs ‘houtliedje’:
Mag ik deze dans, mijn markiezin
laat ons dansen ons menuet
En als de vlam het hart niet vindt
geven we de passie een andere zet
Een twee, een twee…
Een van Martina’s vrienden, Mattias, is omgekomen bij een lawineongeluk in de bergen, Aron blijft haar maatje, wel met zorgen. Zijn jongste zoon is ziek, de huur van zijn huis is opgezegd. Het is onderhuur en nu wil zijn kameraad zijn appartement weer terug. Ondertussen is haar relatie met Gustav op een laag pitje. Na zes, zeven jaar zien ze elkaar steeds minder. Maar hij wil toch met haar trouwen en dat definitief van haar weten als het 3 oktober is. Maar Martina staat niet te popelen. Misschien heeft hij bij Susanne. een meisje dat hij lesgeeft een kind gemaakt en maakt zich daar zorgen over. Een paar weken later blijkt de soep niet zo heet als hij wordt opgediend. Als ze de knoop heeft doorgehakt en niet met hem trouwt, krijgt ze angstaanvallen omdat ze het ook niet zonder hem redt. En praat erover met vriendinnen Cilla en Henrietta. Martina wil haar proefschrift afmaken en is nu erkend onderzoekster. Ondertussen laat Gustav een bos rode asters bij haar bezorgen met een bijbelcitaat. Na het lopen van drie rondjes stelt ze hem voor een telefoonrelatie te ontwikkelen. Hij raakt zo van de kook dat er van een afspraak niets komt. Een envelop met haar handschrift bij de post is genoeg om hem buikpijn te bezorgen. Hij wil samenwonen met een andere vrouw. Ze ruilen hun sloffen. Zijn blauwe mocassins in maat 44 tegenover die van haar. In een tas stopt ze zijn boeken, lp’s uit de bierkrat, vouwt een trui en pyjama op, geleend op het Eiland en een glazen visschotel waarin hij een keer een gerecht heeft meegebracht. Vermoedelijk heeft ze last van scheidingsangst (ook wel genoemd amputatieangst), bladzijde 117 in het psychologieboek, zegt Cilla.
Wederhelft
Martina brengt deze zomer door in een huisje op het eiland Tynningö Ze mist vrienden en vooral Gustav. Ze belt haar vriendin Henrietta op en vraagt haar de definitie van ‘wederhelft’. Henrietta leest voor: ‘Elk van de helften van iets ten opzichte van de andere. Persoon met wie je als levenspartner samenwoont, m.n. echtgenoot of echtgenote, manl. of vrouwel., partner levenspartner.’ Bij het graf van Hilda Anderson bij de kerk van Värmdölandet staat: ‘Mijn wederhelften… Oskar geboren… gestorven en Viktor geboren… gestorven…’
Als de zomer voorbij is en het is oktober en de dode bladeren door de straat wervelen, belt Gustav haar op. Hij wil haar nog een keer zien ‘als vrij man’ voordat hij trouwt en vader wordt. Misschien kan ze hem troosten. Zijn ouders zullen wel blij zijn dat hij eindelijk gaat trouwen, zegt ze. Ja dat zijn ze, bevestigt hij. Hij heeft haar lang niet gezien alsof ze niet bestaat. Maar duidelijk is dat ze uiteindelijk geen stel zijn geworden. Misschien krijgen ze elkaar wel in de hemel, al weet je nooit of dat het daar kan. Begin april komt het kind. Hij voelt zich sentimenteel omdat hij mogelijk voor de laatste keer ziet. Ja, het voelt nu aanzienlijk beter. ‘Je bestaat in elk geval, dat is het belangrijkste.’ Hij steekt beide handen op als hij weggaat. Een vreemd gebaar tussen wuiven en zegenen in. Als hij zich omdraait, besluit ze om de avondkrant te kopen.
Gun-Britt Sundström – De wederhelft (het boek verscheen oorspronkelijk onder de titel Maken in 1976 bij Albert Bonniers Förlag) is vertaald uit het Zweeds door Janny Middelbeek-Oorgtiesen, 511 pagina’s, De Geus, ISBN 978 90 445 4997 3, € 25.99, augustus 2025
