Hier komt de zon - Kees van Beijnum
De jeugd van een babyboomer
Van De Selvera’s naar The Rolling Stones
Een kleurrijke jeugd is een goudmijn voor een schrijver. Dat bewees Kees van Beijnum al eerder met bestsellers als De oesters van Nam Kee en Dichter op de Zeedijk, die zich afspeelden in het decor van zijn eigen jonge jaren op de Wallen. Maar zo onverbloemd autobiografisch als in zijn nieuwe roman Hier komt de zon was hij niet eerder. Het is het verhaal van een jongen, Kees, die opgroeit op en rond de Wallen, in de jaren na de oorlog, als de welvaart snel toeneemt en alles alleen maar beter lijkt te kunnen worden. Van Beijnum schrijft er bloemrijk over, met als spil zichzelf en zijn moeder, die jong weduwe geworden is.
Geen keuzes
Helaas heeft de schrijver geen keuzen durven maken wat hij wel en wat hij niet wil vertellen. Bijna 500 pagina’s lang mijmert hij door, haalt herinneringen op aan muziek en films van de jaren vijftig, zestig en zeventig, herhaalt zichzelf regelmatig. Daarbij biedt met name het eerste deel van zijn leven, tot aan de middelbare school, weinig opzienbarends. Anekdotisch, herkenbaar, plezierig verteld, zeker. Maar ook eindeloos voortslepend, weer een voetbalanekdote, weer een staaltje van het zakeninstinct van zijn grootmoeder, weer een herinnering aan een meester of juf op de basisschool.
Spanningsveld
Pas als de jongen naar de middelbare school gaat, ontstaat er een spanningsveld. Het milieu van zijn klasgenoten op het gymnasium verschilt hemelsbreed van dat van hemzelf. Bij zijn moeder in het café smartlappen uit de jukebox, bij zijn klasgenoten klassiek in het Concertgebouw. Die kloof tussen twee werelden en het effect dat die op Kees heeft verleent het verhaal vanaf dat moment de broodnodige, maar helaas te weinig uitgewerkte spanningsboog.
Over de auteur
Kees van Beijnum (1954) groeide op in de Warmoesstraat in Amsterdam, waar zijn moeder café-hotel Het Centrum bestierde. De omgeving waar hij opgroeide, de Wallen, vormde heel vaak het decor voor zijn romans. Zijn eerste boek, Over het IJ, verscheen in 1991. Daarna volgde nog een indrukwekkende reeks, waaronder bekende titels als Dichter op de Zeedijk (in 1995 genomineerd voor de AKO Literatuurprijs) en De oesters van Nam Kee (waarmee hij in 2000 de F. Bordewijkprijs won). Na 2000 vormde Amsterdam niet langer de vanzelfsprekende achtergrond van zijn boeken, maar verruimde zijn blik. In totaal publiceerde Van Beijnum tot nu toe 14 romans.
Nostalgisch bad
Het heeft iets van een warm, nostalgisch bad. De eerste helft van Hier komt de zon. Iedereen van rond de zeventig en ouder zal zich erin kunnen herkennen. De oorlog was al een aantal jaar voorbij en alles leek alleen maar beter te kunnen worden. Voor zijn grootmoeder en haar zussen was er die eeuwige strijd om hard, harder, hardst werken. Zijn tantes toernooiveld is dat van groter, nieuwer, duurder. De kleuter Kees groeit op in een omgeving waar hij zich veilig voelt, met een liefhebbende vader en moeder, een oudere zus en een grootvader die bij hen inwoont sinds hij zijn vrouw in bed aantrof met een van de kelners in haar kroeg.
Mulo
Vader is ongeschoold arbeider, moeder heeft mulo mogen doen en droomt van opklimmen op de sociale ladder. Maar als vader overlijdt aan een hartstilstand, de kleine Kees is negen, ziet zij zich gedwongen om zelf ook in het café te gaan staan, eerst bij haar moeder, later in een eigen zaak. En met verve, de zaak groeit en bloeit in de jaren erna.
Uitvoerig verhaalt Van Beijnum over de schoolavonturen van Kees, met aardige en minder aardige leerkrachten, over zijn voetbalcarrière bij de jonkies van DWS (Door Wilskracht Sterk), over de grootvader die elke zaterdagavond beschonken thuiskomt. Het is een wereld waarin jongetjes in cowboypakjes rondlopen met een klappertjespistool en meisjes wiebelend en giebelend op de veel te grote hoge hakken van hun moeder staande proberen te blijven. De sfeer van een jongensboek, vol eensgezindheid en onderlinge solidariteit.
Dokter of dierenarts
Maar moeder heeft een grote droom: haar zoon moet het verder schoppen dan zijzelf. Dokter moet hij worden, of dierenarts. En dus gaat de jongen naar de gymnasiumafdeling van een scholengemeenschap en maakt daar kennis met een hem tot dan toe onbekende wereld. In de pauze ziet hij ze nog wel lopen: de muloleerlingen en de havisten, maar uit alle macht probeert hij bij de echte gymnasiasten te horen.
Moeder ondertussen heeft een nieuwe vriend, de Duitser Werner, iets wat halverwege de jaren zestig niet bij iedereen in goede aarde valt. In de jaren die volgen gaat hun relatie aan en uit, altijd gepaard met hevige vrijpartijen of gewelddadige ruzies. Ook de tweede vriend, een Surinaamse huisarts, is geen blijvertje en wordt snel opgevolgd door een Amerikaanse militair die vanuit de kazerne in Duitsland elk weekend samen met zijn maten naar Amsterdam.
Anekdotisch
Van Beijnum kiest vooral voor het anekdotische: de ruzies, de uitgaansavondjes met toenemend drugsgebruik, de geleidelijke verloedering van de Wallen. Het innerlijk conflict van de tiener Kees, de vraag wie hij nou eigenlijk is en wat hij wil, stipt hij hooguit aan. Hier komt de zon (genoemd naar het liedje van The Beatles) stijgt daardoor niet uit boven een verzameling herinneringen, sommige interessant, andere een beetje saai en overbodig. Goed geschreven, maar nergens haalt hij het niveau van zijn vroege romans.
Sonja de Jong
Kees van Beijnum – Hier komt de zon, De Bezige Bij, ISBN 978 94 031 3343 0, 496 pagina’s, € 29,99, januari 2026
