Charley Toorop - Een schildersleven - Wessel Krul
Een vrouw van tegenstellingen: openheid en teruggetrokkenheid
Altijd bezig, virtuoos maar ook rusteloos als kunstenaar
Omvangrijke biografie van Wessel Krul over schilderes Charley Toorop (24 maart 1891 – 5 november 1955) en dochter van de schilder Jan Toorop (20 december 1858 – 3 maart 1928) over wie de overzichtstentoonstelling ‘De werelden van Jan Toorop’ te zien is in het Singer Museum in Laren (21 januari – 10 mei 2026).
De ouders van Charley Toorop waren Annie Josephine Hall die op 28 maart 1860 geboren werd in het Ierse Sligo en haar vader Johannes Theodorus (Jan) Toorop, geboren op 20 december 1858 in Poerworedjo in Midden-Java, Nederlands-Indië. Ze maakten kennis toen Jan op bezoek was bij de familie Corduweener in Brussel, waar Annie verbleef om Frans te leren en zich voor te bereiden op een huwelijk. Ze besloot onmiddellijk dat dit de man was met wie ze wilde trouwen. Hij was door zijn geboorte een oosterling, excentriek in haar ogen en een talentvol kunstenaar. De gelovige Annie was thuis niet gelukkig omdat er bekrompen werd gedacht. Ze trouwden op 1 juni 1886 in All Saints’ Church in Kenley in Engeland met James Corduweener en Annie’s moeder als getuigen. Hun eerste kind Mary Annie stierf al na zes maanden in 1887. Na Brussel werd in Katwijk een kamer gehuurd en op 24 maart 1891 werd hun tweede dochter Charley geboren onder de naam Annie Caroline Pontifex.
Eerste schetsen
De jonge Charley keek met bewondering naar het werk van haar vader, dat wilde ze later ook. Maar ze zong, ze speelde piano en viool en maakte haar eerste schetsen. Ze zag zijn strijd om te overleven, de tentoonstellingen die werden georganiseerd in binnen- en buitenland. En haar moeder die strenggelovig was en met wie ze samen met Jan Toorop alsmaar rooms-katholieker werd. Vaak vluchtte ze ook naar het ouderlijk huis, Charley meenemend, als Jan weer een nieuw liefje had. Bovendien reisde hij vaak naar het buitenland voor exposities. Maar voor wie koos ze partij, meestal voor haar vader. Het schetsen en muziek waren een troost voor haar.
Over de auteur
Wessel Evert Krul (Bennekom, 1950) was hoogleraar moderne kunst en cultuurgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij publiceerde over een groot aantal onderwerpen uit de geschiedschrijving, kunstgeschiedenis en kunsttheorie van de achttiende tot de twintigste eeuw. In 2018 verscheen zijn veelgeprezen biografie Hannema – museumdirecteur. Over kunst en illusie.
Katwijk aan Zee
In Katwijk lieten ze ook een huis bouwen vlakbij zee door H.P. Berlage, het huis noemden ze De Schuur. Jan beeldt Charley af als ze bezig is met Schelpen zoeken (1899). Net als later in Domburg worden veel kunstenaars geïnspireerd door de zee. Zo kwam Albert Verwey naar Katwijk met zijn vrouw Kitty. Met Herman Heijermans van wie het vissersdrama Op hoog van zegen is, timmerde Jan een boekenkast die Heijermans nog lang gebruikt heeft. Bij een vioolleraar maakte Charley vorderingen en was ze vaak aan het tekenen. Zo ontstond in augustus 1900 Zeilboten in Katwijk aan Zee, een decoratief vignet in art nouveau. Als ze wat groter is tekent Jan Charley vioolspelend in 1904. Jan nam deel aan een expositie, waarin het nieuwe ‘luminisme’ was vertegenwoordigd met werk van Jan Sluijters, Piet Mondriaan en Toorop zelf. In de zomer in Domburg werden de contacten verstevigd. Mies Elout-Drabbe, van oorsprong amateur maar een goede vriendin van Jan Toorop, maakte in 1907 Portret van Charley Toorop.
Drie eigentijdse schilders
Toen de Toorops verhuisd waren naar Nijmegen ontmoette, was er een tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam met drie eigentijdse schilders: Cees Spoor, Piet Mondriaan en Jan Sluijters. Jan Toorop zou meedoen maar trok zich op het laatste moment terug. Op de opening sprak Charley met de jongeman Henk Fernhout, een Drentse boerenzoon die rechten gestudeerd had en zich filosoof noemde en zoon was van een scheepsbouwer. Hij was ongedurig en brutaal. Toch zag Charley wel wat in hem terwijl ze een loopbaan als kunstenaar opbouwde en meedeed aan een expositie in Domburg met vijf werken: Landschap, Kerk te Domburg, Kerk aan de Maas, Stilleven en Portretje. Begin augustus 1911 meldde het Domburgsch Badnieuws dat vier van de vijf schilderijen waren verocht. Waarschijnlijk in kleine kring, want haar vader kocht soms iets ter aanmoediging en enkele vrienden deden dat ook.
Bergen
Toen Charley op 21 werd op 24 maart 1912 verliet ze het ouderlijk huis en verhuisde ze naar Bergen, waar ze op 30 maart werd ingeschreven als inwoonster. Op 1 mei 1912 trouwden Henk en Charley, weliswaar zonder toestemming van haar ouders. Jan Toorop miste haar meteen. Op 17 augustus 1912 beviel Charley van een zoon: Edgar Richard Johannes, een jaar later op 9 augustus 1913 gevolgd door de geboorte van een tweede zoon: Johannes Hendrik, kortweg John. Omdat echtgenoot Henk steeds meer dag en nacht met de fles omging was Charley degene die de kost moest verdienen. Ze zwoegde hard door en hoopte met schilderen iets ‘bij te kunnen verdienen’ toen het concertbureau Fernhout & Co een mislukking bleek. Jan steunde haar waar hij kon. In maart 1915 nam ze deel aan een nationale tentoonstelling, waaraan ook John Rädecker, Else Berg, Matthieu Wiegman, Conrad Kickert en Leo Gestel deelnamen. Ze hadden een mooie woning betrokken aan de Loudelsweg in Bergen , maar moesten een paar jaar later verhuizen naar Laren en uiteindelijk naar Utrecht. Toen werd op 13 mei 1916 in de Utrechtse Van Ostadelaan het derde kind van Charley geboren: Charley Annie.
Onhoudbaar
Inmiddels was de situatie rondom Henk onhoudbaar geworden en het werd tijd dat hij opgenomen werd in een inrichting. Na aanvankelijke bezwaren – hij sneed zelfs haar schilderijen met messen aan flarden – werd een list bedacht. Henk zou per taxi in Utrecht een vriend ophalen. Daar werd hij opgewacht door een paar ziekenbroeders, die hem meenamen naar de inrichting. Hij kwam er onder behandeling van gestichtspsychiater Henrik Breukink. Henk begreep niet ‘dat zijn niet willen gaan in een sanatorium moest leiden tot opname in een stichting’. De situatie gaf Charley weer even rust. Op 6 november 1915 werd Henk ontslagen uit de inrichting, Daarmee begon voor haar een sombere winter, ook al had ze nu succes met haar werk, kon het dat gevoel niet wegnemen. Ze schreef Henk nog een laatste afscheidsbrief, waarin ze toegaf dat John zijn vader miste. Het zou nog vijf jaar duren voordat de scheiding een definitief feit was. Charley zorgde voor de jongens, de dochter verbleef bij haar schoonmoeder Annie. Op het landgoed Meerhuizen in Amsterdam vestigde Charley zich in maart 1917 als scheppend kunstenares. Vertrouwde vrienden als Thé Lau en Jaap Weyand uit Bergen waren er ook en de Van Domselaers uit Laren. De nieuwe vrijheid gaf haar een impuls. Ze maakte schilderijen in diverse genres, kinderportretten. Figuurstukken, enkele naakten, landschappen en stillevens. Bremmer kocht een Vuurtoren in avond voor 200 gulden, dat ze het jaar ervoor had gemaakt in Oostvoorne. Tijdens haar eerste solopresentatie in Den Haag besteedde de schilderes Bertha van Hasselt er een hele pagina aan. Er werd ‘barbaars geschilderd, op anarchistische wijze gebroken met alle wetten, alles tegen de draad in, schots en scheef, qua perspectief fout.’ Maar wie goed toekeek, ontdekte een ‘sterke innerlijke overtuiging’. Bij Arthur van Schendel ontmoette ze Jany Roland Holst. Er was kort een klik tussen deze dwangmatige versierder en Charley. Ze presenteerden zich als een verloofd stel. Ze maakte een tekening van Jany in 1918 (die later werd vernietigd). De maanden juli en augustus brachten ze samen door in Bergen, maar aan het eind van het jaar was de bekoring vervlogen en was ze meer bezig met symbolisme en mystiek in haar werk. Meer tekeningen in plaats van schilderijen, in de richting van abstractie. Op de schilderijen die ze wel maakte waren boeken te zien: Lezende vrouw in de lente, Lezende vrouw in bos met lampions, Stilleven met bloemenvaas en boek. Just Havelaar, criticus van Het Vaderland, vond haar werk tot dusver weinig interessant, maar was nu bijna juichend: ‘Zij is nu een der weinig sterke persoonlijkheden onder onze jonge schildersgeneratie.’ Die ‘innerlijke bezinning’ vond hij terug in haar portretten, haar groepsvoorstellingen zoals Het Gezin en haar weergave van kinderen.
Schoorl
Via schilder Frans Huysmans kon ze een landelijke woning huren in Schoorl. In april 1919 vestigde Charley zich met haar twee zoons in de boerderij Het zeepaardje in Schoorl. In een landelijke omgeving zou ze meer rust hebben en meer tijd voor haar werk. Toch heeft ze juist minder geschilderd dan in de jaren ervoor. Er was veel aanloop van oude vrienden zoals Jany Roland Holst, John Rädecker (die in het huis in Groet van Thé Lau kwam). Ook de Van Domselaers betrokken een huis, dan wel in Bergen. Ze had contact met Leo Gestel. Matthieu Wiegman stuurde haar een meisje door om te portretteren. De winter bracht ze door in Parijs waar een tentoonstelling met oude en nieuwe kunst van Nederlandse kunstenaars. Op de 62ste verjaardag van haar vader stuurde ze hem een tekening van Eddy. Misschien zit er wel een ‘peintre’ in, dacht hij.
’De vlerken’
Toen kwam het idee voor het huis ‘De Vlerken’ in Bergen, ontworpen door Klomp en Kramer in 1921 Jany Roland Holst had een nieuwe woning laten bouwen in Bergen, dus waarom zij ook niet? Het werd een plekje aan de Buerweg 19, aan de meest schilderachtige kant van Bergen met op de eerste verdieping haar atelier en een reuzengroot schildersraam. Ook Leo Gestel liet er een huis bouwen en kort daarop kwam Gerrit van Blaaderen. Bouwkosten ongeveer f 15.000. Grotendeels gefinancierd door vader Jan. Hij nam tienduizend als hypotheek. Begin maart 1922 werd het huis opgeleverd. Jan bleef twee maanden in het nieuwe huis, en zorgde ervoor dat ze aan het werk ging. Met veel schilder- en tekenwerk. In de eerste plaats het portret van mevrouw van Reenen, de oprichters van Bergen aan Zee, dat als betaling van de grond moet dienen. Met Jany bleek geen vaste relatie mogelijk, maar ze werd geboeid door zijn gedichten en raakte geamuseerd door zijn conversatie. Ze logeerde met hem op de Buissche Heide, het Brabantse landgoed van Rik en Jet Roland Holst. Ze schilderde portretten van de mensen uit de Borinage en maakte een portret van musicus en dandy E.L.T. (Edouard) Mesens in 1923, die in korte tijd een huisvriend was geworden. Inmiddels was ze een begrip geworden in de Nederlandse kunstwereld. Ze ontmoette de jonge dichter Hendrik Marsman, van wie ze ook een portret maakte. Maar ging ook patiënten uit de kliniek van de Willem Arntsz Stichting portretteren. Haar man Henk was daar verpleegd. Ze was ‘heerlijk aan het schilderen, alleen een héle opgaaf’, schreef ze aan haar weldoener Bremmer. Haar Stilleven met fles en boek uit het voorjaar van 1924 is onmiskenbaar geïnspireerd door Vincent van Gogh.
Charley blijft reizen
Charley bleef reizen, van Bergen naar Parijs, naar Westkapelle of waar dan ook. Rusteloos als ze was. En in Bergen ontving ze regelmatig mensen. Zoals de dichter Jacques Bloem, dat beviel beter dan het bezoek van Jan Slauerhoff. De drukte sloeg ook op haar gezondheid, zo werd ze in Amsterdam opgenomen in het Prinsengrachtziekenhuis om haar galstenen te laten verwijderen. En als gezegd was ze rusteloos genoeg om in te trekken op Leidsegracht 48 in Amsterdam na een kort verblijf in Rotterdam. ‘De Vlerken’ werd verhuurd aan Dirk Filarski. In Amsterdam kreeg ze gezelschap van pianist Guus Seyler. In de kunst bleken ze dezelfde voorkeuren te hebben. Ze kwam in Amsterdam veel mensen tegen die haar inspireerden. Ook John Rädecker kwam langs, net als Hildo Krop en Joris Ivens. Het Stedelijk Museum bood haar de gelegenheid om in het voorjaar van 1927 een overzicht van haar werk te tonen. Het opvragen van bruiklenen bij de eigenaars kostte haar veel tijd. Ze maakte een nieuw omslag voor het jaarprogramma van de Amsterdamse Stadsschouwburg. Tegelijkertijd kreeg ze nieuwe leerlingen die ze zo goed mogelijk van advies diende als Jo Boer en Bep Rietveld, oudste kind en enige dochter van Gerrit Rietveld. Een nieuwe huisvriend en mogelijk partner werd Arthur Müller-Lehning die met César Domela bij haar op bezoek was geweest. Hij was antikapitalistisch en antimilitaristisch en bleef dat tot aan zijn dood. Hij had ruime ervaring met publiceren in allerlei bladen toen hij in Parijs een plan bedacht om een eigen tijdschrift uit te brengen. Met ruime financiële steun van Bart de Ligt verscheen het eerste nummer van i 10 in januari 1927. Een jaar later wilde Charley de zomer doorbrengen in Ploumanach aan de noordkust van Bretagne en niet in Westkapelle, onderbroken door een bezoek aan Parijs, waar Arthur niet aan meedeed. Er waren weer veel ruzies geweest. Ze nam haar zoon Eddy mee en Jo Boer en haar vriendin Lien Tiggers. Meteen na aankomst gingen ze op bezoek bij Mondriaan. Jo Boer vond hem vervelend met zijn angstvallige precisie en zijn kluizenaarsleven. Ze gaf de voorkeur aan de opgewekte en charmante Zadkine met de hoge bomen in zijn tuin en andere stammen in zijn atelier die nog op bewerking wachtten.
Arthur Lehning
De relatie met Arthur Lehning beklijft niet, net als met vele anderen. Charley wil overal tegelijk zijn, van een tweede huwelijk met Arthur komt niets. Bovendien heeft hij nog een vriendin Annie Grimmer van wie hij geen afscheid kan nemen. Charley’s moeder Annie Toorop-Hall overlijdt in de nacht van 8 op 9 januari 1929. Daarna moest Charley ook haar huis opruimen. Ze vond in het huis allerlei verrassingen zoals dozen met onbekende tekeningen en aquarellen van haar vader. In Londen werd een tentoonstelling gehouden waarop Toorop met Jan Sluijters en Mommie Schwarz overheersten, schreef De Telegraaf. De kinderen waren onderdak toen ze een tijdje in Berlijn wilde werken. In november vertrok ze met Lehning via Parijs naar Genève. Toch genoot ze af en toe ook van de kinderen gezien de foto uit 1929 met Eddy, John en Annetje bij de duinen van Westkapelle. Parijs lonkte. Ze huurde een appartement in Villa Brune af voor drie jaar, maar woonde er hooguit tien maanden. Sinds Lehning haar naar Berlijn had meegenomen, droomde ze ervan daar ook succes te hebben. Ze wilde er in arbeiderswijken werken maar kwam terecht in een kliniek aan de Kurfürstendamm waar ze lag in zweetbaden, met natte omslagdoeken en een dieet van rauwkost en ‘knekkerbrood’. Na de buitenlucht daar voelde ze ervoor om weer in Holland te gaan werken en maakte in Westkapelle schilderijen met de titel Moeder met kind (dat ze later in een driftbui kapotsneed) en Oude mannen dat later Vijf boeren ging heten. Van de Rädeckers, die een huis hadden in Groet, mocht ze zo lang in hun woning aan de Keizersgracht wonen. Ze hoopte dat Bremmer haar Vijf boeren zou kopen voor 800 gulden, maar dat was vergeefs. Ze ging veel naar films, toneel en muziek en voelde meer verwantschap met de Duitse dan Franse kunst. In Parijs, niet in Berlijn, ontdekte ze er de beste voorbeelden van: Emil Nolde, Paul Klee en Max Beckmann.
Loopbaan van Eddy
Al die tijd doet ze het haar best om de loopbaan van zoon Eddy als schilder te promoten, zoon John is volop bezig om met Joris Ivens opnamen te maken in Spanje tegen de fascistische wijze waarop Franco er bezig is. Haar schilderij De kaasmarkt te Alkmaar uit 1933 weet ze te verkopen aan de kaashandelaar De Wolff Peereboom. Hij zag het schilderij hangen in 1936 in de Jaarbeurs in Utrecht en deed er een bod op. Al was het de helft van de f 3000 die ze in gedachten had. Het had haar veel energie gekost het schilderij te maken. Op de Kaasmarkt in Alkmaar trok ze veel bekijks. Toen werd er apart voor haar een schapenhok neergezet van waaruit ze goed kon werken. In het atelier had ze zestig kazen liggen, destijds voor een prikje gekocht. Op het moment dat die kazen geen dienst meer deden, moesten ze in de schuur opgestapeld worden. Later werden ze aan kennissen weggegeven. Toen ze het schilderij verkocht had was ze even uit de schulden, maar leidde alweer tot nieuwe uitgaven.
Het andere schilderij, waarin ze veel energie had gestoken, De maaltijd der vrienden, was uiteindelijk terechtgekomen in museum Boymans in Rotterdam. Weldoeners als Bremmer, de Schorers en het echtpaar Brom droegen bij met geld bij het Rotterdamse comité onder leiding van Jacob Meis. Het werd uiteindelijk geschonken aan het museum. Jan Engelman schreef dat zijn werk voor Toorop een ‘nieuw begin in de kunst’ vertegenwoordigde. ‘Helemaal niet! Ik heb dat natuurlijk zelf klaargespeeld,’ riep Charley triomfantelijk. Geïnspireerd door de ‘Maaltijd’ maakte ze een schilderij met de Bremmers met onder meer een bijdrage van Helene Kröller-Müller. Al riep het schilderij ook vragen op: waarom had ze Bart van der Leck in het middelpunt geplaatst? Charley’s verweer: ‘Helemaal niet! Het is juist passé binnenkort ook Mondriaan! Er is geen nieuw begin – alles verandert toch steeds! Alleen is ’t voor mij ’n grote betekenisvolle figuur, en gesloten in z’n geheel.’
Zomerhuis Rients Dijkstra in Groet
In februari 1936 exposeerde Charley met Edgar bij Voor de Kust in Utrecht. Een jaar later werd een beeld van John Rädecker onthuld – een monument voor Jan Toorop. Niet bij het Gemeentemuseum van Berlage maar aan de Buitenrustweg in Den Haag met de bomen van Zorgvliet op de achtergrond. In het zomerhuis dat Rients Dijkstra liet bouwen aan de Nieuweweg in Groet – in de volksmond ‘Het Witte Huis’, werd groot feest gevierd tot diep in de nacht. Dijkstra., directeur van de Groene Amsterdammer, was bevriend met Menno ter Braak, Jany Roland Holst. Ook Eva Besnyö, schoondochter van Charley kwam er. Charley noemde het een ‘grandioze fuif’ die ze bij Dijkstra hadden. Als hoofdschotel van het feest liet Charley zich door het aangeefluik naar de eetkamer opdienen… Hoewel ze haar rust vond in Bergen verlangde ze toch steeds weer naar Parijs of naar Venetië waar maar liefst negen meter met haar werk te zien was in juni 1938. De Duitse veroveringszucht begon velen op te breken. Jany had daar ook een gedicht tegen geschreven. Eddy en Rachel waren vanaf Alassio bezig een huis te zoeken in Frankrijk. Ze besloten te gaan wonen in Aix-en-Provence. Er was veel positieve publiciteit voor Charley. Ze ging zelf poseren voor Matthieu Wiegman, zat er weliswaar wat stijfjes bij. Leek slanker dan ze in werkelijkheid was. Zie het portret in 1939 van Wiegman.
Nieuwe voorraad conserven
Op 10 mei 1940 waren de vliegtuigen van de Duitsers te horen. Eddy du Perron kreeg een hartaanval in Bergen en Menno ter Braak pleegde zelfmoord. Iedereen ging hamsteren. Charley liet zich via haar kunsthandelaar een nieuwe voorraad conserven bezorgen. Eva Besnyö maakte foto’s van het verwoeste Rotterdam en Charley ontmoette een oudere man die als de circusclown Bumbo had gewerkt, een bestaan had in de havenstad en ging zijn portret schilderen. De clown draagt een oranje gevlamd kostuum, alsof hijzelf in brand staat. Eddy en Rachel hadden lang gewoond in ‘De Vlerken’ maar groeiden uit elkaar. Zeker toen Edgar een verhouding kreeg met de getrouwde Tia Wiegman, een dochter van Matthieu. Ze was getrouwd met de graficus Piet Worm en had twee kinderen. Ondertussen maakte Charley na Medusa 1 Medusa 2 – Medusa kiest zee . Ze had wel drie jaar aan het schilderij gewerkt, te lang naar haar smaak. Ze werkte hard door aan de kop van haar vader en haar eigen zelfportret op het schilderij Drie generaties waarop ook Eddy zou komen. John was in China geweest en dan weer in de VS met Joris Ivens. Hij was nu echt met film bezig. Door de oorlog moest ze uit het huis ‘De Vlerken’ in verband met een verdedigingslinie van de Duitsers aan de duinrand. Ze moest dus elders verblijven, maar daar had ze ervaring mee nu ze vanaf maart 1943 twee jaar lang moest uitkijken naar andere verblijfadressen. Na het kind van Eddy en Rachel kwam er nu een tweede kleinkind, een zoontje van John en Polly, hun zoontje heette Douwes. Ze had een gesprek met Henriëtte Roland Holst omdat ze haar wilde portretteren. Waar ‘Jet’ aanvankelijk niet voor voelde, maar later toch wel toen ze het portret van Johan Huizinga door Toon Kelder had gezien. Uiteindelijk portretteerde Charley haar samen met Ab Goubitz in 1943. Ongeacht het verloop van de oorlog reserveerde ze al kamers in een pension in Bergen, was blij weer op zichzelf te kunnen staan. Na de bevrijding in november 1945 hoorde Charley van het overlijden van haar vroegere vriend Guus Seyler. Uit de nalatenschap kreeg ze een paar foto’s van haarzelf en de kinderen. Ook Jacques Goudstikker was overleden tijdens een noodlottige val op het schip dat hem naar Amerika zou brengen. Charley wilde ook meer dan haar lichaam op kon brengen. Op 18 februari 1947 kreeg ze een beroerte, aanzienlijk erger dan de vorige. Ditmaal was haar rechterzijde grotendeels verlamd. Ze kon niet meer schrijven, niet meer schilderen en ook niet meer spreken. Het duurde twee manden dat ze het bed moest houden en daarna volgde een langzame revalidatie, moet oefeningen, massages en spraakles. Het ging geleidelijk beter, altijd te traag voor haar gevoel. Met het zingen was het voorgoed afgelopen. Geen werk betekende ook geen geld. Jan van Gelder, nu hoogleraar in Utrecht en Bram Hammacher, vanaf juli 1947 directeur van museum Kröller-Müller, zette samen met René Schorer een steuncomité op. Geld voor een cv in De Vlerken en een vaste toelage voor Charley voor de komende periode. Zo werd ook het schilderij Zelfportret met palet dat Charley in 1932-1933 voor Goudstikker had gemaakt, verkocht, en werd voor duizend verkocht, maar later meer in het bezit van het Haags Gemeentemuseum. Ook het schilderij Perenboom werd ondergebracht bij het Centraal Museum in Utrecht, nu als geschenk van de ‘Vrienden van Charley Toorop’ die daarvoor f 3000 bij elkaar legden. Charley voelde zich wat ongemakkelijk bij de hulp van anderen. Alles ging ook langzamer bij haar, zodat zelfs Jany Roland Holst schrok toen hij haar zag. Ze ging vooruit maar wel heel langzaam.
Twee nieuwe schoondochters
In 1948 maakte Charley kennis met twee nieuwe schoondochters. Polly Korchien, hoe wel al bekend, kwam mee met John en haar zoon vanuit Amerika en Rachel Pellekaan en Eddy gingen uit elkaar. In haar plaats was het Nanette Salomonsson, kortweg Netje. Geboren in Nederlands-Indië. Haar Joodse vader werd in een kamp in Mauthausen neergeschoten in oktober 1942. Haar broer werd in een kamp omgebracht omdat hij verzetsstrijder was. Netje had een overhaast en ongelukkig huwelijk achter de rug met toneelregisseur Johan de Meester. Netje woonde al samen met Eddy toen Charley nog van niets wist. Netje was verlegen en met die eigenschap had Charley weinig geduld. Ze trouwden met elkaar op 12 april1949 in Londen omdat in Nederland een huwelijk verbood kort na een scheiding. Charley’s verhouding met dochter Annetje was na de oorlog verbeterd. Ook met schoonzoon Dick Nijland die teruggekomen was van zijn fascistische fascinatie. Misschien wist ze een baantje voor hem in de kunstwereld? Hij kwam uiteindelijk terecht in 1947 bij een elektrotechnisch bedrijf waar hij voorlichter en handelsagent werd. Charley steunde ook jonge kunstenaars in de omgeving, zoals het Kunstenaars Centrum Bergen als ontmoetingsplaats voor artiesten en verzamelaar. Rond haar verjaardag maart 1950 ging ze weer aan het werk, anderhalf uur per dag. Ze zag uit naar de voltooiing van Drie generaties, waarvoor Eddy nog een keer kwam poseren. Het schilderij heeft iets geheimzinnigs met het duistere bronzen hoofd van Jan Toorop en Charley in spiegelbeeld. Het schilderij werd onmiddellijk gekocht door museum Boymans bij Nieuwenhuizen Segaar voor f 10.000 gulden. Het werd wat rustiger voor Charley aangezien ze voor 1950 een aanvullend inkomen had gekregen van f 1500 van de overheid. A.M. Hammacher schreef een biografie over haar, of hij er op tijd zou zijn voor haar zestigste verjaardag maar 1951 wist hij niet. Wel kwam er een overzichtstentoonstelling in april 1951, geopend door staatssecretaris Jo Cals. Er waren 146 werken waaronder 112 schilderijen, waaronder Drie generaties, 26 tekeningen, 6 litho’s en 2 etsen.
Tegenstellingen
Hammacher typeerde haar als iemand vol tegenstellingen: openheid naar de wereld en belangstelling voor het nieuwe tegenover teruggetrokkenheid en afweer van alles wat haar bij het werk stoorde. In 1953 ontving ze uit de handen van Maurits Uyldert de Prijs voor het Kunstenaarsverzet. Ze kreeg nog de kans om werk in de VS ten toon te stellen van Victor Hammer maar uiteindelijk viel het tegen omdat de prijzen die er gevraagd werden te hoog waren. In mei 1952 vierde het Kunstenaars Centrum Bergen (KCB) het eerste lustrum met een kleine tentoonstelling. Charley Toorop, de ‘petemoei’’ van de stichting, werd bij de opening gezien met een stok. Op ‘De Vlerken’ had ze nieuw personeel, want Marijke Henneman die jarenlang haar trouwe hulp was, was getrouwd. Ze had een nieuw meisje en voor het eerst een echte secretaresse, mevrouw Cock de Koning-Steeman. Ze had af en toe last van haar evenwicht en moest haar best doen niet te vallen. Natuurlijk had ze alles willen zien, van alles willen genieten en als ze thuiskwam was ze bekaf en moest een paar weken bijkomen. Ook John Rädecker die zo lang bezig was geweest met het monument op de Dam was moe. Zijn longen waren aangetast door het stof van het beeldhouwwerk. Charley was begonnen met een behandeling met drie keer injecties om zich beter verstaanbaar te maken en ging door met spraakles. In de trein maakte ze op 1 september 1955 een lelijke val. Ze zou gaan naar museum Kröller-Müller en daarna in Arnhem de beeldententoonstellng in park Sonsbeek bezichtigen. Op 5 september was ze in Amsterdam op een overvolle receptie van John Rädecker die zeventig was geworden. Bob Oud spoorde haar aan het rustiger aan te doen. Na de val kreeg ze een hersenbloeding, maakte kleine wandelingen, meer dan 100 meter lukte niet. Ditmaal was de beroerte fataal. Ze overleed in de nacht van 5 op 6 november 1955, thuis in Bergen, 64 jaar oud. In het atelier stond bij het raam grotendeels voltooid Glas met rozen. Op 9 november 1955 was de uitvaart in Bergen, die begon vanaf de Buerweg. John Fernhout was terug uit het buitenland. Onder de aanwezigen Jany Roland Holst die samen opliep met Arthur Lehning. Bij het graf op de Algemene Begraafplaats van gemeente Bergen hield Bram Hammacher de grafrede. Op haar sterfbed zag Charley er kalm en vredig uit. Roland Holst werd erdoor getroffen. De indruk stimuleerde tot het maken van een kwatrijn. Een paar maanden later overleed John Rädecker op januari 1956.
Een paar man
Eddy en Netje bleven wonen in ’De Vlerken’. John maakte dat ook mede mogelijk, door zijn aandeel van het huis als lening te verstrekken, ook al wilde hij het huis niet in de familie houden. Annetje had haar reserves tegen de moeder, zij werd ook minder toebedeeld dan haar broers in Charley’s testament. Het interieur van ‘De Vlerken’ werd ook drastisch herzien toen Eddy en Netje er definitief woonden. In de Rustende Jager was in december nog de tentoonstelling Kunst uit het huis van Charley Toorop te zien.
De wil is alles
In de zomer van 1963 was in De Zonnehof in Amersfoort de expositie De maaltijd der vrienden rondom het gelijknamige schilderij. Gerrit Rietveld schreef de inleiding in de catalogus. ‘De hier getoonde groep kunstenaars was, vanuit haar haar standpunt bezien, karakteristiek voor de jaren ’30-’35,’ schreef hij. Bekeek koningin Juliana eerder in november 1955 de tentoonstelling Vrouwen schilderen in Arnhem Charley’s schilderij Drie generaties, in De Zonnehof was het prinses Beatrix die in naar hetzelfde schilderij keek. Het schilderij was erkend. Onderdeel van een voorbije periode. In 1982 kwam het Centraal Museum in Utrecht met een groot overzicht van haar werk, het eerste sinds 1951 en Nico Brederoo met zijn boek Charley Toorop, leven en werken. Sinds dit boek is de belangstelling voor het werk van Charley Toorop alleen maar toegenomen, getuige.de documentaire van Kiki Amsberg en Paul Wildenberg De wil is alles voor de VPRO in 1997.
Kees de Bakker
Wessel Krul – Charley Toorop – Een schildersleven, 491 pagina’s (exclusief Noten, Literatuuropgave, Woord van dank, Illustratieverantwoording en Namenregister (totaal 639 pagina’s), uitgeverij Boom. € 39,50, januari 2026
