Spionnenfamilie - Christine Kuehn
De familie die medeverantwoordelijk was voor de bommen op Pearl Harbor
Een bizarre familiegeschiedenis
De vader van de in Amerika geboren en getogen Christine Kuehn weigerde altijd over zijn verleden te spreken. Zijn dochter moest het doen met korte, nietszeggende antwoorden, waarna hij snel op een ander onderwerp overstapte. Pas toen een haar volkomen onbekende scenarioschrijver haar in 1994 benaderde met de vraag of zij hem iets meer kon vertellen over haar grootvader van vaders kant die een belangrijke rol aan de kant van de nazi’s gespeeld zou hebben in de Tweede Wereldoorlog, begon zij zich opeens dingen af te vragen. Het was het begin van een dertig jaar durende zoektocht, die uiteindelijk resulteerde in het boek Spionnenfamiie. Het leest als een spannende thriller, maar is volkomen op feiten gebaseerd.
Over de auteur
Christine Kuehn (1964) werkte jarenlang in de journalistiek en public relations en was actief voor diverse non-profitorganisaties. Spionnenfamilie is haar eerste boek.
Belangrijke spion
Haar tante Ruth wordt genoemd in naoorlogse documentatie als een van de dertig belangrijkste vrouwelijke spionnen ter wereld, haar oom Leopold had een hoge functie in nazi-Duitsland en stond volledig achter de vernietiging van miljoenen Joden, haar grootvader Otto en haar grootmoeder Friedel vormden een van de belangrijkste informatiebronnen die het Japanse bombardement op Pearl Harbor, eind 1941, mogelijk maakten. En haar jongste oom Hans werd, net negen jaar oud, begin jaren veertig in zijn matrozenpakje meegenomen naar de Amerikaanse vliegbasis om daar onschuldig en lief honderduit te vragen aan de militairen, om al die informatie daarna door te geven aan zijn ouders.
Amerikanen
Niets van dat alles wist Christine Kuehn tot halverwege de jaren negentig. Haar eigen vader Eberhard vocht vanaf 1942 aan de kant van de Amerikanen en verzweeg zijn leven lang zijn achtergrond. Verder had zij alleen een tante Ruth die zij een enkele keer bezocht en die op vragen naar haar leven slechts reageerde met de raadselachtige opmerking: ‘Je hebt een goed leven. Dat wil je niet bederven met verhalen over het verleden.’
Pas toen Kuehn het verzoek van de scenarioschrijver kreeg in 1994 was haar nieuwsgierigheid echt gewekt. Aanvankelijk deed zij het af als een vergissing: vast een andere Kuehn, geen familie, die nazi-misdadiger. Maar een kort onderzoek in boeken over WO II leerde haar dat het wel degelijk waar was. Vanaf dat moment beet zij zich vast in haar onderzoek. Heel lang niet om er een boek over te schrijven, zo verzekert zij in haar nawoord, maar om helderheid te krijgen over haar familiegeschiedenis.
Schokkend
En die bleek schokkend: haar beide grootouders Otto en Friedel waren vanaf het eerste uur trouwe aanhangers van Hitler. Beide hadden al aardig wat narigheid te verstouwen gekregen in hun leven: Otto zag tot dat moment alles wat hij ondernam in zijn leven mislukken, Friedel had voor ze met Otto trouwde al twee kinderen, Leopold, zoon van een man die toen hij hoorde dat ze zwanger was, meteen met de noorderzon vertrok en Ruth, cynisme ten top, de dochter van een Joodse man die begin jaren dertig, toen hij in de gaten kreeg dat het voor Joden niet veilig meer was in Duitsland, naar Zuid-Amerika vluchtte. Samen met Otto kreeg zij nog twee zonen, Everhard en Hans. Otto en vooral Friedel geloofden dat Hitler en zijn NSDAP hen naar betere tijden zou leiden.
Hoog in de hiërarchie
Al snel stegen zij dankzij hun enthousiaste steun in de nazi-hiërarchie. En zo kregen zij rond 1935 opdracht naar Hawaï te verhuizen en daar te gaan spioneren voor de Japanners, met wie Duitsland een bondgenootschap had gesloten. Het legde hen geen windeieren: grote sommen geld kwamen binnen, maar werden even zo snel weer uitgegeven aan dure dingen, enorme feesten, een kast van een huis en een super de luxe auto. Het laat zich lezen als een spannende roman. Zoon Leopold was achtergebleven in Duitsland waar hij snel carrière maakte in het leger van de nazi’s, dochter Ruth deed enthousiast mee met haar ouders en vormde een belangrijke troef, die tijdens de vele feesten op Hawaiï aangeschoten Amerikanen verleidde en allerlei geheimen ontfutselde. De kleine Hansje, net negen, had waarschijnlijk geen benul van wat hij deed. Hij wist alleen maar dat hij tijdens uitstapjes van alles moest vragen aan de militairen op de Amerikaanse basis. Alleen Eberhard, in 1941 vijftien jaar oud, nam vanaf het begin afstand van de activiteiten van zijn ouders en zus.
Bombardement
Het is onthutsend om te lezen dat de Amerikanen eigenlijk van meet af aan vermoeddden, dat Otto en Friedel spioneerden. Maar zij konden het niet hard maken en durfden niet op te treden. Pas na het bombardement op Pearl Harbor werd het echtpaar opgepakt. Friedel belandde met Ruth en Hans in een interneringskamp en keerde vandaaruit in een gevangenenruil tussen geallieerden en nazi’s vrij snel terug naar Duitsland. Otto werd aanvankelijk ter dood veroordeeld, wat later omgezet werd in vijftig jaar dwangarbeid. Een jaar of zeven later, terminaal ziek, kreeg ook hij de kans terug te keren naar zijn geboorteland.
Onpartijdigheid
Kuehn weet een opmerkelijke onpartijdigheid aan de dag te leggen. Nergens probeert zij hetgeen Otto, Friedel en Ruth deden, goed te praten. Wel krijg je als lezer de stellige overtuiging dat Otto en wellicht ook Ruth toch vooral meelopers waren die zich door Friedel lieten sturen.
Spionnenfamilie is een fascinerend verhaal over een ongewone familie. Het toont hoe dun de grens tussen goed en kwaad is.
Sonja de Jong
Christine Kuehn – Spionnenfamilie. (Oorspronkelijk gepubliceerd in 2025 als Family of spies bij MacMillan). Uit het Engels vertaald door Louise Koopman, Nieuw Amsterdam, ISBN 978 90 468 3462 6, 304 pagina’s. € 22,99, februari 2026
