De laatsten - Grégory Cingal
Over de gruwelen van Buchenwald
Gedetailleerd verslag van de ontsnappingspogingen van drie leden van de Special Operations Executive
Toegegeven, de Franse historicus Grégory Cingal heeft een buitengewoon indrukwekkend stuk werk geleverd met zijn boek De laatsten, tot roman verwerkte non-fictie, over een nog weinig bekende episode uit de Tweede Wereldoorlog. Maar voor de gemiddelde Nederlandse lezer is De laatsten waarschijnlijk toch wel wat al te gedetailleerd. En bovendien te gruwelijk.
Het is het verhaal van een aantal leden van Franse, Engelse en Belgische komaf uit de in de oorlogsjaren door Churchill in het leven geroepen Special Operations Executive. Met zijn 37-en belandden zij in de zomer van 1944 in Buchenwald. Slechts enkelen van hen overleefden.
Over de auteur
Grégory Cingal (1971) is schrijver, archivaris, vertaler en historicus. Hij publiceerde een aantal niet in het Nederlands vertaalde non-fictiewerken en twee autobiografische boeken, eveneens niet in het Nederlands beschikbaar. Zijn boek De laatsten handelt over concentratiekamp Buchenwald en een groep mannen die daar negen maanden gevangen zat. Het boek werd genomineerd voor de Grand Prix du Roman van de Académie Française.
Concentratiekampen
Vrijwel alles wat Cingal schrijft, is al bekend uit de vele getuigenissen en wetenschappelijke werken die sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw gepubliceerd zijn over de gruwelen van de concentratiekampen. Echt nieuw is wat hij vertelt dan ook niet. Maar het blijft afgrijselijk en telkens toch weer overrompelend om te lezen wat mensen elkaar aan kunnen doen. Waarbij de dubbele rol die een aantal betrokkenen, kapo’s (kampoudsten, zelf ook gevangenen – SdJ) en werknemers van het kamp, zeker tegen het einde van de oorlog speelden, verbijstert. Veelal om hun eigen hachje te redden, maar toch ook – hopelijk – soms uit medemenselijkheid.
Spionage en sabotage
In augustus 1944 arriveren in Buchenwald 37 gevangenen die deel uitmaakten van het Special Operations Executive, een Britse organisatie die gericht was op spionage en sabotage in de door nazi-Duitsland bezette gebieden. Zestien van hen worden al binnen enkele dagen opgehangen. Onder de overgeblevenen zijn er die ervan overtuigd zijn dat de oorlog snel voorbij zal zijn en dat zij dan vanzelf bevrijd zullen worden, zij leggen zich daarom neer bij hun lot. Maar met name Tommy Yeo-Thomas, Stephane Hessel en Harry Peulevé zijn vastberaden om te ontsnappen.
Vlektyfus
Buchenwald herbergde op dat moment een medisch onderzoekscentrum waar artsen probeerden een vaccin tegen vlektyfus te ontwikkelen. Hun experimenten stonden onder leiding van de niet al te getalenteerde, maar wel bijzonder eerzuchtige arts Erwin Ding-Schuler. Hij was een buitenechtelijk kind van een invloedrijke Duitser en wordt door Cingal beschreven als ‘mollig, melkwit en baardloos en als iemand die gedreven werd door een onlesbare dorst naar erkenning’. Het was de taak van zijn onderzoekscentrum om een vaccin te vinden tegen de vooral aan het front heersende vlektyfus. Succesvol waren hij en zijn medewerkers daar niet in, maar met vervalste gegevens wist hij in Berlijn toch steeds de schijn te wekken dat hij geleidelijk aan dichter bij resultaten kwam. Om voldoende onderzoeksmateriaal te hebben, werden gevangenen van het kamp geïnfecteerd met tyfus, door het ontbreken van een vaccin vrijwel altijd met de dood tot gevolg.
Andere identiteit
Yeo-Thomas, Hessel en Peulevé besloten, om hun ontsnapping mogelijk te maken, de plaats van een overleden patiënt in te nemen en zodoende een andere identiteit aan te nemen. Uiteindelijk behoorden zij tot de weinigen die het kamp overleefden, al valt te betwijfelen of dit aan die identiteitswissel te danken was.
Verbijsterend is het om te lezen hoe veel kapo’s en kamppersoneel, zelfs Ding-Schuler zelf, met de nadering van de geallieerden probeerden hun hachje te redden en de drie Engelsen hielpen bij hun ontsnappingspogingen, in ruil voor brieven waarin de drie verklaarden dat zij daadwerkelijk geholpen hadden.
Verbijsterend
Verbijsterend ook om te lezen hoe kapo Ernst Busse die honderden levens wist te redden in Buchenwald , na de oorlog in de DDR veroordeeld werd tot een vernietigingskamp in Siberië, op grond van valse getuigenissen van partijgenoten die zich door hem geschaad voelden. Terwijl Arthur Dietsch, door de meeste gevangenen in Buchenwald gezien als een gewetenloze moordenaar, een verdorven kerel die op alle borden tegelijk speelde, dankzij de getuigenis van Yeo-Thomas de doodstraf ontliep en al in 1950 vrijkwam na een door Yeo georkestreerde perscampagne.
Het is veel, heel veel wat Cingal vertelt in dit boek. Het duizelt de lezer van de vele namen, van de doden en de martelingen. Geen boek dat je voor je plezier leest. Maar wel weer, aan de vooravond van de 81e herdenking van WO II, een nieuwe getuigenis van de gruwelen van oorlog.
Sonja de Jong
Grégory Cingal – De laatsten. (Oorspronkelijk gepubliceerd in 2024 bij Editions Grasset als Les derniers sur la liste). Uit het Frans vertaald door Ellis Booi, Meulenhoff, ISBN 978 909 896 8345 8, 320 pagina’s, € 23,99, april 2026
