Karel / Károly - Lieke Kézér
Ode aan een overleden opa
Een Hongaarse jongen past zich aan
Hij overleed negen dagen voordat zij zelf geboren werd en Lieke Kézér heeft haar van oorsprong Hongaarse grootvader dus nooit gekend. Maar in Karel/Károly richt zij een klein literair monumentje voor hem op. Uit haar verhaal doemt Karel Kézér op als een zachtmoedig man die een eenvoudig leven leidde, maar al even eenvoudig en zonder aarzelen in de oorlog een joods gezin onderdak bood.
Over de auteur:
Lieke Kézér (1976) studeerde film- en televisiewetenschappen en werkte onder meer bij MTV, TMF en Veronica Magazine. Tegenwoordig is zij literair recensent voor dagblad Trouw. Ze debuteerde in 2016 met De afwezigen en won daarmee de Debutantenprijs en de Bronzen Uil. In 2019 volgde haar roman De verloren berg. Karel/Karoly is haar derde boek. Al in De verloren berg was sprake van dit boek, toen als een boek dat de hoofdpersoon van die roman aan het schrijven was.
Kindertransporten
Dat Nederland in 1956 onderdak bood aan duizenden Hongaren die hun land ontvluchtten na de opstand tegen het Sovjetbewind, weten de meeste mensen nog wel. Maar dat Nederland al eerder Hongaren, kinderen in dit geval, opving, is minder bekend. Dat was na de Eerste Wereldoorlog. Zo’n dertigduizend Hongaarse kinderen kwamen tussen 1920 en 1930 naar ons land om daar voor enkele maanden aan te sterken.
Economische crisis
Károly Kézér was een van hen, maar in tegenstelling tot de anderen keerde hij nooit terug naar zijn ouderlijk huis. Hij was de een na jongste in het kinderrijke gezin van zijn ouders. Geboren in 1909 groeide hij op in een klein Hongaars dorp, met op het wereldtoneel de Eerste Wereldoorlog. In 1918 kwam als gevolg van het Verdrag van Trianon een einde aan de Oostenrijks/Hongaarse dubbelmonarchie en raakte Hongarije twee derde van zijn grondgebied kwijt. Belangrijke industriegebieden, de enige zeehaven en een groot deel van het spoorwegnet ging daarmee voor de Hongaren verloren en het land belandde in een diepe economische crisis.
Tekorten
Er was een tekort aan alles: eten, brandstof, medicijnen. Ook in het gezin Kézér was amper eten en alle kinderen waren broodmager. Toen het aanbod kwam om een van de kinderen voor vijf maanden naar Nederland te laten gaan, waar voldoende eten was, werd de toen elfjarige Károly uitgekozen.
Omdat Lieke Kézér haar grootvader nooit gekend heeft en hij zelf ook zijn leven lang weinig over zijn jeugd in Hongarije wilde loslaten, heeft zij veel van zijn jongste geschiedenis zelf moeten interpreteren. Nadrukkelijk stelt zij in haar nawoord dat zij hiaten zelf ingevuld heeft met haar eigen fantasie. Zij stelt zich voor hoe zijn ouders geaarzeld moeten hebben: je kind naar een ander land laten gaan waar het de taal niet spreekt, waar je niet weet bij wie hij terecht komt, het is geen makkelijk besluit. Ze probeert zich ook voor te stellen hoe het voor de kleine Károly zelf geweest moet zijn en ze laat hem met tegenzin vertrekken, boos omdat hij uit het veilige gezin verbannen lijkt te worden.
Antonie
In Nederland belandt de jongen op een boerderij in Brabant van drie broers en sluit daar al snel vriendschap met Antonie, die op dat moment een jaar of veertig is. Mede dankzij het feit dat er op deze boerderij op dat moment al een andere Hongaarse jongen verblijft, voelt Károly zich al snel thuis. En als de andere kinderen terugreizen naar hun land, blijft Károly achter. Waarom is nooit duidelijk geworden. Was de honger in het gezin zo groot dat zij hem daar niet bij konden hebben, meenden zij hem een plezier te doen door hem in Nederland te laten? Het leidde bij de jongen tot een levenslange wrok.
Geboorteakte
Pas achttien jaar later, toen de tot man uitgegroeide jongen, inmiddels Karel geheten, wilde trouwen en daarvoor zijn geboorteakte nodig had, keerde hij terug en zag zijn ouders en broers en zussen terug. Toen pas hoorde hij dat een broertje van hem al jaren eerder overleden was. Het versterkte zijn gevoel van niet gewenst zijn en nooit is hij daarna nog teruggegaan naar Hongarije.
Hij trouwde, kreeg 14 kinderen, bood in de oorlog onderdak aan een joods ouderpaar met twee zonen. Voor dat laatste werd hij door herdenkingscentrum Yad Vashem uitgeroepen tot Rechtvaardige onder de volkeren. Zijn vrouw overleed jong en zelf werd hij ook niet erg oud. In 1976 overleed hij.
En hoewel Lieke Kézér hem nooit gekend heeft, weet zij hem toch met veel liefde en oog voor het juiste detail tot leven te wekken. Het moet een aardige man geweest zijn.
Puur literair gezien haalt dit boek het niet bij de twee voorgangers die Kézér schreef. Maar het is een liefdevolle herinnering aan een op het eerste gezicht heel gewone, maar intens goede man.
Sonja de Jong
Lieke Kézér – Karel/Károly. De Arbeiderspers, €23,99, ISBN 978 90 295 4201 2, 304 pagina’s. April 2026
