Cahier Jeroen Brouwers - deel 1 - Jeroen Brouwers
Tien aspecten van zijn geboekstaafde leven komen terug in Cahier 1
Een te koesteren bezit
Op 11 mei 2022 besloot de tijd een punt te zetten achter het leven en werk van Jeroen Brouwers, schrijft de redactie achterop Cahier 1. Maar de stichting Jeroen Brouwers gaat voort met zijn werk. De strijd met het witte niets, zoals de stichting haar werk en dit Cahier als resultaat noemt, is glansrijk door de stichting gewonnen.
Een nieuw cahier op 30 april
Brouwers’ werk wordt na zijn dood in druk vervolgd en uitgebreid, deels met nog onuitgegeven teksten van de auteur zelf, en voorts met artikelen van een groep bewonderaars en essayisten. De groots vormgegeven (door Jelle Jespers) verzameling kreeg de naam Cahier, met in het colofon de naam van Brouwers’ weduwe Gwennie Debergh als redactielid, coördinator en voorzitter van de Stichting Jeroen Brouwers, de verantwoordelijke uitgever. De bedoeling is om ieder jaar op 30 april - Brouwers’ geboortedag in 1940 - een Cahier het licht te doen zien. De delen 1 en 2 zijn verschenen. Zo, dat wat betreft de organisatie.
Winkel van Sinkel
De redactie noemt in haar inleiding de verzameling geen ‘herinnering’, maar neemt de vorm een beetje op de korrel door het Cahier ‘een Winkel van Sinkel’ te noemen. De naam verwijst naar het eenmanstijdschrift, waarvoor Jeroen Brouwers zijn hele leven plannen maakte. Het moest een winkel/tijdschrift worden waarin zoveel mogelijk verschillende literaire (uiteraard) genres een plek zouden krijgen. Uiteindelijk – schrijft de redactie – werden die plannen werkelijkheid in 1996 met de boekenreeks Feuilletons.
‘Literatuur is mij een heilige zaak’
Dat ik zijn werk vanaf zijn eerst werken bewonder, zal meespelen als vooroordeel bij dit Cahier. Brouwers heeft in eigen woorden ‘al zijn dagen geboekstaafd’ als reden om te schrijven. Dat heeft in mijn kast een rij prachtige boeken opgeleverd (bijna twee meter primaire literatuur), waaruit je de man leert kennen of denkt te leren kennen. Je leven boekstaven betekent ook het bijhouden van dagboeken plus een enorme hoeveelheid correspondentie met Vlaamse en Nederlandse auteurs. Jeroen Brouwers schreef geen literatuur, hij wás De Literatuur. Zoiets verwoordde hij in een brief uit 1971 aan de Vlaamse Gids: De literatuur is mij een heilige zaak en ik heb mijn eer.’
Streepjescode
Zo’n tien aspecten van dat geboekstaafde leven komen terug in Cahier nummer 1. Onverwacht bijvoorbeeld is een essay van Peter Zantingh met de titel Streepjescode. Zantingh draagt tientallen, misschien wel honderden voorbeelden aan van, wat hij noemt: Brouwers’ eigen leesteken, het streepje. En natuurlijk gaat een artikel over het nooit verschenen Kijkboek van de Nederlandse literatuur 1830 – heden, een essay van Roos Custers. Alleen al de titels van de artikelen nodigen uit tot lezen, of raadplegen zo u wilt. Ik noem: Buurt maken in Exel (voor even zijn woonplaats bij Lochem), De dagboeken van Jeroen Brouwers, Filmactrices in het werk van Jeroen Brouwers, Opdrachten (van JB) in boeken aan Benno Barnard. Gwennie Debergh, literatuurwetenschapper, ontleed de ontstaansgeschiedenis van Joris Ockeloen en het wachten, getiteld Een roman als een suikerspin.
Voetstappen in het zand
Van Jeroen Brouwers waren mij weinig foto’s bekend en al helemaal niet van handschriften, correcties en van zijn archief. Cahier 1 is daarmee heel royaal, gelukkig. In een documentaire, waarvan ik de naam vergeten ben, zien we in het eindshot Jeroen Brouwers die over het strand naar de rand van de zee loopt. Het shot laat afdrukken zien van zijn voetstappen in het zand. Ik vond dat een symbolisch beeld. Zijn voetstappen doen mij denken aan de inhoud van Cahier 1. Je zou ook kunnen zeggen, ze vullen nu twee meter in mijn boekenkast. Een te koesteren bezit.
Dick de Scally
Stichting Jeroen Brouwers – Cahier 1, ISBN 978 90 83474 00 7, 128 pagina’s, € 25, 30 april 2025
