Rode zomer - Frouke Arns
Melancholiek tweeluik over lot en noodlot
Twee eenzame meisjes
Twee losse verhalen, die zich met een tussenpoos van bijna honderd jaar afspelen. In beide speelt een elfjarig meisje een cruciale rol, zich allebei onbewust van de impact van hun daden. Op het oog verbindt slechts een medaillon de twee verhalen in Rode zomer, de nieuwe roman van Frouke Arns. Maar gaandeweg duiken meer parallellen op: een vader die niet de biologische vader is van zijn kind, een kind dat snakt naar wat aandacht en daarmee ongewild een keten van gebeurtenissen in gang zet.
Over de auteur
Frouke Arns (1964) studeerde Engelse Taal- en Letterkunde. Zij is actief als dichter, redacteur en schrijver. Zij debuteerde in 2013 met de verhalenbundel Mensen die je misschien kent. Haar eerste roman was De gelijktijdigheid der dingen (2012) en ontving de Bronzen Uil Lezersprijs. Ook haar tweede roman, Vonkie (2025), werd positief ontvangen.
Zomer
Een vrouw blikt terug op een zomer in haar jeugd, de zomer van 2006. Een naamloos meisje, de latere vrouw, reist met haar ‘vader-die-mijn-vader-niet-is’ naar een landhuis in Italië, zijn familiebezit. Haar moeder is er niet bij. Die is ‘elders’, is alles wat het kind daarover verteld is. En eenmaal in het landhuis laat ook vader-die-mijn-vader-niet-is haar al snel in de steek. Hij moet naar het buitenland, werken, vertelt hij haar en wordt daarna opgehaald door een jonge blonde vrouw in een open sportwagen, zijn assistente. Ze lacht naar hem, maar niet als een assistent. Het meisje wordt toevertrouwd aan de zorgen van een oppas, de dochter van een zakenrelatie van vader-die-mijn-vader niet is.
Wensfontein
Het kind worstelt met schuldgevoel. Want een jaar eerder, toen moeder er wel bij was, maar alleen maar in bed lag in een verduisterde kamer, heeft ze een muntje in de wensfontein gegooid: alsjeblieft, moeder, verdwijn uit mijn leven. En nu is moeder opeens ‘elders’, door haar domme wens.
De oppas blijkt een lot uit de loterij. Opeens worden er leuke uitstapjes gemaakt, samen geknutseld, gezwommen in een naburig meertje. En bij zo’n zwempartij vinden oppas en kind een medaillon, klemzittend tussen rietpluimen. Oud en zo te zien kostbaar, met fotootjes van een vrouw, een kind en een hond. Oppas kondigt aan het naar de politie te zullen brengen, maar het meisje heeft al een ander plan: stiekem pakt ze het medaillon weg en gooit het in de wensfontein om haar eerdere wens ongedaan te maken. Pas als ze volwassen is, ontdekt ze dat oppas meer begrepen heeft dan het kind toen vermoedde.
Tito Velluti
In het tweede deel laat Arns de lezer kennismaken met de moeder en dochter die samen in het medaillon vereeuwigd waren, samen met moeders geliefde hond Tito Velluti. En vooral maken we kennis met de fotograaf die het drietal destijds, in 1920, fotografeerde en die, zo beseffen we als lezer, veel meer te maken had met de oppas dan zij zelf ooit beseft heeft.
Eenzaamheid
Arns weet in weinig woorden heel veel te zeggen. Zonder het expliciet te benoemen weet zij de eenzaamheid van de beide meisjes tastbaar te maken in kleine details. De term vader-die-mijn-vader-niet-is zegt meer over de relatie die het meisje uit 2006 met haar stiefvader heeft dan een pagina’s lange uitleg zou kunnen zeggen. En de ogenschijnlijk zo onschuldige vraag van het meisje in het tweede verhaal aan de fotograaf: heeft u ook een echt mens doodgemaakt in de oorlog? brengt een onstuitbare lawine op gang.
Arns wordt met elk boek beter. In deze twee melancholieke miniatuurtjes weet ze haar lezer met zachte hand, maar onstuitbaar mee te nemen in de grillen van lot en noodlot.
Sonja de Jong
Frouke Arns – Rode zomer, Ambo/Anthos, ISBN 978 90 263 7249 0, 184 pagina’s, € 22,99, mei 2026
