De dichter en de duivel - Lieke Marsman
De Goddelijke Komedie vertaald naar hedendaags Nederland
Dick Schoof en Gerrit Zalm als gids
Een week voordat De dichter en de duivel verscheen overleed Lieke Marsman, 35 jaar oud. Met haar nieuwe bundel bewijst zij eens te meer een van de belangrijkste Nederlandse dichters van de 21e eeuw tot nu toe te zijn. In deze naar het heden overgezette hervertelling van de Goddelijke Komedie van Dante toont zij haar superieure kunnen in al zijn facetten. Marsman had geen moeilijke taal nodig. Zij slechtte de grenzen tussen proza en poëzie en toonde dat poëzie niet ingewikkeld hoeft te zijn, maar midden in het dagelijks leven kan staan en dan recht in het hart kan treffen.
Over de auteur:
Lieke Marsman (1990 – 2026) debuteerde op 20-jarige leeftijd met de dichtbundel Wat ik mijzelf graag voorhoud. Waarvoor ze genomineerd werd voor de Eline van Haarenprijs. Ze won daarmee drie literaire prijzen waaronder de C. Buddingh-prijs. Het was de eerste van een reeks dichtbundels. In 2017 verscheen haar eerste prozawerk Het tegenovergestelde van een mens dat het midden hield tussen essay en poëzie. Een jaar later werd bij haar botkanker geconstateerd, waarover zij begin 2025 het essayboek Op een andere planeet kunnen ze me redden publiceerde. In 2021 werd zij voor twee jaar benoemd tot Dichter des Vaderlands. In 2023 won ze de Eline van Haarenprijs met de bundel In mijn mand. In 2025 ontving zij de Constantijn Huygensprijs voor haar complete oeuvre. Thema’s in haar werk zijn vooral liefde en maatschappelijke kwesties als milieuproblematiek en persoonlijke identiteit. Zij overleed op 3 juni 2026. Slechts 35 jaar oud.
Donker woud
In de eerste regels houdt Marsman zich nog vrij trouw aan hetgeen Dante schreef. Waar hij in 1321 begon met: Op ’t midden van ons levenspad gekomen, vond ik mijzelve in een donker woud, want ik had niet de rechte weg genomen, opent Marsman met Mijn leven was pas half voorbij, toen ik verdwaalde in een donker woud van managers- en makelaarstaal, waar een reeks verkeerde keuzes me mijn pad deed missen.
Maar daarna gaat zij geheel haar eigen weg. Via de berging van haar doorzonwoning belandt zij in een diepe krater (dit is geen gat, dit is een gate), daalt verder af en treft daar haar eerste metgezel: Dick Schoof.
Ringen van de hel
Wat volgt is een tocht langs de negen ringen van de hel. In de eerste worden de zielensaldo’s geheven. Voor elke foute daad: het bestellen en laten thuisbezorgen van een twee-voor-een pizzadeal, een breed lachen voor de socials terwijl je een rotavond hebt, het gebruik van het woord welke om intelligent over te komen, betalen we telkens een stukje van onze ziel.
Door naar de tweede ring, waar de influencers heersen. De derde is een boksring waar de dichter het moet opnemen tegen Annabel, Eva en Lidewij en meedogenloos knock out gaat.
En zo daalt zij verder af, ontmoet Sander Schimmelpenninck en Gerrit Zalm en stuit uiteindelijk, in de vijfde ring, op iets wat daar tussen de rotsen ligt: een kleine, magere kanarie, een trillend hoopje veren. Symbool van de grenzen aan leefbaarheid, de kanarie in de kolenmijn. Maar vergis je niet, want het beestje zegt: Wat deze en gene niet begrijpen is dat ik zolang ik op sterven na dood ben, zelfverzekerd zeggen kan: ik leef, ik leef! Dus zal ik zingen, met overgave en uit volle borst, want niets vult de borstkas zo volledig als een laatste adem.
En zo wordt Marsmans zwanenzang een triomfantelijke vinger naar alles en iedereen. De kanarie is niet dood, er is altijd hoop. We wisten het niet, dat er veel meer dan dit bestond, een wanordelijk gespeld, maar helder, prachtig paradijs. Al die kanaries, al die kolenmijnen.
Sonja de Jong
Lieke Marsman – De dichter en de duivel, Pluim, ISBN 978 94 935 2514 6, 120 pagina’s, € 24,99, juni 2026
