Terwijl jij dacht dat het liefde was - Arthur Umbgrove
Goed geschreven, maar niet overtuigend
Een man heeft liefdesverdriet
Het boek is goed geschreven, de cabaretier in Arthur Umbgrove weet wel hoe hij een lekker bekkende tekst moet schrijven. Terwijl jij dacht dat het liefde was leest dan ook soepeltjes weg. Zijn keuze voor een alwetende verteller die de gebeurtenissen vertelt en van wie tot op de laatste pagina onduidelijk blijft wie het is, is interessant. Maar echt beklijven doet het verhaal als geheel toch niet. Daarvoor is de hoofdpersoon te oninteressant. En dat is, zeker in dit verhaal waarin alles om hem draait, toch wel van essentieel belang. Halverwege al krijg je als lezer een gevoel van ja-nou-weet-ik-het-wel.
Over de auteur
Arthur Umbgrove (1964, Vught) is cabaretier en schrijver. Hij studeerde Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Groningen en begon in die tijd met cabaret. Hij won in 1988 het Gronings Studenten Cabaret Festival en belandde daarna bij het toen net opgerichte collectief Comedytrain in Amsterdam. In 2006 publiceerde hij zijn eerste boek, Midden op de weg, zo hard mogelijk, waarmee hij de LiBra Debutantenprijs won. Hij heeft inmiddels zeven romans op zijn naam staan en is naast zijn literaire activiteiten ook artistiek leider van De Speld live.
Euforie
De vijftiger Erik is schrijver, al horen we daar verder weinig over, alleen dat hij op zeker moment besluit een cursus scenarioschrijven te gaan volgen. En daar ontmoet hij Olga. Hij is op dat moment in goed gezamenlijk overleg net gescheiden, na een huwelijk van 22 jaar. Hij begint een affaire met Olga, is in het begin dol van verliefdheid, maar geleidelijk aan zakt de euforie. Telkens als Olga een afspraak voor een volgende keer wil maken, reageert Erik met een ‘We zien wel’. Zich vastleggen wil hij niet, het contact moet spontaan blijven, is zijn vaste overtuiging.
Pauze
Na een jaar is Olga het zat. Ze last een pauze in van een maand waarin ze elkaar niet zien en deelt Erik daarna mee dat ze er een punt achter zet. Ze heeft iemand gevonden die er wél onvoorwaardelijk voor wil gaan. Pas op dat moment realiseert de hoofdpersoon zich dat hij haar helemaal niet kwijt wil, dat hij oprecht van haar houdt. Hij gaat op zoek naar allerlei vormen van afleiding, bezoekt datingsites en begint oppervlakkige relaties met een flink aantal vrouwen, huilt telkens opnieuw uit bij vrienden, maar rust vindt hij niet.
Bloempot
Tot de dag dat hij – zonder vooropgezette bedoeling – naar Olga’s huis gaat en dan op het idee komt om het huis ook binnen te gaan. De sleutel ligt in een bloempot, Olga is naar haar werk overdag, dus het huis is leeg. En daar komt hij tot zijn eigen verbazing tot rust. Hij blijft er terugkomen, elke week. Hij ruimt een beetje op in haar rommelige huishouden, reinigt haar koffiezetapparaat, draait een wasje. Doet de vaat. En op een gegeven moment begint hij zelfs het manuscript te lezen van een toneelstuk waar Olga al lange tijd aan werkte. Het blijft niet bij lezen, hij begint er ook wijzigingen, in zijn ogen verbeteringen, in aan te brengen.
Wonderlijke bezoekjes
Wat Erik/Umbgrove nou precies voor ogen heeft met die wonderlijke bezoekjes wordt niet echt duidelijk. Tja, de naamloze verteller constateert ergens: ‘in feite had hij weer een relatie met haar, zonder haar medeweten’. Niet echt overtuigend. Net zoals ook het karakter van Erik niet echt uit de verf komt. Er duiken tegenstrijdigheden op: in terugblikken lezen we dat hij als kind zich herhaalde malen wanhopig aan zijn moeder vastklampte en zij aan hem. En toch wordt ergens gerefereerd aan een ‘aanrakingsloze jeugd’.
Zeurend kind
Wat wil die vent nou eigenlijk, vraag je je als lezer regelmatig af. En wat heeft Olga ooit in hem gezien, want iets anders dan een uit de kluiten gewassen zeurend kind dat zijn zin wil hebben lijkt hij niet te zijn. Het is niet makkelijk om mee te leven met zo’n totaal karakterloze flapdrol.
Het is zijn schrijfstijl die Umbgrove nog enigszins redt. Hij weet regelmatig mooie zinnen uit zijn pen te toveren. Zoals zijn uitleg waarom Erik telkens opnieuw zijn verdriet gaat etaleren bij vrienden en kennissen: ‘Hij wilde ze mee laten tillen aan het gewicht dat zonder hen niet te torsen was’. Mooi gezegd. Maar het is niet voldoende om deze roman echt de moeite waard te maken.
Sonja de Jong
Arthur Umbgrove – Terwijl jij dacht dat het liefde was. Querido, ISBN 978 90 253 2208 3, 264 pagina’s. € 24,99, juni 2026
