Venetiaanse vespers - John Banville
Een moord, een complot en een geweldige stijl
Knap geconstrueerde roman over de ondergang van een bekrompen mannetje
Hoe onsympathiek hoofdpersoon Evelyn Dolman ook is in de Victoriaanse roman Venetiaanse Vespers van John Banville, je krijgt op zeker moment toch medelijden met hem. Want Dolman mag dan bekrompen en kleingeestig zijn, maar de ellende die een stel uitermate geslepen tegenstanders hem bezorgen, gun je hem toch niet. Er is sprake van een moord, dus je zou het een thriller kunnen noemen. Maar Venetiaanse Vespers is veel meer dan dat. Het is in de eerste plaats een geweldig geschreven psychologisch portret van een man die zijns ondanks ten onder gaat, vol humor en onverwachte ontwikkelingen.
Over de auteur
De Ierse auteur John Banville (Wexford, 1945) schrijft literaire romans en thrillers (die laatste aanvankelijk onder het pseudoniem Benjamin Black, maar sinds enkele jaren onder eigen naam). Hij won de Booker Prize met zijn in 2005 gepubliceerde roman De zee en werd meermaals genomineerd voor andere belangrijke literaire prijzen.
Broodschrijver
Het loopt tegen de eeuwwisseling van de 19e naar de 20e eeuw. Hij vindt zichzelf behoorlijk geweldig, het broodschrijvertje Evelyn Dolman. Hoewel hij weinig meer gepubliceerd heeft dan wat reisgidsjes (samengesteld op basis van wat hij in andere publicaties las) en wat biografieën van rijke mensen die graag voor het nageslacht vereeuwigd wilden worden, acht hij zichzelf zonder de minste twijfel de grootste Engelse schrijver ooit, beter dan Shakespeare zelfs. ‘Er was geen reus wiens machtige schouders mijn ambitie zouden kunnen overstijgen, geen welbespraakte vriend wiens oog niet door mijn pen, mijn stalen scepter, zou worden doorboord.’
Rijke zakenman
Hij is dan ook allerminst verbaasd als de schathemelrijke Amerikaanse zakenman Willard Rensselaer uitgerekend hém vraagt om zijn biografie te schrijven. Zo maakt hij kennis met diens dochter, Laura Rensselaer. Hij signaleert enige onmin tussen vader en dochter, maar Laura ontkent dat er iets aan de hand is en Dolman laat het rusten. Al vrij snel is sprake van een huwelijk tussen Dolman en Laura, iets wat vooral haar vader lijkt toe te juichen. De bruiloft is op verzoek van de bruid uiterst bescheiden, van seksuele activiteiten is – eveneens op initiatief van de bruid – al evenmin sprake.
Huwelijksreis
Kort voor het paar op huwelijksreis zal vertrekken, gaat Laura nog een keer met haar vader paardrijden en door een noodlottige val komt papa te overlijden. Uit het testament blijkt dat hij zijn jongste dochter kortgeleden onterfd heeft, al krijgt zij wel een vorstelijk jaarlijks legaat, en dat hij alles nalaat aan zijn oudste dochter, Thomasina, een vrouw, als we Dolman moeten geloven, van het type blauwkous.
Venetië
Ondanks de dramatische omstandigheden staat Laura er toch op om op huwelijksreis te vertrekken. Naar Venetië heeft zij bepaald, en zo vertrekt het stel op de eerste dag van 1900 naar Italië. En daar begint de eigenlijke ellende. Dolman laat er, als de verteller, geen twijfel over bestaan dat Venetië afschuwelijk is: het is er koud en regenachtig, de gebouwen zijn vies en vervallen, de San Marcobasiliek vindt hij ‘buitengewoon vulgair. Het leek wel een pakhuis van een straatverkoper die alles voor een prikkie aanbood.’ Maar het ergste vindt hij toch wel dat al die Venetianen Italiaans spreken, een taal waar hij geen woord van verstaat en die Laura vloeiend blijkt te spreken.
Hemelbed
Eenmaal in het palazzo waar ze de komende weken zullen verblijven, geeft Laura hem wederom met haar lichaamstaal te kennen dat hij alleen maar kuis naast haar mag liggen in het immense hemelbed, maar zijn handen thuis moet houden. Moedeloos staat Dolman maar weer op en zegt een wandelingetje te gaan maken.
Hij belandt in het helverlichte Café Florian op het San Marcoplein en wordt daar aangesproken door een man die hem zegt te kennen uit zijn tijd op het jongensinternaat. Dolman vindt de man ogenblikkelijk bijzonder antipathiek, maar weet niet goed hoe hij van hem af kan komen. En daarmee is zijn noodlot getekend.
Spoorloos
Wat volgt is een verhaal dat je van de ene verrassing in de andere doet vallen. Laura verdwijnt spoorloos, de onsympathieke man blijkt een oogverblindende tweelingzus te hebben, Dolman meent allerlei hallucinerende zaken te zien. Telkens als je denkt aan te voelen waar het verhaal naartoe gaat, gebeurt er iets wat die hypothese onderuithaalt. De ontknoping verrast je volkomen, maar is achteraf zo helder als glas. Een verhaal over bedrog en verleiding, over complotteren en in de val lokken, sprankelend en origineel.
Schrijfplezier
Maar het mooiste is toch Banvilles stijl. Het schrijfplezier spat van de pagina’s af. Moeiteloos weet hij het winterse Venetië op te roepen, vol duistere doem. Hij sleurt de uiterst irritante maar ook behoorlijk naïeve Dolman met vilein genoegen van de ene ellende in de andere, in een stad waar hij niemand verstaat en in iedereen die hij ontmoet een oplichter vermoedt. Venetiaanse vespers is daarmee van de eerste tot de laatste bladzij een feest om te lezen.
Sonja de Jong
John Banville – Venetiaanse vespers. (Oorspronkelijk gepubliceerd in 2025 als Venetian Vespers bij Faber en Faber Ltd., Engeland). Uit het Engels vertaald door Arie Storm. Querido, ISBN 978 90 253 1965 6, 360 pagina’s, € 24,99, augustus 2026
